Sport en politiek

Honderd jaar handgranaatwerpen

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de handgranaat een populair wapen. Handgranaatwerpen werd zelfs een militaire sport.

Sport heeft veel te danken aan oorlog. Op 17 juli 1915 – midden in de Eerste Wereldoorlog – schreef de Nieuwe Rotterdamsche Courant dat er door de mobilisatie veel belangstelling voor sport was ontstaan bij de militaire autoriteiten. ‘Niet alleen bij ons eigen leger heeft men gezien waartoe door de sport geoefende soldaten in staat zijn, maar vooral bij de strijdende legers is ten duidelijkste bewezen, dat de sport een onmiskenbaren invloed ten goede op den soldaat heeft.’

Een groot attractienummer zal het granaatwerpen blijken te zijn.

Een goede conditie is tenslotte belangrijk voor een soldaat, net als samenwerking en gevoel voor discipline. Oorlogshandelingen kunnen zelfs worden gesimuleerd in de sport. Militaire organisaties en sportbonden werkten daarom samen tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarbij de Atletiekunie materiaal ter beschikking stelde aan de soldaten, net als de Nederlandsche Voetbalbond.

Precies honderd jaar geleden was er een doorbraak, want op 13 juli 1917 stuurde opperbevelhebber Snijders van de land- en zeemacht een circulaire rond aan de militaire autoriteiten over sport onder soldaten. ‘Voor zoover de lichamelijke ontwikkeling en eene gezonde ontspanning van de gemobiliseerde troepen door u niet in die mate bevorderd kunnen worden als noodig dan wel wenschelijk wordt geoordeeld, wegens het niet kunnen beschikken over voldoende middelen, llgt het in mijn voornemen te trachten daarin iets te doen voorzien.’

Kort samengevat in de taal van onze eeuw: er kwam geld om de conditie van de soldaat te stalen. En dat was volgens de N.R.C. van 17 juli een enorme stap voor de Nederlandse sport: ‘Welk propagandist voor de sport zou een jaar geleden aan een dergelijke circulaire hebben durven denken? Wij vermoeden van niemand. Ze is dan ook een der weinige lichtszijden van den mobilisatietijd.’

Een groot attractienummer

Eén van de sporten die werd aanbevolen, was handgranaatwerpen. Het was een piepjonge discipline, want de eerste keer in Nederland was op 2 mei 1915 in het Amsterdamse Stadion, de voorloper van het huidige Olympisch Stadion. ‘Een groot attractienummer zal het granaatwerpen blijken te zijn,’ schreef het Algemeen Handelsblad een dag later.

Landen als Duitsland en Engeland begonnen er ook mee, maar voor deze soldaten was de nieuwe sport van veel directer belang, omdat zij in een loopgravenoorlog waren verwikkeld waarbij dit wapen veel werd ingezet. De beste kreeg een prijs en ondertussen maakten de soldaten zich de kunst van het werpen eigen. Het enige verschil met de praktijk was dat de handgranaat niet dodelijk ontplofte, wat in oorlogssituatie natuurlijk wel de bedoeling was.

Oefenen voor de oorlog doe je niet samen met de vijand.

Nabootsen van de oorlog

De oudste melding uit Duitsland van het handgranaatwerpen als sport is van 15 juli 1915 toen een atletiekvereniging uit Hamburg dit in haar programma opnam. In december 1915 kwam er een melding vanuit Engeland, waarbij de oorlogshandeling uiterst realistisch werd nagebootst, zelfs met een ontploffende granaat:

‘Acht man gaan in de achterste loopgraaf, gewapend met handgranaten, die van een lont zijn voorzien en “echt” kunnen ontploffen. De lont brandt juist 5 seconden. Een opsteker die niet tot den groep behoort, steekt de lont aan en geeft dan de granaat aan den persoon die haar moet werpen. Deze moet het zoo inrichten, dat de granaat juist bij het vallen in de loopgraaf, dus aan het einde van de vijfde seconde ontploft. Hij mag die dus niet te vlug wegwerpen. Is de toer gelukt, dan stormt de groep naar de tweede loopgraaf, enz. tot alle loopgraven genomen zijn, dan begint de tweede groep hetzelfde spel. De groep, die de laatste loopgraaf in den kortsten tijd bereikt, is overwinnaar.’

Nóg realistischer werd het in Berlijn, nota bene in het stadion waar de Olympische Spelen van 1916 hadden moeten worden gehouden, maar die door de oorlog waren afgelast. Op 26 maart 1916 was er een wedstrijd in het granaatwerpen vanuit speciaal aangelegde loopgraven. Ook vond er een hinderniswedstrijd plaats waarbij loopgraven met draadversperringen bestormd moeten worden. ‘De wedstrijden zijn natuurlijk slechts nationaal,’ voegde een verslaggever er voor de zekerheid aan toe, alsof Engelse of Franse soldaten belangstelling hadden om zich te mengen in deze sportieve krachtmeting. Oefenen voor de oorlog doe je niet samen met de vijand.

De honkbal-handgranaat

Zo beïnvloedde de Eerste Wereldoorlog de sport uit die tijd, maar het kon ook andersom. Op 18 juli 1915 – deze week óók al precies een eeuw geleden – meldde de Australische krant The Daily News dat Canadese soldaten aan het front hun handgranaten niet met de hand wierpen, maar met een stick, waarmee ze hun nationale sport lacrosse speelden.

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werden handgranaten gemaakt in de vorm van een honkbal.

Dat is een stick met een soort mandje, waarmee onder normale omstandigheden de bal wordt verplaatst. Maar niet in oorlogstijd, want daar werd de bal vervangen door een handgranaat, die zo aanzienlijk verder kon worden gegooid. En aangezien elke Canadees van jongs af wel weet hoe ze die stick moeten gebruiken, dook dat ding honderd jaar geleden opeens op aan het Europese front. Zoals een Nederlander wél weet hoe die moet schaatsen en een Spanjaard niet, weet een Canadese soldaat hoe hij moet omgaan met een lacrossestick. Er was geen Duitser, die dat ook kon.

Het Amerikaanse leger gooide eveneens zijn nationale sporten in de strijd, blijkt uit een fantastisch artikel op de site War Is Boring. Iedereen weet daar tenslotte hoe een American football of baseball moet worden gegooid en daarom werden er aan het einde van de Tweede Wereldoorlog handgranaten gemaakt in de vorm van een honkbal! Die bleek alleen te gevoelig en richtte soms meer schade aan in eigen kring dan bij de vijand en werd daarom uit de roulatie gehaald. Daarna probeerden de Amerikanen het nog met een handgranaat in de vorm van een football, maar ook dat bleek niet te werken.

Handgranaatwerpen bestaat nog steeds. Op 29 augustus bijvoorbeeld is op de Johannes Postkazerne in Havelte een bijeenkomst van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reserveofficieren, waar deze sport wederom wordt beoefend.

Sport en oorlog hebben veel aan elkaar te danken.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.