Schaatsen

Spionage op WK shorttrack

Sjinkie Knegt is sportman van het jaar geworden als eerste shorttracker in Nederland. In de pioniersfase deden deze sporters alles om de beste te worden – zelfs spionage.

Voor de eerste keer is een Nederlandse shorttracker uitgeroepen tot beste sportman van het jaar. Het heeft lang geduurd dat deze sport, die internationaal al ruim een eeuw wordt beoefend, op deze manier wordt erkend – vooral door de prestaties van Sjinkie Knegt. Volkomen terecht dus dat juist hij de Jaap Eden ontving op het Sportgala afgelopen week.

Geen steun van KNSB

Shorttrack kreeg in Nederland in de begintijd geen enkele steun van de KNSB. Schaatshistoricus Marnix Koolhaas schreef hierover: “In Nederland, traditioneel schaatsland bij uitstek, heeft het moderne shorttrack lang op erkenning moeten wachten. De Hardrijders Club Amsterdam was de eerste die de sport serieus nam. In 1975 deed de club mee aan wedstrijden in het Belgische Brugge.”

Dankzij de onverzettelijkheid van de pioniers in de jaren 70 en 80 ontwikkelde shorttrack zich tot een belangrijke sport in Nederland. In een uitzending van Andere Tijden Sport uit 2014 bleek zelfs dat zij gebruik hadden gemaakt van spionage om erachter te komen op wat voor schaatsen de Canadezen reden! Dat gebeurde tijdens het WK in Milaan.

“We konden er niet van winnen”, zei Wim den Elsen in deze uitzending over de Canadezen. Zij hielden de schaatsen goed verborgen in koffertjes totdat ze allemaal een keer aan het diner zaten. “Ik moest het weten”, bekende Den Elsen vorig jaar. “Dus ik heb ze uit het koffertje gehaald, aantekeningen gemaakt, fotootje genomen. Alles doorgekeken. En toen hebben we het koffertje terug in de tas gedaan, tas dicht en klaar. Vervolgens zijn we die schaatsen zelf gaan maken.”

Het betekende de doorbraak. Ondanks gebrek aan steun en aandacht van de schaatsbond bereikte het Nederlandse shorttrack in de jaren erna de wereldtop.

Gevaarlijk wit balletje

Het is voor de Nederlandse sport niet uniek dat een sportbond geen positieve bijdrage leverde aan de ontwikkeling. Het Nederlandse hockey bijvoorbeeld heeft in de eerste decennia van zijn bestaan met andere spelregels gespeeld dan de rest van de wereld – ruwweg tot 1925. Het harde witte balletje werd in ons land vervangen door een zachte oranje bal, wat een idee was van tennisser Gerard Scheurleer. Zoals Scheurleer zelf zei: “Toen het hockeyspel voor het eerst hier gespeeld werd, begonnen wij met een cricketbal, en dien te gevaarlijk vindend, zijn wij tot den tegenwoordigen bal overgegaan.”

Zo liepen deze hockeyers een enorme internationale achterstand op, omdat de rest van de wereld met andere regels speelde. Ondanks een hoogoplopende discussie in de Hockeybond weigerde die de internationale regels in te voeren. Pas in aanloop naar de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam werd de witte hockeybal toegestaan. Daarna werd deze sport in ons land erg populair.

Het is een wijze les: luister niet altijd naar de sportbond om te doen wat goed is voor de sport.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.