NieuwSchaatsen

Het eerste NK Schaatsen werd gewonnen door een Engelsman

Het eerste NK Schaatsen werd gehouden in 1887. Daarmee behoort dit evenement tot de oudste kampioenschappen uit onze sportgeschiedenis. Het evenement werd gewonnen door een Engelsman.

Charles Tebbutt, de eerste winnaar van een NK Schaatsen

Het Nederlands schaatskampioenschap behoort tot de oudste kampioenschappen uit onze sportgeschiedenis. Direct na de oprichting van de toen nog niet Koninklijke Nederlandse Schaatsenrijdersbond in 1885 werd het eerste kampioenschap toebedeeld aan de IJsclub Kralingen in Rotterdam. Dat toernooi werd in 1887 verreden op de uiterwaarden van de Noord bij Slikkerveer. Een reconstructie.

Nu vaart er een supersnelle ferry langs van Rotterdam naar Dordrecht. Volgens een tekening in het blad De Nederlandsche Sport voer er ooit een trage stoomboot, vermoedelijk op weg van Rotterdam naar Duitsland. Maar de locatie is dezelfde: de Noord, de verbindingsrivier tussen Waal en Lek.

Langs dit water, in de uiterwaarden van de Donkerslootpolder bij Slikkerveer, werd op 19 januari 1887 het allereerste Nederlandse schaatskampioenschap verreden. Een smalle strook grasland waar nu een overslagbedrijf is gevestigd, is alles wat de fantasie nog kan stimuleren: hier reden Charles Goodman Tebbutt en Willem-Jan van Vollenhoven de finale over één Engelse mijl van het allereerste Nederlandse schaatskampioenschap.

Waarom in 1887 besloten werd om het bij stoombootrederij Fop Smit & Co. in beheer zijnde stuk land te gebruiken voor het eerste Nederlandse schaatskampioenschap is niet helemaal duidelijk. IJsclub Kralingen uit Rotterdam mocht het toernooi organiseren en die club beschikte over een mooie ijsbaan op de Kralingse plas. Vermoedelijk week het ijsclubbestuur uit naar Slikkerveer omdat de rederij gratis veerboten beschikbaar stelde om de te verwachten toestroom van duizenden toeschouwers via Rotterdam en Krimpen eenvoudig de Lek over te zetten tot vlak bij de ijsbaan. Bovendien was het terrein groot genoeg om er de verlangde, hoefijzervormige ijsbaan van ruim 1600 meter lengte op uit te zetten. Het publiek zou dan vanaf de dijk een prachtig uitzicht hebben over de baan. Met entreeprijzen van 50 cents of één gulden voor de “eretribune” vlak langs de baan werd verwacht dat deze wedstrijd ook financieel een groot succes zou worden.

Vogelvluchttekening uit het blad De Nederlandsche Sport van de ijsbaan bij Slikkerveer, in 1887 het decor van het eerste Nederlandse schaatskampioenschap

Helaas: in 1887 liet koning Thialf het op het beslissende moment afweten. Waar niemand op gerekend had, gebeurde een dag te voren: na twee weken prachtig winterweer keerde de wind en werd de vorst verdreven. Niet alleen de prachtige ijsvloer kwam blank te staan, ook het ijs dat zich op de rivieren had gevormd kwam door de dooi los. Het drijfijs maakte elke overtocht met een veerboot tot een levensgevaarlijke onderneming.

Pim Mulier, de toenmalige sportpionier die ook in de schaatswereld zeer actief was, beschrijft in zijn boek Wintersport hoe hij zich destijds noodgedwongen per koets van Rotterdam-Zuid naar de ijsbaan liet vervoeren. ‘Wie herinnert zich niet hoe men de weinige nog te Rotterdam disponibele aapjes (koetsjes, MK) vijftien of twintig gulden moest betalen, om naar het terrein te komen. Wie herinnert zich niet een gevaarvollen tocht langs een hoogen, spiegelglad beijzelden dijk, waarop al die voortsjokkende rijtuigjes, met de angstig daaruit kijkende gezichten.’

