NieuwSchaatsen

Precies 55 jaar geleden begon het tijdperk van Ard Schenk en Kees Verkerk

Op 23 januari 1966 begon het tijdperk van Ard Schenk en Kees Verkerk, van Ard & Keessie. Het succes van dit schaatsduo veranderde de complete Nederlandse sport. Dit artikel lees je gratis, maar met een donatie maak je ons werk mogelijk – onderaan deze pagina.

Het erepodium van het EK 1966: Ard Schenk, Kees Verkerk en Valeri Kaplan

Precies 55 jaar geleden werd in Nederland een nieuw schaatstijdperk geboren. Op 22 en 23 januari 1966 werd in een zinderend Deventer IJsselstadion het Europees kampioenschap gehouden, het eerste internationale schaatskampioenschap op een Nederlandse kunstijsbaan. De triomf van Ard Schenk, met Kees Verkerk op de tweede plaats, betekende het begin van het tijdperk van Ard & Keessie.

Miljoenen mensen waren hiervan getuige, omdat het evenement voor de eerste keer live werd uitgezonden op tv. Dat Schenk ook nog eens het EK won, zorgde helemaal voor een ongekende vreugde-explosie, die met terugwerkende kracht het begin bleek van het fanatieke en kleurige Oranje-legioen – ver voordat zoiets bij het Nederlands voetbalelftal ontstond.

Schaatscultuur zonder sportief succes

Schaatsen behoort tot de unieke volkscultuur van het lage land aan de zee, al sinds de 17e-eeuwse winterlandschappen van Hendrick Avercamp en sinds Bredero zijn “Moortje” schreef. Dát besef kwam in 1966 in het Deventer IJsselstadion in een geheel nieuwe vorm massaal naar boven, vooral omdat de Nederlandse schaatsers daar zo goed presteerden. En dat was ons land niet gewend, want sportief stelde het Nederlandse schaatsen toen weinig voor.

De toon werd aangegeven door landen als Rusland, Noorwegen, Zweden en Finland. De wereldtitels van Jaap Eden en Coen de Koning waren van vlak vóór en ná 1900, waarna Henk van der Grift pas in 1961 weer een WK won. In 1953 was Kees Broekman de eerste Nederlander geweest, die een EK won – en tot 1966 ook de enige. Op de Olympische Winterspelen was het nog geen enkele Nederlandse langebaanschaatser gelukt om een gouden medaille te winnen.

Heya! Hand in hand!

Het Deventer IJsselstadion zat met 20.000 toeschouwers volgepakt. Naar schatting vijf miljoen mensen volgden de gebeurtenissen op tv. Zelfs de voetbalcompetitie was grotendeels stilgelegd! Frans Henrichs schreef hierover in het Utrechts Nieuwsblad: ‘Zeer velen, die anders langs ’t lijntje op het veld hadden gezeten, werden nu “noodgedwongen” gekluisterd aan hun televisietoestel. Het kan niet anders, of zij moeten schaatsenthousiastelingen geworden zijn.’

De rijders zelf bleken zich bewust van het historische moment, want zij zorgden voor een draaiboek dat zelfs de beste scenarioschrijver uit Hollywood niet had kunnen bedenken. Schenk en Verkerk deden vanaf de eerste race mee om de prijzen. Na twee dagen en drie afstanden was duidelijk dat het duo in de top drie van het eindklassement zou eindigen, waarbij alleen de vraag was in welke volgorde.

De toeschouwers zorgden ondertussen voor een prachtige ambiance, met name de aanhang van Verkerk uit Puttershoek. ‘De supporters van de populaire Verkerk hadden voor hun favoriet een strijdlied,’ aldus de Friese Koerier. De bekendste was Heya! Heya!, overgenomen uit het Noors. Een andere favoriet was „Hand in hand, kameraden, hand in hand, voor Kees Verkerk” – vrij naar het bekende Feyenoord-lied.

