Sport en politiek

Sportbestuurder verdedigde Rotterdam tegen de Duitsers

In de nacht van 9 op 10 mei 1940 begon de Duitse inval van Nederland. Pieter Scharroo leidde de verdediging van Rotterdam. De meeste mensen in die tijd kenden hem als vooraanstaand sportbestuurder, onder meer bij het NOC.

Men kan zich voorstellen welke persoonlijke gevoelens ik, als vaderlander en commandant van Rotterdam in de oorlogsdagen, tegenover de Duitsers in het algemeen heb.

Pieter Scharroo was van 1914 tot en met 1928 voorzitter van de Atletiekunie. In 1924 werd hij waarnemend voorzitter van het Nederlands Olympisch Comité. In datzelfde jaar werd hij lid van het Internationaal Olympisch Comité en zou dat tot en met 1957 blijven. Hiervan zat hij zeven jaar in het Dagelijks Bestuur. Met andere woorden: een sportbestuurder van de eerste orde, ook omdat hij één van de organisatoren was van de Spelen van 1928 in Amsterdam.

In 1950 stelde Scharroo de Duitse en Japanse terugkeer op de Olympische Spelen van 1952 ter discussie. “Wij mogen de vraag stellen”, zei hij toen, “of de atleten van de landen, die zo intens geleden hebben onder de Duitse slavernij, bereid zijn deel te nemen aan de Spelen, wanneer de Duitsers en de Japanners uitkomen.”

Hij sprak uit eigen ervaring, want in mei 1940 was hij verantwoordelijk geweest voor de verdediging van Rotterdam. “Men kan zich voorstellen welke persoonlijke gevoelens ik, als vaderlander en commandant van Rotterdam in de oorlogsdagen, tegenover de Duitsers in het algemeen heb.”

Scharroo was in het dagelijks leven namelijk beroepsmilitair. In maart 1940 was hij als kolonel der Genie benoemd tot garnizoenscommandant van Rotterdam. Twee maanden later werd hij gedwongen de stad te verdedigen tijdens de Duitse inval, waarbij hij probeerde te voorkomen dat de stad werd gebombardeerd. Uiteindelijk was hij degene die door de puinhopen met de witte vlag ter overgave naar de Duitsers liep.

Olympische Spelen 1928 Amsterdam. Lunch / middagmaal (

De notabelen van de Olympische Spelen van 1928 bijeen voor een feestmaal, inclusief Scharroo

Geen onderscheiding

Allert Goossens schrijft hierover op de site Grebbeberg.nl: ‘Zonder dat Scharroo een veldcommando had, en zonder een behoorlijke staf, werd hij plotseling geacht de plotseling in het hart van zijn stad gelande Duitsers met zijn grosso modo ongetrainde gevechtstroepen te bestrijden en het gepenetreerde zuidfront te behouden. Zonder de opleiding te hebben genoten voor een infanterie veldcommando, wist hij op bekwame wijze vijf dagen lang de strijd in Rotterdam te leiden.

Als enige van alle troepencommandanten in ons leger was hij van de eerste tot de laatste minuut in een strijd gewikkeld met de vijand, en onderscheidde hij zich door leiderschap en beleid. Hij stond in het epicentrum van een gebeurtenis die ons heden ten dagen nog allen bijstaat, en die nog steeds aanleiding geeft tot discussie en publicatie: het bombardement van Rotterdam.’ Aldus Goossens op Grebbeberg.nl.

Ondanks zijn optreden werd Scharroo nooit onderscheiden voor zijn werk – niet militair tenminste. Hij was ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, officier in de Orde van Oranje Nassau, erelid van het IOC, de Atletiekunie, de Krachtsportbond en nog vele andere bonden – dat allemaal wel.

‘Het verwondert enorm,’ vindt Goossens daarom, ‘dat de lange lijst met onderscheidingen die Scharroo ten deel vielen, geheel bestaat uit civiele orden. Er zijn honderden Nederlandse militairen in mei 1940 onderscheiden voor veel mindere prestaties dan die van kolonel Scharroo. Zonder op enige wijze afbreuk te willen doen, is dit voor mij niet te plaatsen.’

NSB

Een reden hiervoor kan zijn dat Scharroo – hoe merkwaardig ook als verdediger van Rotterdam – begin jaren dertig betrokken was bij de oprichting van de NSB. Desondanks zou hij nooit lid zijn geweest en had hij deze partij in ieder geval al in 1935 verlaten – nog voordat de NSB antisemitisch werd.

Tot nu toe is niet officieel bekend waarom hem deze militaire eer is onthouden, maar desgevraagd heeft Goossens een vermoeden. Hij schrijft deze week in een mail:

‘Ik heb ondertussen wel bewijzen dat Sjoerd Scharroo, de zoon van Pieter, die in de meidagen nog als 2e luitenant der mariniers in Hoek van Holland diende, tijdens de oorlog voor de Duitsers ging werken. Samen met enige andere mariniers nam hij eerst dienst bij de Duitsegezinde Zeereddingsdienst. Hij deed daarna een opleiding aan de Duitse politieschool te Schalkhaar en werd in mei 1942 Opperluitenant der Staatspolitie / Marechaussee. Hij is tijdens de oorlog door een knokploeg samen met een andere politieman (J. Janssen) doodgeschoten in Loenen aan de Vecht op 23 oktober 1944.’

Goossens vervolgt: ‘Ik ben er haast van overtuigd dat die kwestie ook Pieter Scharroo euvel is geduid. Te meer daar hij zelf zich in 1932 bij de eerste oprichtingsperikelen rond de NSB bewogen heeft (en zich overigens kort erna distantieerde van het geheel). Hij is zeer nadrukkelijk een van de slachtoffers geweest van het onwerkelijk puriteinse naoorlogse mores spel, waarbij vele werkelijke verraders en collaborateurs nadrukkelijk werden gespaard maar vele goede vaderlanders onwerkelijke belastende zaken aan de pantalon gehangen kregen. Heel kwalijk allemaal.’

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.