Sport en politiek

Toon eens ambitie en bouw het Koning Willem-Alexander Stadion

Het schiet maar niet op met de revolutie. Deze maand nog concludeerden de Universiteit Utrecht en accountants- en adviesbureau Deloitte dat het brede publiek amper weet wat de circulaire economie inhoudt. Het bedrijfsleven en de overheid moeten daarom veel meer doen aan het stimuleren van innovatie, zo luidt nu de aanbeveling.

Wel, denk ik dan, laten we het Koning-Willem Alexander Stadion bouwen, geheel gebaseerd op de principes van de circulaire economie. En dan niet op een plek waar toch niemand naar kijkt, maar heel ambitieus op de rand van land en water. Zo wordt het stadion meteen het nieuwe icoon van onze eeuwenoude strijd tegen het water, de Afsluitdijk van onze tijd.

De dynamiek van de sport wordt zo de dynamiek van de samenleving, zoals stadions altijd al meer zijn geweest dan een plek voor de sport alleen. In 1933 zei koningin Wilhelmina dat heel treffend in het Olympisch Stadion tijdens haar 35-jarige regeringsjubileum: “De nationale gedachte bindt ons hier allen tezamen.”

We hebben opnieuw een plek nodig, die ons samenbindt. Een stadion kan helpen als de boodschapper van een nieuwe tijd, net zoals een eeuw geleden in Amsterdam is gebeurd. In 1914 sprong de hoofdstad van de negentiende naar de twintigste eeuw met de bouw van Het Nederlandsch Sportpark, gelegen naast het huidige Olympisch Stadion. Voor Amsterdam begon zo een nieuw tijdperk, want hiervoor was een compleet nieuwe infrastructuur van toegangswegen nodig naar een nog leeg gebied van de stad. De grote maatschappelijke waarde werd onmiddellijk herkend door het stadsbestuur, dat het nieuwe stadion dan ook meteen opnam in Plan Zuid. “De architect Berlage,” verklaarde het college van Burgemeester en Wethouders in oktober 1914, “heeft gemeend aan het stadion een blijvende plaats in het te wijzigen uitbreidingsplan te moeten toekennen.” De sportbeweging van honderd jaar geleden sleurde Amsterdam zo aan zijn nekharen naar de twintigste eeuw.

Het Koning Willem-Alexander Stadion wordt de boodschapper van de nieuwe tijd van de circulaire economie. Het wordt geen exclusief project voor wat multinationals, maar voor iedereen met goede en bruikbare ideeën. Een multinational als Philips levert zijn kennis over energieneutrale stadionverlichting. Een voetbalclub als Wolfaartsdijk uit Zeeland deelt zijn ervaringen met roterende reclameborden met zonnepanelen. En van een schaatshal als Thialf leren we dat we de enorme  energierekening wordt gehalveerd door van aannemers te eisen dat ze hiervoor concrete ideeën aandragen. Geen innovatie? Geen opdracht.

De enige voorwaarde is dat elke bijdrage voldoet aan de eisen van de circulaire economie, zoals hergebruik van grondstoffen. Het stadion zélf kan worden hergebruikt wanneer het wordt ontworpen als een gigantisch Lego-bouwwerk vol losse onderdelen. Als er elders een eenmalig evenement is, worden die onderdelen verwijderd om er op een andere plek een tijdelijk stadion van te bouwen. Na afloop keren die onderdelen terug naar het moederstadion.

De architecten Maarten van Tuijl en Tom Bergevoet hebben dit concept in 2008 al eens bestudeerd, maar sindsdien is er geen uitvoering aan gegeven. Jammer, want daardoor worden keer op keer kostbare en verspillende stadions gebouwd voor mega-sportevenementen. Met het Koning Willem-Alexander Stadion vervangen we de economische nachtmerrie van de Olympische Spelen voor de droom van de circulaire economie.

Dat stadion vernoemen we dus naar Willem-Alexander. Niet alleen om het nationale belang te onderstrepen, maar ook omdat sport en watermanagement twee belangrijke thema’s zijn in het leven van de koning – dezelfde thema’s als bij het circulaire stadion. En natuurlijk om aan te geven dat circulaire economie voor de komende decennia de grootste opdracht is.

Dit kunnen we. Dit doen we. Het Koning Willem-Alexander Stadion komt er. Punt uit.

Dit verhaal stond op 13 november 2017 ook in Trouw – hier.

Advertentie

Bestel bij Bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.