NieuwSchaatsen

Het schaats-DNA van Jorrit Bergsma is ouder dan de Elfstedentocht

Bonustip voor het tv-programma Verborgen Verleden. Maak eens een afspraak met Jorrit Bergsma.

Wopkje Kooistra in 1951, afkomstig uit een Polygoon-film over de winter dat jaar

Er bestaat geen wetenschappelijk bewijs voor een schaatsgen. Als dat toch bestaat, vinden we het zeker bij Jorrit Bergsma.

Via zijn voorouders heeft Jorrit Bergsma een band met de Elfstedentocht van 1917

De Koning, De Koning en De Koning

In de schaatswereld wemelt het van de interessante familieverbanden, ook in de Elfstedentocht. Sommige zijn makkelijk te herkennen vanwege dezelfde achternaam, zoals bij het geslacht De Koning.

Coen de Koning won de Elfstedentocht van 1912 en 1917. Ook winst bij het NK, het EK en het WK staat op zijn lijst. Broer Sjaak werd in 1914 winnaar van het NK allround.

In de volgende generatie dook Aad op, die als eerste eindigde in de Elfstedentocht van 1956, samen met vier andere rijders. Omdat ze op het laatste moment niet streden om de winst, zijn ze niet aangewezen als de officiële winnaar.

Weer een generatie later won Truus de Koning – Dijkstra drie keer het NK kortebaan. Begin deze eeuw was Jacques de Koning als sprinter vooralsnog de laatste vertegenwoordiger van deze dynastie.

Coen de Koning in de Elfstedentocht van 1917

De achternaam Kramer komen we sinds 1929 ook veel tegen, verspreid over drie generaties. Hendrik Kramer won in 1929 zijn eerste prijs bij een schaatswedstrijd in Joure in paren, samen met Hendrikje Woustra. Hij begon aan acht Elfstedentochten, waarvan hij er zeven voltooide.

Zijn zoon Yep deed mee aan NK’s, EK’s, WK’s en Elfstedentochten. Kleinzoon Sven won alles, behalve de Elfstedentocht. Elli Kramer, de moeder van Sven, zat in de schaatsselectie van het Gewest Friesland.

Tot slot is de achternaam van Dijkstra een leuk voorbeeld. Luitzen Dijkstra was in 1936 de eerste Friese schaatser op de Winterspelen. Zijn dochter Sjoukje deed in 1956, 1960 en 1964 als kunstrijdster mee en werd zo de eerste Nederlandse kampioen op dit sportevenement.

Sjoukje Dijkstra met haar ouders, foto uit 1961 van Herbert Behrens via Wikimedia

Neven en nichten

Er zijn nog veel meer familieverbanden, maar die zijn vaak lastiger om te herleiden vanwege de verschillende achternamen. Auke Adema won de Elfstedentocht van 1941, als neef van Karst Leemburg, die dat in 1929 deed. Broers Hein en Wim Vermeulen waren neven van Jan van der Hoorn en zijn zus Bora. Ze deden allemaal mee aan de Elfstedentocht van 1947.

En dan is er nog een interessante link. Gerrit Mettes was een bekende schaatser van de jaren 20 van de vorige eeuw. Hij is de grootvader van Yvonne van Gennip, die in 1988 drievoudig olympisch kampioene werd. Daarnaast was hij achterneef van Willem Kos, die in 1928 als eerste Nederlandse schaatser in actie kwam op de Olympische Winterspelen.

De grootvader van Yvonne van Gennip met de moeder van Yvonne van Gennip

Wopkje Kooistra

Via Van Gennip zien we dat die familieverbanden verschillende generaties in het schaatsen met elkaar verbindt, in sommige gevallen tot meer dan een eeuw terug. Dat is ook het geval bij Jorrit Bergsma, die op deze Winterspelen verraste met een bronzen medaille op de 10.000 meter. Via zijn schaatsstamboom beladen we zelfs in de negentiende eeuw!

