De massastart is de olympische variant van het marathonschaatsen
Het marathonschaatsen werd begin jaren 70 populair, omdat er maar geen nieuwe Elfstedentocht kwam.
Op de Winterspelen van 2026 winnen Nederlandse schaatsers twee gouden medailles bij de massastart. Ruim een halve eeuw geleden werd die sport in ons land uitgevonden, nog als marathonschaatsen.
Het is wel zeker dat het marathonrijden in de schaatssport een hoofdstuk apart gaat worden
Geciviliseerde Elfstedentocht
Het begrip marathonschaatsers was in 1974 nog niet helemaal ingeburgerd, want op de Jaap Edenbaan werd gestreden om de nationale titel op de superlangeafstand. Voor de mannen was dit voor de tweede keer. Jeen van den Berg was in 1973 de eerste winnaar van een NK. ‘Wat toch wel verrassend was,’ aldus De Leeuwarder Courant, ‘omdat Jeen van den Berg al enkele jaren door een vrij ernstige rugblessure afgeremd wordt.’
Het marathonschaatsen was een jonge discipline, die was ontstaan omdat er sinds 1963 geen Elfstedentocht meer was geweest. ‘Het is wel zeker dat het marathonrijden in de schaatssport een hoofdstuk apart gaat worden,’ voorspelde De Tijd op 10 maart 1972. ‘Vooral de afgelopen winter gingen op de kunstijsbanen tientallen (aspirant) elfstedenrijders speciaal voor dit zware werk In training. Er werden maar liefst tien wedstrijden over honderd ronden georganiseerd.’
Het Parool omschreef deze wedstrijden op 1 februari 1973 als ‘een geciviliseerde Elfstedentocht in het klein’. Heineken werd sponsor, zodat er geld genoeg was om wekelijks wedstrijden op kunstijs te rijden.
Vrouwen
De vrouwelijke marathonrijders waren in 1973 al in actie gekomen, maar er was dat jaar voor hun nog geen NK georganiseerd. In januari won Trudy Dannenburg uit Amstelveen de eerste uurswedstrijd om de Heineken-trofee, toen nog over 25 rondes. In een eindsprint versloeg ze Ans Schut, die in 1968 nog olympisch goud had gewonnen.
In 1974 deden er vijf vrouwelijke schaatsers mee aan deze strijd om de nationale titel, waaronder Lenie van der Hoorn uit Ter Aar. Niemand koen toen weten dat zij elf jaar later de snelste vrouw zou zijn in de Elfstedentocht.
Sophie Westenbroek werd Nederlands kampioen. ‘Fietje Westenbroek was een klasse apart in het kleine gezelschap dames,’ schreef De Leeuwarder Courant. ‘Zij sloopte de konkurrentie met ettelijke uitlooppogingen. Twee ronden voor het einde stelde zij het kampioenschap met een felle demarrage veilig. Sjoukje Kramer uit Leeuwarden reed eveneens sterk, maar bij het ingaan van de slotronde kwam zij ten val.’
Bij de mannen won Ton Groot de nationale titel.

