NieuwSport en politiek

Bijna tachtig jaar na de deportaties liggen de sportvelden van het Apeldoornsche Bosch er nog steeds

In de nacht van 21 op 22 januari 1943 werden bijna 1300 inwoners van de Joodse psychiatrische instelling Het Apeldoornsche Bosch gedeporteerd, waarna ze allemaal werden vermoord. Op deze plek speelde sport een belangrijke rol. De velden van toen liggen er nu nog. Dit artikel lees je gratis, maar een donatie stellen we op prijs – onderaan deze pagina. 

De korfbalclub van Het Apeldoornsche Bosch, foto via Sinai Centrum

Zo’n honderd jaar geleden werd er in de Joodse wereld steeds meer aan sport gedaan. Deze denkbeelden over sport bereikten in de jaren twintig ook de gezondheidszorg. De Joodse psychiatrische instelling Het Apeldoornsche Bosch nam daarom lichaamsbeweging op in de behandeling, bedoeld voor kinderen met opvoedingsproblemen en voor zwakzinnige kinderen.

Bij de opening in 1909 waren daar 235 patiënten met 67 personeelsleden en twee artsen, wat in 1921 meer dan verdubbeld was tot 542 patiënten met 144 medewerkers. De behandelingen stonden bekend als zeer progressief, wat ook gold voor de aandacht voor sport. De nieuwe methode had succes, want in de zomer van 1926 richtten de patiënten hun eigen sportclubs op, zoals Sport Staalt Spieren. Twee jaar later werd er tijdens een feest van de personeelsvereniging een Imitatie Olympiade gehouden, ongetwijfeld beïnvloed door de echte Olympische Spelen die op hetzelfde moment in Amsterdam werden gehouden.

Sportdagen 

Aanvankelijk werd voor zulke wedstrijden een terrein gebruikt op de nabijgelegen Sarahoeve, maar in 1931 schonk Julius Menko Hartogensis als regent van het Apeldoornsche Bos een compleet nieuw terrein met kleed- en wasgelegenheid, voor die tijd zeer modern en hygiënisch. De instelling was er natuurlijk erg blij mee, omdat sport samenwerking en sportiviteit stimuleert. ‘Dat kan als algemeen bekend geacht worden.’

Op het nieuwe onderkomen werden sportdagen gehouden met deelnemers vanuit de wijde omgeving, zowel van reguliere sportclubs als andere zorginstellingen. Via de sport bleven deze Apeldoornse patiënten in contact met de buitenwereld, in plaats van dat ze daarvan werden afgezonderd.

In de zomer van 1936 was er zo’n sportdag, die duurde van ’s ochtends vroeg tot middernacht met een receptie en feestelijke afsluiting. ‘Op het sportterrein wapperden de vlaggen. Gedurende den duur der wedstrijden verzorgde de heer Böttcher te Apeldoorn per versterkte luidspreker gramophoonmuziek. Er is oprecht genoten.’ De ingebruikname van een gymnastiekzaal in 1937 was een volgende stap, want zo konden de patiënten ook met slecht weer in beweging komen. ‘De schitterende toestellen zijn een belangrijke aanwinst.’

Voetbalwedstrijd bij het Apeldoornsche Bosch, afkomstig uit kleurenfilm – hier kijken

Simultaandammen

De Apeldoornse patiënten maakten regelmatig uitstapjes, zoals een bezoek aan de Joodse jeugdvereniging Akabja in Arnhem. Na een wandeling door de stad waren er schaak- en damwedstrijden. Met de fiets keerde deze groep weer terug, ‘waarbij over Velp, Posbank, Laag Soeren werd gereden en heel wat natuurschoon bewonderd werd.’

In 1939 bezocht dammer Maurice Raichenbach de instelling voor een simultaansessie op 55 borden. Een sensatie, want deze dammer won op zijn 18e al de wereldtitel als jongste aller tijden. ‘De heer Raichenbach kon op 47 gewonnen partijen bogen, terwijl hij er 1 had verloren en 7 remise speelde.’

Het was één van de laatste hoogtepunten in het Apeldoornsche Bosch, want al in 1939 puilde de instelling uit haar voegen vanwege een grote stroom Joodse vluchtelingen uit Duitsland. De gymzaal was inmiddels ingericht als schuilplaats voor bombardementen. In de nacht van 21 op 22 januari 1943 werden bijna 1300 patiënten en verzorgers vanuit de instelling gedeporteerd, die allemaal naar Auschwitz werden gestuurd om meteen te worden vermoord, mits ze al levend waren aangekomen.

Herinneringscentrum

Enkele jaren geleden dreigden projectontwikkelaars bezit te nemen van het terrein, wat is voorkomen na een indringende lobby. Zo kon een jaar geleden een herinneringscentrum worden geopend, gevestigd in de voormalige woning van Philip Fuldauer, pedagoog en directeur van het Paedagogium Achisomog, de kinder- en jeugdafdeling van het Apeldoornsche Bosch.

In de bijhorende expositie zijn ook de sporen van de sport uit de jaren 30 weer te zien. Zelfs de velden uit 1931 liggen er nog, als herinnering aan die vooroorlogse dagen.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.