BasketbalNieuw

De Rollende Leeuwen verrichtten pionierswerk voor de gehandicaptensport

De eerste Nederlandse rolstoelbasketballers waren militairen met verwondingen uit de Tweede Wereldoorlog. Aan de Rollende Leeuwen wordt op 4 mei aandacht besteed tijdens de Nationale Sportherdenking in het Olympisch Stadion.

Hollywoodicoon Audrey Hepburn kwam niet elke dag naar Heemstede. Haar aanwezigheid in 1954 trok dan ook veel aandacht. Ze was op er bezoek bij de voormalige marinevlieger A. Prins, die sinds 1938 in een rolstoel zat na een vliegtuigcrash. Na dit ongeluk werd hij ‘een der meest enthousiaste sportbeoefenaars, die wij ooit ontmoetten’, zo althans schreef een verblufte verslaggever van Het Haarlems Dagblad. Want mensen in een rolstoel, die doen toch helemaal niet aan sport?

Hepburn was in Nederland om geld in te zamelen voor de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogsslachtoffers, onder meer voor het financieren van sportfaciliteiten voor veteranen. Dat ze juist een bezoek bracht aan Prins was niet vreemd, want zonder hem had de Nederlandse gehandicaptensport er heel anders voorgestaan.

Griezelig

De waarheid is cynisch, maar de Tweede Wereldoorlog speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de Nederlandse gehandicaptensport. Na de oorlog waren er opeens heel veel mensen met verwondingen, vaak zodanig van aard dat ze een rolstoel nodig hadden. De rest van Europa had hiermee na de Eerste Wereldoorlog al kennisgemaakt, maar vanwege de Nederlandse neutraliteit was een verschijnsel als de rolstoel hier nog lange tijd relatief onbekend.

Ook in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog onttrok het leven van een rolstoelgebruiker zich nog grotendeels aan de openbaarheid, formuleerde paralympisch zwemster Elka Gaarlandt in 1964 treffend in een gesprek met De Telegraaf, vlak nadat ze goud had gewonnen op de Paralympische Spelen in Tokio. “Hier in Nederland vinden de mensen het eng als je in een rolstoel zit. Vijf jaar geleden zou u mij misschien niet eens hebben durven bezoeken, omdat u het griezelig vond.”

Dwarslaesie

Nederland moest er in die tijd heel erg aan wennen dat er mensen in een rolstoel leefden, laat staan dat ze zich zomaar op straat lieten zien. Sport heeft een enorme rol gespeeld in deze emancipatie, onder meer door het pionierswerk van A. Prins. Enkele maanden voor het bezoek van Hepburn had hij De Rollende Leeuwen opgericht, de eerste Nederlandse club voor rolstoelbasketballers.

Er sloten zich twaalf oorlogsslachtoffers aan. “Niet alleen omdat het nuttig is voor hun gekwetste lichaam, maar ook omdat zij dat lichaam moreel beheersen”, schreef Het Haarlems Dagblad. Nog diezelfde zomer deden zij mee aan een internationale sportdag in het Engelse Stoke Mandeville voor mensen met een dwarslaesie, de voorloper van wat nu de Paralympische Spelen zijn. De Nederlandse deelnemers, onder wie Prins, maakten indruk en wonnen de nodige medailles.

Herstellingsoord Aerdenburg

Aanvankelijk waren het alleen voormalige militairen die aan gehandicaptensport deden, sinds 1946 verblijvend in het herstellingsoord Aerdenburg te Doorn. Snel daarna volgden de eerste gehandicapte burgers, zoals zwemster Gaarlandt, die in 1944 door granaatscherven was geraakt tijdens het bombardement van Deventer.

Sport kreeg een belangrijke therapeutische waarde voor het persoonlijke en maatschappelijke herstel van mensen met oorlogsverwondingen, die zo een nieuwe plek zochten in het bevrijde Nederland. Dit gebruik van sport en lichaamsbeweging in de medische zorg was een nieuwe ontwikkeling voor een beter uitzicht op een actieve toekomst voor de betrokken personen. “De bedoeling is dat mensen met kinderverlamming ook gaan meedoen”, voegde Het Haarlems Dagblad hier op 22 juni 1954 nog aan toe.

Bevrijdingsdag 1956 was een doorbraak met een demonstratie in het Olympisch Stadion van invalide oorlogsmilitairen, inclusief de Rollende Leeuwen. Tienduizenden mensen zagen daar voor de eerste keer sporters in een rolstoel.

“Deze dag was beslist niet georganiseerd om de mensen te laten zien hoe erg het is om invalide te zijn”, aldus Trouw. “De Rollende Leeuwen hebben ons op deze bevrijdingsdag duidelijk aangetoond, dat men ook basketball kan spelen in een rolstoel.”

Dit verhaal stond op 3 mei ook in Trouw.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken door een kleine bijdrage te doen

Mijn gekozen waardering € -

Advertentie

Bestel bij Bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.