Een eerste aanwijzing gaf Jessica Merkens enkele jaren geleden in haar boek Op eigen houtje over de geschiedenis van vrouwelijke Elfstedenrijders. Zelf beoefende ze op het hoogste niveau het marathonschaatsen, waarbij ze er tot haar verrassing achter kwam dat er maar weinig verhalen bekend zijn over het vrouwenschaatsen.

Een zoektocht bracht haar naar Warga, bij Leeuwarden. In kranten uit 1941 had Merkens namelijk gelezen dat er in dat dorp twee vrouwen woonden, die zich hadden gemeld voor de wedstrijd in de Elfstedentocht. Het bestuur had dat afgewezen en dit duo alleen toegelaten tot de toertocht. Deze vrouwen liepen net iets te ver vooruit op de emancipatie binnen deze Elfstedentocht – ongeveer een halve eeuw. Pas in de jaren 80 en 90 mochten vrouwen voor het eerst aan de wedstrijd meedoen, waarna er alsnog niets voor ze werd geregeld.

Die vrouwen van ’41 waren Sjoerdtsje Faber en Wopkje Kooistra. Faber had in 1940 al meegedaan aan de zwaarste Elfstedentocht tot dat moment en was als enige vrouw in Leeuwarden gearriveerd. Ze reed die dag bijna alle mannen eruit. Kooistra deed in 1941 voor de eerste keer mee en was dat jaar meteen de snelste van alle vrouwen.

De twee Jenen

Merkens had nooit eerder van deze Elfstedenpioniers gehoord. Zouden zij elkaar hebben gekend? Om dat te achterhalen nam ze een kijkje in Warga, waar ze de boerderij vond, waar Kooistra had gewoond. Op die plek ontmoette ze Jan Meinderts, voorzitter van de plaatselijke historische vereniging.

De achternaam Kooistra was hem zeer bekend, want Hendrik was de vader van Wopkje. Hij was een erg goede schaatser met een vijfde plaats in de Elfstedentocht van 1917. Ook de broer van Wopkje deed mee aan Elfstedentochten.

En daarbij blijft het niet met de twee Jenen als beroemde schaatsneven van Wopkje: Jeen van den Berg en Jeen Nauta. Van den Berg was de Elfstedenwinnaar van 1954. Nauta zat in 1956 in datzelfde groepje van vijf als Aad de Koning, die wel als eerste arriveerden maar niet tot winnaar werden uitgeroepen.

Aan het eind van dit gesprek had Meinderts nog één leuk weetje over Wopkje. Haar zus, die opgroeide in dezelfde boerderij in Warga, is de oma van Jorrit Bergsma. Via zijn voorouders heeft hij dus een band met onder meer de Elfstedentochten van 1917 en 1941.

Kingma

Volgens een artikel in de Friese Koerier van 31 maart 1962 loopt de schaatsbloedlijn van Wopkje Kooistra terug naar de 19e eeuw, en daarmee ook die van Bergsma. ‘Wopkje Kooistra, Tjitske Nauta en de tegenwoordige Grouwster langebaan-junior Benedictus Jellema zijn aan de Kingma’s verwant,’ aldus de krant.

Daarmee bedoelde de krant het geslacht Kingma, dat een grote invloed heeft gehad op de begintijd van de moderne sport in ons land. ‘Vader Kingma, die zelf ook goed kon rijden, woonde op een boerderij te Grouw en van zijn kinderen werden de drie jongens Benedictus, Merk en Marten bekende hardrijders in Nederland en ook over de grenzen.’

Niet alleen de mannen van dit gezin presteerden goed, maar ook de vrouwen. ‘Hun drie zusters Cornelia, Tjitske en Trijntje (met de laatste als veruit de snelste) konden ook goed meekomen op het ijs. Zij kwamen hoofdzakelijk uit in rijderijen voor paren of drie aan de stok.’

En zo belanden we via de stamboom van Jorrit Bergsma in de schaatssport van de negentiende eeuw. Wanneer brengt Verborgen Verleden dat in beeld?

Waardeer deze site!

Onze content is gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
https://sportgeschiedenis.nl
Specialist in sporterfgoed. Al meer dan 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.