Schaatsen

Jaap Eden III opende in 1961 de Jaap Edenbaan

De Jaap Edenbaan in Amsterdam was de eerste in zijn soort in Nederland. Op 9 december 1961 was de opening met de tienjarige Jaap Eden III, de kleinzoon van Jaap Eden. De eerste wedstrijd was tussen Jeen van den Berg, Elfstedenwinnaar in 1954, en Reinier Paping – toen nog onbekend, omdat zijn Elfstedenzege pas in 1963 was.

De komst van deze baan veranderde het Nederlandse schaatsen revolutionair. Marnix Koolhaas schreef hierover in 2011: ‘Langebaanschaatsen, zoals het hardrijden op een 400 meter lange ijsbaan officieel heet, was in Nederland tot 1961 een marginale sport. Natuurlijk, als het vroor werden overal de ijzers uit het vet gehaald en trok half Nederland zijn baantjes op sloten, plassen of natuurijsbanen, maar het aantal serieuze hardrijders in ons land was klein.

Ja, kortebaanrijders: bij vorst ontdooiden die vooral in Friesland bij bosjes, maar op hun doorlopers konden die supersprinters niets anders dan 160 meter rechtuit “klauwen” op een sloot. Wie met enige snelheid fatsoenlijk een bocht wilde schaatsen, diende dat pootje over op echte Noorse schaatsen te doen.

Wilde je als langebaanrijder ook nog internationaal meetellen, dan was je verplicht om jaarlijks op eigen kosten met de Nederlandse Vereniging ter Bevordering van het Hardrijden op de Schaats twee weken naar Noorwegen te gaan om aldaar de kunst af te kijken van de geroutineerde Scandinavische cracks. Jaap Eden deed dat al in 1893, en generaties Nederlandse schaatsers volgden hem.’

Ook voor de toprijders veranderde alles, omdat Nederlands beste schaatsers niet meer gedwongen waren om op buitenlands ijs te trainen. In ons land was het tenslotte nooit een zekerheid dat de komende winter koud genoeg was voor natuurijs, maar met de nieuwe baan in Amsterdam was aan die periode voor altijd een einde gemaakt.

Deze ontwikkeling betekende de doorbraak van Ard Schenk en Kees Verkerk, die dankbaar profiteerden van de Amsterdamse baan.

De sportieve statistieken liegen in ieder geval niet: tot 1961 had nog nooit een Nederlander een gouden medaille gewonnen op de Olympische Winterspelen! Alle olympische schaatstitels zijn van daarna. Dat schaatsen nu de meest succesvolle is in de Nederlandsche olympische geschiedenis is dus voor een groot deel te danken aan de komst van de kunstijsbanen.

Advertentie


Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.