NieuwSchaatsen

Precies 345 jaar geleden werd de Twaalfstedentocht gereden, 300 kilometer lang door Noord-Holland

De Elfstedentocht is heel oud, maar in Noord-Holland waren er nog eerder al vier schaatsers, die een Twaalfstedentocht voltooiden. Deze helden kwamen uit Koog aan de Zaan. 

De oudste melding van de Elfstedentocht is uit 1749 als wordt geschreven over ‘Pier die d’ellef Steden van Vriesland op één dag heeft in het rond gereden’. Veertien jaar later verscheen het boek Historische Beschryvinge van Friesland: ‘Het is ook meer als eens gebeurt dat goede Schaatse-ryders op een winterse dag alle XI Steden van Friesland doorgereden en gezien hebben.’

De Twaalfstedentocht

Er zijn uit die tijd veel meer verhalen bekend van monstertochten op de schaats, zowel binnen als buiten Friesland. Eén van de oudste, die we kennen, is van 19 december 1676, vandaag exact 345 jaar geleden, toen er een Twaalfstedentocht werd gereden van bijna 300 kilometer door Noord-Holland. Die voerde langs Haarlem, Amsterdam, Weesp, Naarden, Muiden, Monnikendam, Edam, Purmerend, Hoorn, Enkhuizen, Medemblik en Alkmaar. Op die dag vertrokken Claes Ariszoon Caeskoper, Maijndert Arent, Jakop Blau en Jakop Buur om vier in de ochtend – allemaal als inwoner van Koog aan de Zaan. Om half negen ’s avonds waren zij weer thuis.

Deze schaatsers reden bij volle maan, wat twee dagen vóór de kortste dag van het jaar noodzakelijk was. Op 19 december 1676 kwam de zon pas iets na acht uur op en was al om kwart voor vier ’s middags weer onder. Van de ruim zestien schaatsuren was anders meer dan de helft in het donker of schemer gereden.

Claes Caeskoper was de gangmaker, afkomstig uit de gegoede Zaanse burgerij. In zijn aantekeningen beschreef hij kort en zakelijk zijn Twaalfstedentocht, want het enige wat hij vastlegde was de volgorde van steden en dat het na vertrek uit Alkmaar begon te sneeuwen. Deze tekst stond ook weer in het boek Schaatsenrijden van Mr. J. van Buttingha Wichers, een standaardwerk uit 1888.

‘Den 19 December 1676, stilkes, d’Wint O. en S. (Saterdag volle Maen den 20) ben ick Claes Aris Caesköper, in Comp. met Mayndert Arent, Jacob Blau en Jacob Buur, op scaetz uitgereden van ditto M. Arentses, de cioc “s morgens 4 uur, in heldere maeneschijn tot Harlem. Van daer tot Amsterdam, van daer tot Wesop – van daer tot Naerde, van daer tot Muiden – van daer over Pampoes tot Munkedam – van daer tot Eedam, van daer tot Purmerend, van daer op de Ouwendijc, daer wij de eerste maal playsterde synde omtrent de cloc een uur, van daer tot Hoorn, van daer tot Enckhuyz, van daer tot Medenblic van daer tot Alcmaer, daer nogh eens playsterde en van daer naer huis, doen wij even van Alcmaer af ware begoste snouwen, en quame soo thuys, omtrent de cloc half nege saves, hebbende bovengemelde 12 stede besogh top één dagh.’

Alleen door deze persoonlijke aantekeningen weten we van de Twaalfstedentocht, want verder werd er weinig ruchtbaarheid aan gegeven. Waar de Elfstedentocht in Friesland vanaf de zeventiende eeuw een terugkerend verschijnsel is geworden van dappere individuen met sinds 1909 een georganiseerde tocht, gebeurde dat niet in Noord-Holland.

Klunen en storm

Sinds 1676 is deze tocht slechts één keer herhaald door de gebroeders Klaas en Willem Oostindie, net als hun voorgangers afkomstig uit Koog aan de Zaan, in dit geval een dag na volle maan.  Op 29 december 1822 passeerden zij dezelfde twaalf steden, maar dan andersom. Omdat de Zuiderzee nog niet was bevroren, moesten ze dertig kilometer extra afleggen, waarvan een groot deel klunend. De wind werd gedurende de dag steeds stormachtiger. Pas na 24 uur waren ze thuis, waarna zelfs De Nederlandsche Staatscourant erover schreef. Zelf deden ze dat in de Algemeene Kunst- en Letter-Bode van 1828.

In de twee eeuwen daarna heeft nooit iemand voor een derde keer de twaalf Noord-Hollandse steden op één dag geschaatst, alhoewel De Telegraaf op 25 december 1938 een poging heeft gewaagd: ‘Voelt niet één der ijsclubs in het Westen des lands zich geroepen in deze vorstperiode den 12-stedentocht te doen herleven?’

Dagblad De Zaanlander reageerde positief. ‘Waar zijn de Zaansche nazaten?’ vroeg het zich op 29 december 1938 retorisch af. ‘Voelen zij er niets voor om morgenavond bijeen te komen, overmorgen de twaalfstedenbaan te verkennen, Donderdag de organisatie op papier vast te stellen en diezelfde avond per radio de twaalfstedentocht op Nieuwjaarsdag uit te schrijven?’

Het is er nooit van gekomen.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.