Olympische SpelenSport en politiek

De Olympische Spelen en het Duitse probleem

De internationale sportwereld was voor communisten en kapitalisten een prachtig podium om er een Koude Oorlog uit te vechten. Een doorbraak was toen de DDR werd toegelaten tot het IOC.

Na de Tweede Wereldoorlog viel Duitsland uiteen in een westelijk en oostelijk deel. Daarmee viel ook de Duitse sportwereld uit elkaar, tot op olympisch niveau. West-Duitsland maakte in 1949 als eerste een doorstart met de oprichting van een nieuw Olympisch Comité. Adolf Frederik hertog van Mecklenburg werd toen benoemd als voorzitter, de broer van prins Hendrik ofwel de echtgenoot van koningin Wilhelmina.

In 1955 mocht de DDR bij het IOC, mits het met de West-Duitsers één olympisch team zou vormen.

In zijn eerste rede deed hij de opmerkelijke uitspraak dat de Spelen van 1936 in Berlijn niet voor nazi-propaganda hadden gediend. Het Internationaal Olympisch Comité nam de nieuwe West-Duitse organisatie overigens niet meteen op in de gelederen, omdat er zo kort na de oorlog de nodige weerstand bestond tegen een snelle Duitse terugkeer,

Twee jaar later volgde de DDR met een eigen olympisch comité met Kurt Edel als voorzitter. ‘Het comité zal een verzoek tot erkenning bij het Internationaal Olympisch Comité indienen,’ aldus De Telegraaf van 23 april 1951. Daartegen bleek alleen nóg meer weerstand te zijn dan een lidmaatschap van een West-Duits comité. De strijd die hierop volgde duurde veertien jaar als een prachtig studieobject voor een praktijkgevalletje koude oorlogsvoering.

Verbroedering?

Zes jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog waren er dus twéé Duitse Olympische Comités met een verzoek om lidmaatschap van het IOC. De Sovjet-Unie was toen nog geen lid, omdat ze tot 1940 doelbewust de olympische gemeenschap boycotte als zijnde een kapitalistisch complot. Zo noemde de Nederlandse communistische krant De Tribune in 1932 de Olympische Spelen een krankzinnige recordjacht. Liever organiseerden de communisten eigen sportevenementen in plaats van mee te doen aan de Olympische Spelen.

Na de oorlog nam Moskou echter een ander standpunt in, omdat het zich realiseerde dat de sport de voortzetting is van politiek met andere middelen. Het communisme kon op Olympische Spelen en andere grote sporttoernooien aantonen dat het betere sporters had dan het kapitalisme, om zo te bewijzen dat het een superieur systeem is. Dat sport verbroedert, zoals in het westen wel eens wordt beweerd, was daarbij geen uitgangspunt – integendeel.

In het jaar 1951 werd de Sovjet-Unie lid van het IOC, net als West-Duitsland. De DDR echter werd toegang geweigerd, waarbij het IOC hoopte dat de twee Duitse comités met elkaar zouden gaan samenwerken. Zo kon sport het goede voorbeeld geven, aldus de officiële verklaring. En inderdaad werd kort daarna een eerste vergadering belegd om hierover te praten, maar echt vriendschappelijk werd het eigenlijk nooit. De West-Duitsers bijvoorbeeld wilden niet op gelijke voet samenwerken, omdat zij 40 miljoen inwoners vertegenwoordigden en de DDR slechts 22 miljoen.

‘De DDR staat natuurlijk op het standpunt,’ schreef de communistische krant De Waarheid, ‘dat beide comités gelijke zeggenschap moeten krijgen, indien tot samensmelting wordt overgegaan.’ Zo sloeg de Duitse kwestie over naar de Nederlandse pers, omdat De Waarheid per definitie het standpunt van Moskou verdedigde.

Zuur in het vat

In 1955 mocht de DDR bij het IOC, mits het met de West-Duitsers één olympisch team zou vormen. Dat ging niet makkelijk, omdat beide landen elkaar tot op het kinderachtige af het leven onmogelijk maakten. Elke keer als er nieuwe Spelen in aantocht waren, probeerde de DDR een breuk te forceren om een onafhankelijk lidmaatschap mogelijk te maken, en daarmee een zelfstandige deelname aan de Spelen. Als De Waarheid het in die tijd nodig vond om een West-Duitse sportleider een nazi of fascist te noemen, gebeurde dat ook meteen.

Toch lukte het vanaf 1956 om een gezamenlijke ploeg naar de Spelen te sturen, waarbij de DDR vooral hoopte dat hiermee internationale erkenning zou volgen. Een gezamenlijke huldiging na de Zomerspelen van 1956 zat er alleen niet in, want de DDR weigerde hiervoor zijn sporters naar het westen te sturen. Zo zat er altijd zuur in het vat.

Vanaf 1959 werd het alleen maar zuurder, nadat de DDR een eigen vlag had, die het wilde gebruiken op de Spelen. De bouw van De Muur in 1961 zette de verhoudingen nog meer op scherp. Zelfs over de kleur van de Duitse skipakken was ruzie, want zowel de BRD als de DDR claimde het beste te zijn. En dus kregen de heren grotendeels een Oost-Duits pak en de dames een West-Duitse variant.

In 1964 werden alle onderlinge relaties dan eindelijk definitief verbroken nadat West-Duitsland had besloten niet meer mee te doen aan wedstrijden in de DDR. Het IOC kon er daarna niet meer onderuit om de DDR toe te laten. Nog in datzelfde jaar kwam Moskou dan ook met het voorstel om de DDR als zelfstandige natie toe te laten.

En zo geschiedde vandaag precies vijftig jaar geleden: het IOC accepteerde een eigen ploeg en deelname van de DDR aan de Olympische Spelen. Twintig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog waren de twee Duitsland ook op olympisch niveau van elkaar gescheiden.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.