Ondanks het slechte weer kwamen meer dan duizend toeschouwers af op dit eerste officiële nationale sportkampioenschap van ons land. Minder dan verwacht, maar volgens de verslaggever van De Nederlandsche Sport een geluk voor koek en zopie-houder Stroomberg uit Rotterdam, die al om één uur door zijn voorraad heen was. ‘Het zou ons voor den man gespeten hebben,’ zo schreef de anonieme verslaggever van het eerste sportblad van ons, ‘indien hij zich de ontevredenheid van een nog grootere menschenmassa op den hals had gehaald.’

Om het deelnemersveld zo aantrekkelijk mogelijk te maken, was besloten om ook Engelse rijders uit te nodigen. Deze zogenaamde Fenskaters, afkomstig uit het polderachtige Fendistrict nabij Cambridge alwaar het Britse hardrijden was ontstaan, stonden destijds in hoog aanzien. Het moderne, georganiseerde hardrijden op de schaats voor amateurs was immers zoals zoveel moderne sporten een Britse uitvinding. Al in 1879 was in Londen de National Skating Association als allereerste nationale schaatsbond ter wereld opgericht.

In Slikkerveer werd voor het eerst volgens Brits systeem “op tijd” gereden. De 37 ingeschreven “heren-amateurs” reden in paren tegen elkaar, waarbij de vier tijdsnelsten zich plaatsten voor de finale. Naast de Engelsman George Goodman Tebbutt, een goede vriend van Pim Mulier, waren dat de Rotterdammer Willem-Jan van Vollenhoven, de Apeldoorner H. van Blommenstein en het aanstormende Haarlemse talent Klaas Pander.

Op het steeds verder wegdooiende ijs reed de Engelsman in 3.57,0 in de finale de snelste tijd en verdiende daarmee de eerste officiële kampioensmedaille uit de vaderlandse schaatsgeschiedenis. Willem-Jan van Vollenhoven – zijn kleinzoon Pieter zou zich introuwen in het Koninklijk Huis – en Klaas Pander noteerden in de finale exact dezelfde tijd (4.03,0) en moesten daarom in een extra rit onderling “om premie en derden prijs” duelleren. Deze strijd werd gewonnen door Van Vollenhoven, die daarmee de beste Nederlander bij het eerste NK werd. Als rijder zou van Van Vollenhoven weinig meer vernomen worden maar des te meer bestuurder. In 1919 zou hij tot voorzitter van de schaatsenrijdersbond gekozen worden.

Helaas moest de tweede dag van dit eerste Nederlandse schaatskampioenschap vanwege de doorzettende dooi worden afgelast. De professionals, die destijds hun eigen kampioenschap kenden (ingesteld om de Friese kortebaanrijders naar Slikkerveer te lokken), keerden teleurgesteld naar huis. Voor de bond was die afgelasting een groot geluk, want daardoor konden prijs en premie van liefst 600 en 300 gulden in kas blijven. Voldoende betalende bezoekers zouden er zeker niet zijn komen opdagen.

De passagiers van de ferry zullen weinig weet hebben van de sportgeschiedenis die zich hier langs de oever van de Noord heeft afgespeeld. Behalve het kleine stukje grasland is de oever volgebouwd met loodsen van een overslagbedrijf. Zou het niet een aardig idee zijn als Pieter van Vollenhoven hier een monumentje zou onthullen ter nagedachtenis aan het sportieve pionierswerk van Klaas Pander, Charles Tebbutt en zijn eigen grootvader, het eretrio van het allereerste schaatskampioenschap van Nederland?

En zo ziet het er nu uit

Advertentie

Bestel bij Bol.com

Marnix Koolhaas
Marnix Koolhaas werkt sinds 1986 voor de VPRO, o.a. als presentator/eindredacteur van het programma OVT, Andere Tijden en Andere Tijden Sport. Daarnaast publiceert hij regelmatig over de Nederlandse schaatsgeschiedenis. Zo verscheen in van zijn hand "Schaatsenrijden - een cultuurgeschiedenis". Op dit moment werkt hij aan een geschiedschrijving van het langebaanschaatsen.