Sport en politiek

Lech Walesa heeft doorbraak te danken aan de Olympische Spelen van 1980

Vlak voor aanvang van de Olympische Spelen van 1980 in Moskou braken in Polen stakingen uit. Het werd de doorbraak van Lech Walesa, blijkt uit een reconstructie met vrijgegeven CIA-documenten. Vanwege de Spelen was Moskou namelijk bang om in te grijpen.

Het politieke leven van Lech Walesa is verbonden met de opkomst van de vakbeweging Solidarność, die een doorbraak kende in 1980. Niet toevallig was dat precies in de aanloop naar de Olympische Spelen dat jaar in Moskou, zo blijkt uit vrijgegeven documenten van de CIA over de toenmalige situatie in het Oostblok. Sportgeschiedenis gebruikte dit materiaal voor een reconstructie.

Boycot van Moskou

De Olympische Spelen waren in de jaren 70 een belangrijk podium voor de Koude Oorlog tussen het kapitalistische Westen en het communistische Oosten. Deze politieke strijd vond zijn hoogtepunt (of dieptepunt) in de wederzijdse boycot van de Spelen van 1980 (Moskou) en 1984 (Los Angeles).

Onder aanvoering van de Verenigde Staten werd in 1980 de eerste boycot uitgeroepen, officieel uit protest tegen de Russische inval in Afghanistan en de mensenrechtensituatie in de Sovjet-Unie. Uit een vrijgegeven CIA-document van 9 januari 1980 blijkt echter dat de VS op zoek was naar de makkelijkste en goedkoopste manier om de Sovjet-Unie te treffen. Dat kon het beste via een sportieve boycot, omdat daarmee het prestige van de Spelen in Moskou in het hart werd getroffen.

Bijkomend voordeel was dat zo’n boycot veel goedkoper was dan een handelsembargo, omdat daar het Amerikaanse bedrijfsleven ook veel last van zou hebben. Op 21 maart 1980 maakten de VS daarom bekend dat ze geen sporters zouden sturen naar de Olympische Spelen. Coca-Cola mocht wél meedoen aan die Spelen, maar de Amerikaanse sporters níet. Zoals gewoonlijk mocht de sport de rommel opruimen waar de rest van de wereld met een boog omheen liep.

Stakingen in Polen

Door deze omstandigheden voerde Moskou in de zomer van 1980 tegelijkertijd een warme oorlog in Afghanistan en een koude oorlog rond de Olympische Spelen, waarmee het regime zo graag internationaal had willen scoren. Een derde conflict was daarmee bijzonder onwelkom, maar tóch gebeurde het. Op 2 juli 1980, zeventien dagen voor de openingsceremonie in Moskou, brak in de Poolse stad Lublin een politieke staking uit van Solidarność.

De CIA publiceerde op 21 juli 1980 hierover een document. ‘De arbeidsonrust in Lublin zou intenser kunnen worden en zich verder kunnen verspreiden over andere steden,’ analyseerde de geheime dienst. Volgens de CIA was toen in minimaal zeventien fabrieken het werk neergelegd, waren de treinrails van Lublin geblokkeerd en vonden er openlijke demonstraties plaats in verschillende steden.

Machtsvacuüm

De communistische leiders in Polen én de Sovjet-Unie hadden hiermee een nieuw probleem. Moesten ze in Polen wel of niet een derde front openen, naast Afghanistan en de Olympische Spelen? Tenslotte ontstond in Polen het serieuze gevaar van een brede opstand tegen het regime, leidend tot een revolutionaire situatie – al helemaal met de Poolse paus Johannes Paulus II in het Vaticaan als brug naar het westen.

Desondanks greep de Sovjet-Unie niet in met tanks, omdat daarmee de propagandistische waarde van de Olympische Spelen definitief in rook zou zijn opgegaan. Zoals de CIA schreef: ‘De Sovjets zouden extreem terughoudend zijn om onder welke condities dan ook militair in te grijpen – speciaal (…) tijdens het houden van de Olympische Spelen in Moskou.’

Een gastland van de Spelen kan het zich simpelweg niet veroorloven om tijdens het sportevenement zelf een oorlog te beginnen tegen één van de deelnemers – iets wat Poetin zich ook realiseerde toen tijdens de Winterspelen in Sochi de onlusten begonnen in Oekraïne. De Russische tanks verplaatsten zich naar de Krim ná de slotceremonie en niet ervóór. Poetin had duidelijk geleerd van 1980.

Verder had Moskou 35 jaar geleden niet de capaciteiten om zowel in Afghanistan als in Polen een warme oorlog te voeren. Oorlog voeren is erg duur en al helemaal als er net een gigantisch bedrag is uitgegeven aan de Olympische Spelen – volgens de CIA zo’n zes millard dollar. Met een zeker cynisme kan het IOC dus de opkomst van de democratie in Polen claimen, omdat Moskou financieel in de touwen lag na het organiseren van de Olympische Spelen en daarmee geen geld meer had om tanks naar Polen te sturen.

Hierdoor heeft de Poolse vakbeweging misschien net dat extra beetje zuurstof kunnen happen om zich verder te ontwikkelen. Op een beslissend moment in de ontwikkeling hield de Sowjet-Unie zich rustig om haar Olympische Spelen niet in gevaar te brengen. Al dan niet bewust maakte Solidarność gebruik van het politieke vacuüm, dat tijdens de Spelen was ontstaan.

Kampioen Walesa

Moskou probeerde na de Spelen nog te redden wat er te redden viel. Op 3 augustus waren die afgelopen, waarna kort daarna werd de eerste stakingsleider opgepakt: de vuilnisman Marek Glesman uit Warschau. Nog in dezelfde week verhardde de Poolse regering haar houding, maar het was te laat. In de weken hierna werd het complete land overspoeld door stakingen en aan het einde van de maand werd Solidarność erkend als eerste vrije vakbond van Polen. De voorheen onbekende Walesa werd de leider en meteen het gezicht van een nieuw Polen.

Sport was in 1980 slechts bijzaak van de Olympische Spelen. De grootste winnaar dat jaar was Lech Walesa.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.