Home > Nieuw > Voor de eerste keer sinds 1927 kan Groningen op de Sportpartij stemmen
NieuwSport en politiek

Voor de eerste keer sinds 1927 kan Groningen op de Sportpartij stemmen

De inwoners van Groningen kunnen woensdag stemmen op de Sportpartij. De laatste keer dat dit kon is al meer dan negentig jaar geleden.

De Sportpartij hoopt woensdag te worden gekozen voor de gemeenteraad van Groningen. Daarvoor zijn in ieder geval zo’n 2.000 tot 3.000 stemmen nodig, afhankelijk van de opkomst en de verdeling van de restzetels.

Voor deze stad is het de eerste keer dat er zo’n partij meedoet, maar Rotterdam had al in 1927 de primeur als eerste gemeente met een speciale sportpartij tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. De campagne liep uit op een teleurstelling en de enige reden dat we dit nu nog weten is omdat er een sporthistoricus over schrijft. Een tweede poging in 1931 liep net zo slecht af.

Politieke onbenulligheid

Op nationaal niveau begon dit verhaal in 1925 toen de Sport-Partij werd opgericht in aanloop naar de nationale verkiezingen. Dat was uit nijd over de anti-sportieve houding van de Tweede Kamer, waarvan de meerderheid net in die tijd de financiering van de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam had afgewezen. Pieter Olij voerde de lijst aan, oud-burgemeester van Buiksloot – tegenwoordig een deel van Amsterdam-Noord – en secretaris van de Koninklijke Nederlandsche Harddraverij en Ren-Vereeniging. De partij kreeg slechts 4.392 stemmen, net iets minder dan de Bezuinigingsbond. Een parlementszetel zat er dus niet in.

Het was zo allemaal snel weer voorbij. De reacties waren ook al negatief geweest op deze partijvorming. Pieter Jelles Troelstra vond de Sport-Partij een product van politieke onbenulligheid. En zelfs de sport zelf zat niet op het initiatief te wachten, waarbij De Revue der Sportensprak over een onding. ‘Het uitbrengen van speciale sportcandidaten bij de Kamerverkiezingen heeft geenszins onze sympathie: onze Kamerleden hebben meer te doen dan sportzaken te behandelen.’

De Sportpartij van Amsterdam

Het duurde dan ook weer een tijd voordat er een vergelijkbare partij kwam. Amsterdam had pas dertig jaar later de primeur als eerste gemeenteraad met een vertegenwoordiger van een sportpartij. In 1958 verwierf tafeltennisser Cor du Buy die zetel namens het Sociaal Verbond en Sportbelangen, dat precies 10.438 stemmen had gekregen.

Du Buy was in die tijd een beroemde sporter als beste tafeltennisser van zijn generatie. En hij was niet de enige bekende sporter bij deze partij, want op de vierde plaats stond Jan Derksen, meervoudig wereldkampioen baanrennen. Niet dat Derksen opeens was gegrepen door het virus van de politiek, zei hij er snel bij. “Ach, zo ernstig heb ik het nou ook weer niet bedoeld. Cor du Buy heeft me eens gevraagd of ik er iets voor voelde op te komen voor de belangen van sportbeoefenaren in zijn partij. Dat wilde ik wel, want de sport ligt in ons land in een hoek en moet verdedigd worden. Maar een politicus hen ik echt niet hoor.” Hij kreeg 600 voorkeurstemmen.

Sport was meteen ook het enige aandachtspunt van deze partij, benadrukte partijsecretaris J. ten Brink. “We hebben geen winterwielerbaan, geen kunstijsbaan en er zijn te weinig sportzalen, renbanen en sportterreinen. Het Amsterdamse verenigingsleven komt in de verdrukking door de zalennood. Klaverjasclubs zijn louter aangewezen op cafés.”

Dat deze partij werd opgericht, had dus alles te maken met frustratie door een tekort aan stedelijk sportbeleid. Du Buy bemoeide zich daarom alleen maar met de spaarzame debatten over sport, maar de rest van de tijd keek hij wat voor zich uit. Na twee jaar was hij er wel klaar mee en vertrok voor een zakelijk avontuur naar Australië. Zijn zetel gaf hij door aan Ten Brink.

Ondanks zijn geringe inbreng had hij Du Buy wel indruk gemaakt in de Amsterdamse politiek. ‘De meeste raadsleden betreuren het dat Cor du Buy deze week uit hun gezelschap gaat verdwijnen,’ schreef De Volkskrant. ‘Hij was een prettige, bescheiden collega die – zeker als het over sport ging – een deskundig woordje wist te spreken. Hij is een man met gevoel voor humor.’ Dankzij hem had de sport in de Amsterdamse raad aanzien gekregen. Het is aannemelijk dat alleen al zijn aanwezigheid ertoe had geleid dat Amsterdam precies in deze raadsperiode besloot tot de aanleg van de Jaap Edenbaan, wat toevallig erg hoog op de lijst stond van aandachtspunten van het Sociaal Verbond en Sportbelangen.

Dat maakt het extra jammer dat zijn opvolger deze nalatenschap daarna helemaal verknalde. De meest opvallende bijdrage van Ten Brink was tijdens de begrotingsdebatten van 1961 waarin hij om twee minuten stilte vroeg uit protest tegen het stedelijke sportbeleid. Hij boog daarop zijn hoofd, waarna de voorzitter hem het woord ontnam – beter gezegd: de stilte. “Maar ik ben nog niet uitgesproken,” protesteerde Ten Brink tevergeefs.

Enkele maanden later boog Ten Brink voor altijd het hoofd en fuseerde met de PSP. “Een belediging voor de democratie,” aldus De Volkskrant. “Tienduizend kiezers staan in het hemd.”

Cor du Buy in de gemeenteraad van Amsterdam

Groningen

Precies zestig jaar na het Amsterdamse avontuur is er dus de Sportpartij van Groningen die het probeert een zetel in de gemeenteraad te halen. Het is opvallend dat diepe frustratie over het stedelijke sportbeleid hiervoor de aanleiding is geweest, net als in Amsterdam in 1958.

Hoe dan ook kunnen inwoners van deze stad zo voor de eerste keer sinds bijna honderd jaar weer eens stemmen op een lid van de Sportpartij. In 1925 was dat al mogelijk geweest bij de parlementsverkiezingen in kieskring XVI in Groningen. ‘De groote dag is voorbij,’ merkte Het Nieuwsblad van het Noorden een dag later op. ‘Kalm en rustig, zooals we dat in Groningen gewoon zijn te doen, hebben we gestemd.’ In deze stad kwam de Sportpartij toen uit op 138 slechts stemmen. Het totaalaantal in heel Nederland was 3470 stemmen.

Twee jaar daarna kregen de inwoners van Groningen nog een kans om te stemmen op de Sportpartij. Voor de Provinciale Statenverkiezingen van 1927 behaalde partij toen 363 stemmen in de gehele provincie – in ieder geval meer dan het dubbele van het stemmenaantal van de Bezuinigingspartij. De groei ten opzichte van 1925 is overigens gezichtsbedrog, want de 138 stemmen kwamen uit de stad, waar de 363 stemmen van 1927 afkomstig waren uit de hele provincie.

In 2018 mogen we ervan uitgaan dat de Sportpartij wel iets meer stemmen haalt dan 138. Of het voldoende is voor een zetel, weten we later deze week.

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.