NieuwSchaatsen

Klunen door de schaatsgeschiedenis in de Elf Archieven Tocht

Wat gebeurt er als we alle erfgoedinstellingen bij elkaar optellen? Dan hebben we het Rijksmuseum van de Sport, het enige museum dat je met schaatsen mag betreden.

Koningin Juliana in 1956 in het Centraal Museum in Utrecht bij het schilderij ‘Defilé van het schaatsende Regiment Grenadiers en Jagers’ van Jan Hoynck van Papendrecht. Foto J.D. Noske via het Nationaal Archief 

Iedereen kan een tentoonstelling over sporterfgoed samenstellen. Het enige probleem is om een plek te vinden waar die dan wordt vertoond.

Het Rijksmuseum van de Sport is er tenslotte niet, maar het materiaal wél. Het is alleen nog wat verspreid over de erfgoedinstellingen. Er is iemand nodig die dit allemaal samenvoegt.

Als voorbeeld maakte ik de expositie De Elf Archieven Tocht, samengesteld via de online collecties van musea en archieven, die voor iedereen toegankelijk zijn. Zoiets kan jij dus ook doen met jouw favoriete onderwerp of thema. Er is één belangrijke eis: het gebruikte materiaal staat in het publieke domein of is op een andere manier vrij voor hergebruik.

Welkom in het enige museum ter wereld waar je met je schaatsen naar binnen mag om te klunen langs eeuwen aan schaatserfgoed.

1. Het bruggetje van Bartlehiem

Bartlehiem is een Friese vlek op de kaart met wat boerderijen en een brug. Toch weten we in Nederland dat dit het icoon van de Elfstedentocht is. Als een nieuwkomer bij zijn eerste inburgeringscursus zegt dat hij later rayonhoofd van Bartlehiem wil worden, is hij meteen geslaagd met een tweede paspoort erbij als cadeautje.

De oudste tekening is van Pieter Idserds Portier uit 1747. De onderdoorgang is alleen minder groot dan nu, maar de vorm van toen lijkt op die van nu. Uit De Leeuwarder Courant van 29 mei 1855 is af te leiden dat er sindsdien veranderingen zijn geweest, want in een aankondiging werd aangekondigd dat de brug werd verbreed. Ruim honderd jaar na de eerste schets van het bruggetje is het ook niet zo vreemd dat er wat rot in het hout was geslopen. De oerbrug van Bartlehiem is daarom allang gesloopt, maar de vorm is gehandhaafd.

Dat de onderdoorgang is vergroot heeft ongetwijfeld te maken met het economische verkeer tussen Leeuwarden en de noordelijke regio, vooral met de stad Dokkum. Hoe groter de onderdoorgang, hoe groter de boten die kunnen passeren. En hoe groter de boten, hoe meer er tegelijkertijd via water kon worden vervoerd – onmisbaar in de tijd vóór de auto.

Via de collectie van het Historisch Centrum Leeuwarden

2. Vrouwenschaatsen in Leeuwarden

Begin negentiende eeuw werden er in Leeuwarden schaatswedstrijden georganiseerd voor vrouwen. Dat was nog in de tijd dat Nederland onderdeel was van het Franse rijk.

Op 1 en 2 februari 1805 gebeurde dat op de Leeuwarder Stadsgracht. De 20-jarige Trijntje Pieters van Poppingawier won na twee uitputtende wedstrijddagen. In het letterkundige tijdschrift Algemeene Vaderlandsche Letteroefeningen woedde daarna wekenlang een felle polemiek over de vraag of vrouwen wel aan zoiets mee mochten doen.

Toch gebeurde het op 21 januari 1809 opnieuw, waarvan Nicolaas Baur dit schilderij maakte. Houkje Gerrits Bouma was de snelste. Zij had ervaring, omdat ze vier jaar eerder ook al had meegedaan. In het publiek stonden Franse officieren. Bouma won als hoofdprijs een gouden oorijzer. Voor meer bewegingsvrijheid hadden de deelneemsters hun mantels afgegooid, waarna opnieuw grote maatschappelijke verontwaardiging volgde.

Via de collectie van het Rijksmuseum

3. Schaatsen bij het Rijksmuseum

Het georganiseerde schaatsen in Amsterdam begon op 10 januari 1864. Op de Buiten-Amstel bij het gebouw van de Amsterdamsche Roei- en Zeilvereeniging De Hoop was toen een hardrijderij. Het was een succes, waarna op 21 december 1864 de Amsterdamsche IJsclub werd opgericht.

