Schaatsen

Kansloos tegen de klapschaats

Roeland de Bruïne heeft een film gemaakt over de geschiedenis van de klapschaats, vol onbekende beelden uit de jaren 90.

Tijdens wereldbekerwedstrijden van eind 1996 werd Gunda Niemann overrompeld door de klapschaats. Ze verloor op de 3000 meter van Tonny de Jong, wat haar eerste nederlaag in drie jaar was. “Ik reed een paar ronden voor De Jong uit, maar ik bleef dat geluid maar achter me horen. Klak-klak-klak. En het kwam maar dichterbij. Oh, dacht ik, daar komt die dan, die nieuwe schaats. Klak-klak. Ik kon harder strijden, harder trainen, maar ik had geen enkele kans. Ik had geen tactiek meer, geen nieuw plan. Er was niets meer over.”

Niemann praat over de doorbraak van de klapschaats in de film Tien jaar wachten op applaus van Roeland de Bruïne. De Bruïne laat hierin zien dat deze sportieve revolutie een heel traag begin kende nadat bewegingswetenschapper Gerrit Jan van Ingen Schenau er al in de jaren 80 mee was begonnen. Aanvankelijk leek de schaatswereld de innovatie volkomen te negeren totdat de coaches Eric van Kordelaar en Dick de Bles van het gewest Zuid-Holland in 1994 de klapschaats introduceerden onder hun jeugdrijders. De coaches kregen veel tegenstand, maar hadden toch niets te verliezen: “We waren niet van het schaatsen afhankelijk. We konden experimenten en we hadden een stel bluffertjes bij ons.” Binnen een jaar bereikte deze ploeg met André Vreugdenhil en Raymond Barendse de nationale top.

De Bruïne toont prachtige privéfilmbeelden uit die beginfase, gemaakt door Vreugdenhil en Barendse zelf. De grote onbevangenheid en het enthousiasme spatten ervan af, zowel tijdens de trainingen als in wedstrijdverband. Ondanks het sportieve succes bleef de ploeg geïsoleerd, zelfs na het winnen van de nationale titel. Vreugdenhil: “Er waren maar weinig mensen die mij hebben gefeliciteerd. Dat zegt natuurlijk wel genoeg. Het heeft ook met misgunning te maken. Je moet een ander ook een successen gunnen. Als je een ander niet kan feliciteren, ben je ook geen kampioen waard.”

De echte doorbraak volgde pas toen De Jong op klapschaatsen Niemann versloeg, toen vijfvoudig wereldkampioen. “Niemann is een monument, die versla je niet zomaar,” zegt een geëmotioneerde De Jong nu in de film. Ze won daarna als eerste Nederlandse vrouw sinds Atje Keulen-Deelstra de Europese titel.

Tijdens de huldiging werd ze gefeliciteerd door Niemann. Echte kampioenen gunnen iemand anders ook zijn succes, ook als die op de klapschaats is behaald.

Advertentie

Bestel bij Bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.