NieuwSchaatsen

Hoe een Marokkaanse ambassadeur in de 17e eeuw voor de eerste keer schaatsers zag

Buitenlandse bezoekers verbazen zich wel eens over de Nederlandse schaatsliefde. Zo ook Samuel Pallache, een Marokkaanse gezant in Nederland, die begin zeventiende eeuw voor de eerste keer schaatsers zag. Hij had er letterlijk geen woorden voor. Dit verhaal lees je gratis, maar met een donatie hou je ons werk mogelijk – onderaan de pagina.

Schaatsers en kolvers op het ijs, Hendrick Avercamp, ca. 1620 – ca. 1625

Er wordt al eeuwen geschaatst in Holland en Friesland. En ook daarbuiten, want het oudste ooggetuigenverslag van een schaatswedstrijd is al van 1466 in Brussel.

Dat het in Nederland vroeger al zo populair was, komt onder meer omdat de afstanden in waterrijke gebieden korter werden tijdens koude winters, zoals in Friesland of rond Amsterdam. Op het ijs kunnen grotere afstanden worden afgelegd dan lopend, per trekschuit of met paard en wagen. Het is volkomen logisch dat schaatsen dan als vervoermiddel worden ingezet – voor familiebezoek, om een jachtbuit of een gans te vervoeren of voor zakelijk verkeer.

Schaatsende man met drie eenden aan een stok, Pieter van den Berge, 1695 – 1697

Dat werd in 1901 heel treffend beschreven in het boekje Het Schaatsenrijden van S. & W.N. van Nooten: ‘Zeker is het, dat er in Friesland en in Holland reeds in de vroegste tijden een gezellig en tevens nuttig gebruik van werd gemaakt, om in een tijd, toen goede wegen, spoorwegen of trams nog niet bestonden, zijne verre vrienden of familie­ betrekkingen over de menigvuldige ijsvlakten te gaan bezoeken.’

Er was in de tijd vóór de auto ook niets zo snel als een geoefende schaatser. Een mooi voorbeeld van de snelheden waarmee die zich verplaatste, is van 22 januari 1848 toen vier mannen in zestien uur langs alle elf Friese steden waren geschaatst – de voorloper van de moderne Elfstedentocht. Wie diezelfde route per paard aflegde, deed daar in 1848 minimaal veertig uur over! ‘Zoo moet men de kracht van volharding van bovengemelde reizigers bewonderen,’ aldus De Opregte Haarlemsche Courant over deze schaatsers.

Een witte korst

Deze schaatsbehendigheid sprong bij buitenlandse bezoekers in het oog. In datzelfde boekje van S. & W.N. van Nooten werd het verhaal verteld van een Marokkaanse gezant, die ergens in de zeventiende eeuw in Nederland vertoefde en daar voor de eerste keer een koude winter meemaakte. Hij zag ijs en schaatsers, maar wist de woorden daar niet voor. Toch legde hij zijn indrukken vast in een verslag aan zijn monarch.

‘Het is hier thans een jaargetijde,’ schreef hij, ‘dat de waters overdekt zijn met een witte korst, een soort koek, die veel op kandijsuiker gelijkt, waarop de menschen met een paar gepolijste ijzertjes onder de voeten zoo hard loopen, als bij ons de struisvogels in de woestijn.’ De monarch kon het amper geloven, antwoordde hij: ‘Als het waar is, is het wonderlijk maar geloof er niemendal van.’

Samuel Pallache

Het stond er niet bij in het boekje, maar die gezant heette Samuel Pallache, zo weet schaatshistoricus Marnix Koolhaas. ‘Pallache was een Joods-Marokkaanse koopman, diplomaat en kaper,’ meldt Koolhaas, ‘die in 1608 door de Marokkaanse sultan Zidan Abu Maali als gezant naar Den Haag werd gestuurd. Marokko en de Nederlanden hadden Spanje als gemeenschappelijke vijand, vandaar. En in Marokko was destijds een grote Joodse gemeenschap.’

Van dit schilderij van Rembrandt wordt vaak gezegd dat dit een portret van Samuel Pallache is, maar dat is onjuist. 

Pallache is in Den Haag gebleven, waar hij in 1616 is overleden. Zijn graf op de Beth Haim-begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel bevindt zich daar nog steeds. Koolhaas belooft dat hij in zijn volgende boek Hardrijden op de schaats in Nederland nog veel meer over hem zal melden.

Ruim vier eeuwen na zijn dood leven er zelfs nog nazaten van Pallache in Nederland, onder wie journalist Ronit Palache – inmiddels met één l in de achternaam. “Jazeker weet ik wie hij is,” zegt ze in een telefoongesprek vanmiddag terwijl ze door de sneeuwstorm loopt. “Overleden in hetzelfde jaar als William Shakespeare, bevriend met prins Maurits, die ook op zijn begrafenis was. Er zijn hele boeken over hem geschreven. Hij heeft ook zijn eigen pagina op Wikipedia.”

Waarna ze snel het gesprek weer beëindigde om te genieten van de Nederlandse winter, net als haar voorvader dat vierhonderd jaar geleden deed.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.