In de winter van 1886-1887 werd een ijsbaan achter het Rijksmuseum in gebruik genomen, waarna het aantal leden bijna verdubbelde van 1447 naar 2398. Op deze plek werd op 13 en 14 januari 1893 het eerste officiële WK allround gehouden, dat werd gewonnen door Jaap Eden. “De stemming was vol geestdrift”, aldus De Telegraaf, “en vooral Eden werd donderend toegejuicht.”

Op deze zogenaamde stereofoto zien we een willekeurige winterse dag achter het Rijksmuseum. Wie een speciale bril heeft, of de benodigde apparatuur, kan diepte zien in deze foto.

Via de collectie van het Stadsarchief Amsterdam

4. Schaatsgids voor Zuid-Holland

Eind negentiende eeuw bracht de Zuidhollandsche IJsvereeniging een terreinkaart voor schaatsenrijders uit. Hierin stonden de routes van zestien schaatstochten door de provincie. ‘Voor een goede baan zorgen de vorst, de baanveger en de Zuid-Hollandsche IJsvereeniging.’

Deze gids was een groot succes, want binnen een maand was de eerste druk uitverkocht. De tweede oplage werd meteen aangevuld met leemtes als de streek Pijnakker—Berkel—Bleiswijk en Krimpenerwaard.

Zelfs bij de koudste winter mogelijk zijn die routes nooit meer te berijden, omdat ze nu worden doorsneden door snelwegen en spoorwegen. Een groot deel is ingepolderd, bebouwd of op nog een andere manier gewijzigd. En tóch zullen er 130 jaar later nog steeds herkenningspunten zijn, zoals een brug of een sloot.

Via de collectie van de Koninklijke Bibliotheek / Delpher

5. Boerinnen op schaatsen

Het is niet altijd duidelijk bij schaatsafbeeldingen of we kijken naar wat mensen die uit liefhebberij het ijs betreden of dat het een serieuze zaak is. In de tijd vóór de auto’s kon iemand op schaatsen namelijk grotere afstanden afleggen dan met een paard, waarmee de schaats ook een zeer efficiënt vervoersmiddel was.

Wie het weet, mag het daarom zeggen. Stappen deze boerinnen bij de molen in het Zeeuwse Aagtekerke op het ijs om gezamenlijk te genieten van een tocht? Of hebben ze een afspraak in Grijpskerke of Sint-Jan Ten Heere enkele kilometers verderop?

Hoe dan ook doet deze prent uit 1905 een maximaal beroep op onze collectieve gevoelens van nostalgie met Zeeuwse klederdracht, een molen en ijs.

Via de collectie van het Zeeuws Archief

6. Bandy in Baarn

In november 1925 was het koud genoeg om te schaatsen. De Baarnse IJsclub kon zo voor de eerste keer in het seizoen een baan uitzetten voor de plaatselijke liefhebbers. Een dag later begon het te dooien en was het schaatsfeest alweer voorbij.

Er is een film van gemaakt, waarvan hier een screenshot staat. We zien een aantal schaatsers met een hockeystick. Die waren niet bedoeld voor het spelen van ijshockey, zoals wij dat nu kennen, maar voor het zogenaamde bandy. Deze sport werd in de winter van 1891 in Nederland geïntroduceerd door sportpionier Pim Mulier, eerder dan het hockey zelf.

Als er geen ijs lag, verplaatsten de spelers zich naar het vasteland voor het spelen van hockey. In de naam van de oudste hockeyclub van Nederland zien we dat nog terug: de Amsterdamsche Hockey- en Bandy Club. Waarmee we nu dus ook weten dat het Nederlandse hockey als wintersport is ontstaan.

Via de collectie van Beeld & Geluid

7. Zaanse IJskronieken

Nico Grootes uit Westzaan maakte in 1929 zijn eerste aantekeningen van de winter, 13 jaar oud. Dat heeft hij daarna een halve eeuw lang gedaan vanaf de eerste vorstdag van het seizoen. Hij schreef alles op, waarmee hij een kroniek maakte over vijftig jaar winter. Hij bundelde dat allemaal in 1979 in zijn boek 50 jaar Zaanse IJskronieken. Tijdens de Elfstedenwinters van de jaren 80 volgden nog enkele aanvullingen

In 1987 is Grootes overleden, waarna verzamelkring De Poolster toestemming kreeg van de nabestaanden om dit document in zijn geheel online te zetten. Het zijn fascinerende verhalen, onder meer de Hongerwinter in 1944 en 1945 toen hij enkele houtslopers zag, op jacht naar brandstof. ‘Op klaarlichte dag hakten die enige landhekken en zelfs een petmolen om en probeerden deze mee naar huis te slepen. Maar de eigenaar had hen in de gaten gekregen en hij ging er, gewapend met de hooivork, op af.’

