NieuwSchaatsen

Ook in 1938 bemoeide de Haagse politiek zich met de Elfstedentocht

De discussie over een Elfstedentocht in coronatijd woedt nu ook in de Haagse politiek. Net als in 1938, want toen leidde hetzelfde onderwerp ook al tot politieke onrust. Dit artikel lees je gratis, maar een donatie stellen we op prijs – onderaan deze pagina.

Al heel vroeg in de winter van 1938 leek een Elfstedentocht in de maak. ‘Indien het vriezende weer aanhoudt’, schreef Leeuwarder Courant op 20 december, ‘zal de traditionele Elfstedentocht zeer waarschijnlijk op Zaterdag 24 December a.s. worden gehouden.’

Er meldden zich zoveel deelnemers dat de Friese organisatie volkomen werd overdonderd. Vanwege dit grote aantal verwachte rijders, waarvan de meerderheid onervaren, waren er baanvegers nodig om het ijs in goede conditie te houden. ‘Voor geroutineerde wedstrijdrijders, die het klappen van de zweep kennen, zou het misschien nog mogelijk zijn geweest den tocht tot een goed einde te brengen,’ aldus de Friezen, ‘maar voor de minder geroutineerden zou de tocht onder deze omstandigheden zeker niet zonder ernstige gevaren zijn geweest.’

Er was geld nodig om die baanvegers te betalen, wat de gemeenten op de route wilden doen via de werkverschaffing. De verbazing in Friesland veranderde in teleurstelling toen het ministerie van Sociale Zaken vanuit Den Haag dat idee blokkeerde, ‘hoewel het verzoek met den grootsten aandrang werd gedaan, ook omdat men de meening is toegedaan, dat hier een zeer groot Friesch belang op het spel stond.’

Er was vanwege de bezuinigingen geen geld voor – discussie gesloten. Er kwam een spontane financiële bijdrage van koningin Wilhelmina om dan zelf maar die baangevers te betalen, gevolgd door vele partijen. Tevergeefs, want de tocht van 24 december werd uitgesteld naar 29 december. Helaas verslechterde de ijssituatie zo snel in die tussenliggende dagen dat de Elfstedentocht van 1938 nooit meer werd verreden.

Vragen voor de regering

Vanwege die norse opstelling van Sociale Zaken stelde senator Rommert Pollema van de CHU schriftelijke vragen aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Sociale Zaken. ‘Hebben de minister kennis genomen van het bericht,’ zo opende hij,  ‘voorkomende in de „Leeuw. Courant” dd. 20 Dec. 1938, betrekking hebbende op de toestand der ijswegen in de provincie Friesland en het gebrek aan baanvegers daarop?’

Zo ja: ‘Zijn de ministers bereid onverwijld maatregelen te treffen, opdat de traditie van den „baanveger” worde hersteld? Zijn de ministers alsdan genegen, hun, die in werkverschaffing op de baan worden geplaatst, althans een billijk bedrag van de te ontvangen „baancenten” ten eigen profijte ten goede te laten komen?’

Met andere woorden: kon er nog even heel snel iets geregeld worden om die baanvegers te betalen, zodat er én een Elfstedentocht kon worden gereden én er een aantal mensen aan het werk kon worden gezet?

Op 7 januari 1939 kwam er een lang en moeilijk antwoord van de ministers dat het allemaal niet anders had gekund met de financiering van de baanvegers. Alleen al het feit dat deze reactie pas meer na twee weken werd verstuurd, betekende dat de ministers niet onder de indruk waren geweest van de zinsnede ‘onverwijld maatregelen treffen’.

En wat maakte het allemaal nog uit? Op 7 januari was de dooi allang ingevallen en was het politieke probleem van de Elfstedentocht uit zichzelf opgelost. De Elfstedentocht van 1938 is daarmee de enige in de geschiedenis, die vanwege overheidsbezuinigingen werd afgelast.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Specialist in sporterfgoed. Schrijft mee aan het boek "Nooit meer Qatar" over de FIFA en mensenrechten, te verschijnen eind mei 2022. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.