Schaatsen

Moeders mochten niet schaatsen en Atje Keulen-Deelstra dus ook niet

Dat Atje Keulen-Deelstra zoveel schaatssuccessen behaalde, lag niet aan de keuzeheren van de schaatsbond, die zeiden dat moeders geen kampioen worden. Mede door haar sportieve prestaties leverde Keulen-Deelstra een grote bijdrage aan de vrouwenemancipatie, alhoewel ze niet wist wat dit betekende.

 

Atje Keulen-Deelstra was één van de meest populaire schaatsers in de periode van Ard en Keesie. Oorspronkelijk geboren als Atje Deelstra dook haar naam al in 1954 op in de Friese kranten: ‘Meisjeskampioene van Friesland is Atje Deelstra te Grouw’.

De verslaggever loofde haar optreden bij de kortebaanwedstrijden: ‘Atje Deelstra is een krachtfiguurtje dat stevig in de baan ligt.’ Haar naam verscheen zo in de jaren 50 tientallen keren in de kranten en was daarmee al snel een bekende verschijning in Friesland.

Na haar huwelijk met Jelle Keulen in maart 1962 zou ze ook buiten die regio beroemd worden, maar dan als Keulen-Deelstra. Jelle zou door de latere successen van zijn vrouw zelfs voortaan bekend worden als ’mijnheer Keulen-Deelstra’. Hij vond dat overigens wel leuk.

Die nationale successen bleven overigens nog wel even uit, omdat de mannelijke bestuurders van de Schaatsbond bleven volhouden dat Keulen – Deelstra te oud was om topschaatser te worden. Ook was ze nog eens moeder van drie kinderen en dus ongeschikt. Door de opening van een kunstijsbaan in Heerenveen in 1966, zo schrijft Marnix Koolhaas, kreeg de Friezin een uitstekende trainingsfaciliteit vlak bij huis en was ze daardoor in staat de overstap te maken naar de lange baan.

Koolhaas: ‘Gestimuleerd door de Olympische successen van Stien Kaiser, Carry Geijssen en Ans Schut in 1968 in Grenoble, deed Atje in 1969 voor het eerst mee bij een Nederlands kampioenschap en werd zevende.’

 

Een jaar eerder had ze trouwens al indruk gemaakt op de keuzeheren, die zowaar eens de moeite hadden genomen om zelf te komen kijken. Zo konden ze zich meteen op de hoogte stellen van de familiesituatie om te ontdekken dat de kinderen niet hongerig achterbleven tijdens de wedstrijden van hun moeder. Integendeel: de hele familie, dus inclusief mijnheer Keulen-Deelstra, stond erachter. En als troost: ‘Zij is bovendien een zeer goede huisvrouw. Zo naait zij zelf alle kleren voor de kinderen.’

In 1970 begon dan eindelijk haar zegereeks met een nationaal kampioenschap en een wereldtitel. Toen ze 42 jaar was werd ze nog zelfs Nederlands kampioen op de marathon.

Hiermee vervulde zij meteen een belangrijke rol voor de vrouwenemancipatie in ons land, en werd als vliegende huisvrouw zelfs vergeleken met Fanny Blankers-Koen. Zelf was ze hier overigens niet zo mee bezig, zoals Koolhaas opmerkte: ‘Legendarisch werd Atje met de uitspraak dat ze misschien wel geëmancipeerd was, maar alleen dat woord niet kende.’

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.