Via de collectie van Schaatshistorie.nl

8. Kortebaan in Oosterpark

Bij schaatswedstrijden denken wij aan de langebaan, maar Nederland heeft ook een traditie op de korte baan. Dat was vooral in Friesland heel groot, maar ook in Groningen gebeurde dit.

In de ijskoude winter van 1929 waren er bijvoorbeeld wedstijden in het schoonrijden en op de kortebaan van de IJsvereeniging Groningen. Die duurden een heel weekend lang. In diezelfde winter werd deze foto gemaakt op het Eemskanaal. Daarvan werd weer een kaart gemaakt, wat een jaar if vijftien geleden opnieuw werd gedaan. De opbrengst was voor Serious Request van Radio 3FM.

Via de collectie van de Groninger Archieven

9. Schaatsen is oorlog

In de vorige eeuw waren er geen militaire confrontaties met Nederlanders op het ijs, maar er werd wel op getraind, vooral voor de conditie. In de jaren dertig kwam er een schaatseenheid bij het 16de Regiment Infanterie, getraind voor militaire acties op ijs. Het was vooral bedoeld voor mooie foto’s bij ronkende reportages in de populaire weekbladen. Tijdens de zeer strenge winter van 1939/40 gebeurde dat dan ook met militairen op het ijs bij Leusden.

Weekbladen als Het Leven en Panorama plaatsten uitgebreide fotorapportages met een duidelijke boodschap: op het Nederlandse ijs staat ons leger paraat. Het heeft op de vijand helaas weinig indruk gemaakt, want bij de Duitse inval in mei 1940 was het ijs allang gesmolten. En dan kwamen de Duitsers ook nog eens met vliegtuigen in plaats van schaatsers – helemaal flauw.

Zo was voor het Nederlandse leger in ieder geval duidelijk geworden dat schaatsende soldaten niet zo waardevol meer zijn in de moderne oorlogsvoering.

Via het Nederlands Instituut voor Militaire Historie.

10. Nationaal kampioenschap

In het weekend van 7 en 8 februari 1942 werd in Zutphen het NK allroundschaatsen gehouden. Het was de tweede poging om dit te organiseren, want op 24 januari was dit al begonnen in Amsterdam. Op de tweede dag werd dit echter opeens stilgelegd. Pas heel veel later bleek dat de organisatoren zelf sneeuw op de baan hadden gelegd na geruchten over een dreigende Duitse razzia. Die sneeuw was een smoes om het kampioenschap te staken zonder argwaan te wekken.

Twee weken later waren de schaatsers in Zutphen, waar de Amsterdamse schaatser Herman Buyen zijn nationale titel prolongeerde. Jaap Havekotte was de grote verrassing met een zege op de 5000 meter winnen en een tweede plaats in het eindklassement. Later werd hij beroemd als eigenaar van de schaatsenfabriek Viking.

Via de collectie van het Erfgoedcentrum Zutphen

11. Schaatsen in de Hongerwinter

Zelfs tijdens de Hongerwinter werd er geschaatst. Onderduikers waagden hun leven door even op het ijs te staan, ondanks waarschuwingen van verzetskranten en de regering in ballingschap. In het bevrijde deel van het land stapten ook geallieerde soldaten op het ijs voor wat afleiding met de plaatselijke bevolking.

De familie Van Dijk uit Valkenswaard legden de bevrijding vast op een film. Natuurlijk is het binnenrollen van de tanks zo vereeuwigd, maar helemaal bijzonder is de schaatspret die er meteen daarna op volgde. Soldaten en burgers schaatsen door elkaar heen.

Op een screenshot van de film zien we een vrouw, waarschijnlijk van het gezin. Zij fietst met ontzagwekkende snelheid over het ijs, met kind achterop én een vastgebonden slee.

In die Hongerwinter werd in het bevrijde Mierlo zelfs alweer een nieuwe ijsclub opgericht met op Oudejaarsdag de eerste wedstrijden, waarvoor ook de bevrijders belangstelling hadden.

Via de collectie van Brabant in Beelden

 

Waardeer deze site!

Onze content is gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
https://sportgeschiedenis.nl
Specialist in sporterfgoed. Al dertig jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.