Ard en Keessie

De 10.000 meter was de apotheose van het schaatsweekend met een ontketende Verkerk op jacht naar zowel de afstandszege als de Europese titel. Verkerk schaatste alle schema’s aan flarden, zodat coach Anton Huiskes zich geen raad meer wist. Na zo’n negen minuten, net toen Verkerk de benodigde 15 seconden op Schenk vóór lag, viel Verkerk onverwachts in de bocht voor zijn eigen supporters en kwam tegen het spandoek “Puttershoek” tot stilstand. Verkerk stond razendsnel weer op, achterhaalde zelfs zijn tegenstander Fred-Anton Maier, maar de titel was definitief voor Schenk.

Zelf was Schenk daar overigens helemaal niet mee bezig, want die moedigde ondertussen zijn landgenoot hartstochtelijk aan. “Ziet u dat?”, zei commentator Bob Spaak toen hij dit zag, vooral toen Verkerk uitgeput in de armen van Schenk viel. Dit moment bleek beslissend voor de toekomst van de schaatsers, die tot dat ogenblik ieder een eigen bestaan kende, los van elkaar. Opeens waren Schenk en Verkerk echter een duo geworden, vond in ieder het geval het publiek. De yell Keessie! Keessie! veranderde in afwachting van de huldiging spontaan in Ard en Keessie! Ard en Keessie, Schenk en Verkerk, zouden vanaf 23 januari 1966 voor altijd in één adem worden genoemd.

Zo althans omschreef de Friese Koerier het een dag later: ‘Toen vast stond, dat Nederland met Ard Schenk en Kees Verkerk 1 en 2 zou worden in de Europese kampioenschappen, veranderde het Keessie-Keessie in Ard-en-Kees.’ Zelden was de geboorte van een nieuw sporttijdperk zo nauwkeurig te duiden. Veroorzaakt door een schaats-yell die spontaan uit het publiek voortkwam.

Oranjegekte

De volgende dag ontploften de kranten van enthousiasme over de nieuwe helden van het land. ‘Het was niet te begrijpen, het leek een droom,’ analyseerde Ger Bestebeurtje in het Vrije Volk. ‘Met het laaiende enthousiasme van de 18.000 joelende toeschouwers en de bleke gezichten van mijn Noorse, Russische en Zweedse collega’s, die het Ard en Keessie in kronkelschrift op papier zetten, vertelden mij dat het echt wel waar was. Nog nooit is de Nederlandse suprematie zo groot geweest.’

Het EK van 1966 bleek tevens de voorbode van een nieuw sportfenomeen: het Oranjelegioen. Her en der werden in Deventer al oranje mutsen gedragen, wat in de jaren erna massaal werd overgenomen door de Nederlandse schaatssupporters. Met klompen, shirts en te veel bier maakten ze wereldreis naar wereldreis met hun ludieke oranje outfit. In 1974 zou dit verschijnsel zich naar het voetbal verplaatsen tijdens het WK in West-Duitsland. De oranjegekte begon dus niét bij het voetbal, maar bij het schaatsen!

Schenk zelf keek begin 2005 nog een keer terug op die historische dag in Deventer. “Iedereen zag dat Kees die dag beter was,” analyseerde hij, “maar door zijn val nét niet de Europese titel won. Door onze namen te verbinden in één yell werden we in feite bedankt voor de prestaties, die we beiden hadden geleverd.”

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Marnix Koolhaas
Marnix Koolhaas werkt sinds 1986 voor de VPRO, o.a. als presentator/eindredacteur van het programma OVT, Andere Tijden en Andere Tijden Sport. Daarnaast publiceert hij regelmatig over de Nederlandse schaatsgeschiedenis. Zo verscheen in van zijn hand "Schaatsenrijden - een cultuurgeschiedenis". Op dit moment werkt hij aan een geschiedschrijving van het langebaanschaatsen.