Na een tegeltjeswijsheid van Leen Pfrommer werd Piet Kleine olympisch kampioen
Op 14 februari 1976 won Piet Kleine de 10.000 meter op de Olympische Winterspelen. Het was de enige gouden medaille voor een Nederlander dat jaar.

Piet Kleine en Leen Pfrommer in 1976, foto Hans Peters via Wikimedia
Precies vijftig jaar geleden was het voor Nederlandse sporters nog niet zo vanzelfsprekend dat er gouden medailles werden gewonnen – zelfs niet door de schaatsers.
Ik had helemaal geen zin om die tien kilometer te rijden
Nieuw tijdperk
De Olympische Winterspelen van 1976 waren de eerste na het tijdperk van Ard Schenk, Kees Verkerk, Atje Keulen-Deelstra en Stien Kaiser. Op de twee voorgaande edities hadden zij van Nederland een grootmacht gemaakt op de langebaan, waarna van een nieuwe generatie werd verwacht dat zij hier een succesvol vervolg aan zou geven.
Piet Kleine werd al snel de nieuwe Schenk genoemd, waarmee een enorme extra druk op hem werd gelegd. “Het was soms om er wanhopig van te worden,” aldus Kleine. “Steeds maar weer werd ik vergeleken met Schenk. Ik wist niet meer hoe ik het had. Ik dacht steeds maar: waarom bestempelen ze mij toch als de nieuwe Schenk?”
Zoals Het Parool treffend samenvatte: ‘Schenk, de Apollo van Sapporo, was in mentaal opzicht voor Piet Kleine een onbereikbaar fenomeen. Hij huiverde bij de gedachte alleen al, dat hij, Piet Kleine, die rol zou moeten overnemen.’
Innsbruck
De Winterspelen van 1976 waren in Innsbruck, waar Sjoukje Dijkstra twaalf jaar eerder als eerste Nederlander een gouden medaille had gewonnen op dit sportevenement. Er werd een ploeg van negen gestuurd: de allrounders Hans van Helden, Piet Kleine, Jan Derksen en Klaas Vriend, de sprinter Jan Bazen, de hardrijdsters Sijtje van der Lende, Annie Borckink en Christa Jaarsma en de kunstrijdster Dianne de Leeuw.
Er ging veel mis, want de organisatie van het langebaanschaatsen was dramatisch. De ijsmeesters namen onbegrijpelijke beslissingen en van enige planning was amper sprake. Een razende Van Helden stapte na de 5000 meter naar de organisatoren, waar hij door zijn landgenoten nog net op tijd kon worden tegengehouden. Met Kleine liep het wat beter af als winnaar van zilver.
Jan Derksen maakte dat al niet eens meer mee, want hij belandde in het ziekenhuis. Er raasde een virus door Innsbruck, waarvan hij slachtoffer werd. Zijn deelnamekaart voor de 5000 meter werd daarom weer ingeleverd. ”Vreselijk jammer,” aldus bondscoach Leen Pfrommer. “Hij is op het ogenblik net zo goed in vorm als Piet Kleine. Dat had dus wat kunnen worden.”
Ook Bazen en Vriend lagen al te bed met het virus, waarbij ze bewust werden afgescheiden van Helden en Kleine. En ook Pfrommer had 39 graden koorts, maar met wat geneesmiddelen kwam hij weer op de been. Derksen, Bazen en Vriend kregen geen pilletje, omdat zij dan na een eventuele deelname alsnog het gevaar liepen om tijdens een dopingcontrole te worden gediskwalificeerd.
Werkloos
In al die hectiek moest Kleine proberen zijn rust te bewaren, zo schreef Het Nieuwsblad van het Noorden. ‘Zittend op een barkruk met een glas melk binnen handbereik observeert Piet Kleine (25) zwijgzaam de drukte in het vrijetijdscentrum van het Olympisch Dorp.’
Hoe dat zou eindigen, kon hij niet voorspellen. “Ik heb twee verloren jaren gehad. Aan het verbeteren van mijn persoonlijke records ben ik een hele tijd niet toegekomen. Ik heb er veel over gepiekerd waarom ik maar steeds bleef hangen, maar daar ben ik toen niet achter gekomen.”
In die tijd was het verboden voor olympiërs om te verdienen aan hun sport, zodat ze ergens anders werk moesten vinden. En ook daar had Kleine problemen. Het Parool: ‘De stukadoor-timmerman kan in zijn eigen branche moeilijk aan de slag. Ook daarbuiten liggen — ondanks ijverig speuren samen met coach Leen Pfrommer — de baantjes niet voor het opscheppen.’
Deze Spelen waren voor hem daarom een open sollicitatie: “Vast staat dat ik een baan wil hebben in de buitenlucht. Binnen werken kan ik niet. Dan heb ik voortdurend het idee dat de muren op mij afkomen.”
Onlogica
De strijd op de 1500 meter was door organisatorisch falen opnieuw uitgelopen op een ongekende chaos. Dat greep Kleine zoveel aan dat hij niet meer het idee had dat hij bij zijn volgende race nog succes kon boeken. “Ik had eigenlijk helemaal geen zin om die tien kilometer te rijden.”
Een onverwacht uitstapje met zijn verloofde Jannie Koster maakte een einde aan zijn sombere gedachtes. “Toen hij terug kwam,” zei Pfrommer, “was het een heel andere Kleine.” Waarna de coach een tekst formuleerde, die meteen op een tegeltje kan.

Kleine reed daarna na de eerste plaats. Misschien hielp het dat Sten Stensen al was begonnen aan een feestje na zijn tijd van 14.53,50. ‘Onverstoorbaar gleed Piet Kleine onverstoorbaar naar die voor onmogelijk gehouden score van 14.50.59, nauwelijks drietiende van een seconde boven het wereldrecord waarmee diezelfde Stensen drie weken geleden in Oslo de schaatswereld verblufte.’
Deze gouden medaille was voor Nederland het hoogtepunt van deze Winterspelen, waar niemand rekening mee had gehouden. ‘Het schaatstoernooi van de onlogica,’ aldus De Volkskrant.
Brug
Heel Nederland bemoeide zich daarna met de maatschappelijke loopbaan van Kleine. Staatssecretaris Van Hulten beloofde zijn best te doen om voor hem een baan als postbode te regelen, maar dat was vooral omdat de politicus wilde dat er ook over hem werd geschreven.
Het duurde daarom nog vier jaar voordat Kleine in Hoogeveen postbode werd. “Ik zocht vastigheid. Ik heb dan tenminste een vaste baan als ik ga trouwen.”
Tijdens de Elfstedentocht van 1997 werd Kleine verblind bij aankomst in Hindeloopen, waarna hij de stempelpost miste. In die stad is een brug naar hem vernoemd, maar helaas staat daar geen brievenbus op.

