SchaatsenVraag het de redactie

Het eerste experiment in bewegingswetenschappen was in 1889 in Amsterdam

Hoe lang wordt er al aan bewegingswetenschap gedaan? We hebben een melding van een onderzoek van meer dan 125 jaar geleden, nog vóór de uitvinding van deze academische discipline.

Joe Donoghue en Alex von Panschin in 1889 in Amsterdam. Het enorme verschil in schaatsstijlen is goed te zien, met Donoghue met de handen op de rug

Met het WK allround in het Olympisch Stadion werd gevierd dat dit evenement precies 125 jaar geleden voor de eerste keer werd georganiseerd, toen nog op de ijsbaan achter het Rijksmuseum. Het was op diezelfde plek dat rond 1889/1890 opmerkelijk onderzoek werd verricht onder enkele schaatsers, als een heel verre voorloper van de huidige bewegingswetenschappen.

Alles was nieuw

Het langebaanschaatsen was in 1889 nog piepjong, in tegenstelling tot het kortebaanschaatsen dat vooral in Friesland toen al heel lang populair was. In koude winters werden al wel wedstrijden op de lange baan georganiseerd, maar elke keer met andere spelregels en afstanden. De Internationale Schaatsunie als overkoepelende bond bestond nog niet, want die is van 1892.

In deze begintijd van het langebaanschaatsen was alles nog nieuw, ook het onderzoek naar de meest efficiënte slag, vooral voor de lange afstanden. In de winter van 1889 was onder de Europese langebaanschaatsers een klauwende stijl nog het meest gangbaar, waarbij de armen rondzwaaien als bij een kind die door een kermisattractie loopt. Wim Zonneveld schreef er eerder al over op Sportgeschiedenis – hier.

De Amerikaanse rijder Joe Donoghue zorgde echter voor een sensatie tijdens zijn bezoek aan Amsterdam. Hij boog zijn lichaam voorover, legde de handen op de rug en reed met regelmatige slag iedereen voorbij. Het gigantische verschil met zijn tegenstanders werd in 1889 prachtig op een tekening vastgelegd – links Donoghue en rechts Alex von Panschin.

HEB JE ZELF EEN VRAAG OVER SPORTGESCHIEDENIS?
HIER OPSTUREN

Natuurlijk wilden de andere rijders zijn slag overnemen, want daarmee gingen ze veel sneller. Er was alleen een probleem: er bestond nog geen bewegend beeld om deze slag vast te leggen voor studie. Met een uniek foto-experiment lukte dit toch – nog vóór de introductie van de film in Nederland.

Over het ijs werden draadjes gespannen die waren verbonden met enkele fotocamera’s op een rij. ‘Een aankomende schaatser die deze draadjes verbrak,’ zo merkt schaatshistoricus Marnix Koolhaas op, ‘maakte op die manier zelf een fotoserie waarop zijn bewegingen met minimale tijdsintervallen werden vastgelegd.’ Het heette momentphotografie en was in feite een voorloper van de film. Als de verschillende foto’s versneld achter elkaar worden vertoond, ontstaat tenslotte een filmisch effect van beweging.

Hoe dan ook, de schaatsslag van Donoghue was vastgelegd voor de achterblijvers in Amsterdam voor verdere studie – een experiment in de bewegingswetenschappen voordat de bewegingswetenschappen waren uitgevonden.

Eeuwen in beweging

Die fotoseries leverde prachtig materiaal op. Met de moderne digitale techniek is het mogelijk om die in een gif-bestand te plaatsen, zodat we opnieuw de schaatsslag uit 1889 kunnen zien. We brengen zo letterlijk de eeuwen in beweging.

Dit was de rustige schaatsslag van Donoghue.

En dit was de klauwende stijl van tijdgenoot Klaas Pander, met het nog piepjonge Rijksmuseum uit 1885 op de achtergrond.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.