BasketbalNieuw

Het basketbalveld op het Museumplein bestaat 65 jaar

Op het basketbalveld op het Museumplein zijn hele generaties begonnen met hun sport. Precies 65 jaar geleden werd het geopend.

Het basketbal- en volleybalveld in 1957. Foto Stadsarchief Amsterdam

Het Museumplein is de wieg van heel veel sporten, zoals atletiek. In 1886 was daar de eerste officiële wedstrijd van ons land, toen nog een hardlooperij genoemd. En ook voor het Nederlandse basketbal is dit plein heel belangrijk, want daar werd in 1954 de buitenlucht opgezocht, deze week precies 65 jaar geleden. Tot dat moment was basketbal een binnensport, vanaf 1930 in het gebouw van de AMVJ bij het Leidseplein en later ook in de Apollohal.

Braakliggend basketbal

Op 16 oktober 1954 stonden er tientallen jongens en meisjes op het Museumplein klaar om de nieuwe basketbal- en volleybalvelden te bestormen. ‘De drumband Oranje Nassau sloeg er zijn mooiste roffels voor,’ zag de verslaggever van De Waarheid, waarna een lange reeks toespraken van stedelijke notabelen volgde. Pas daarna werd het veld overgenomen door de jonge sporters.

Het belang van dit basketbalveld reikte veel verder dan wat vierkante meters erbij voor de beoefenaars. Het was vooral een antwoord op de betonwoestijn, die tijdens de wederopbouw genadeloos oprukte. Overal verrezen nieuwe huizen, nieuwe wegen en nieuwe fabrieken, maar voor sport en recreatie was geen aandacht. Een nationaal bouwverbod uit 1942 voor gymnastieklokalen werd na de bevrijding simpelweg gehandhaafd, tot woede van de sport. De gemeente Amsterdam ramde begin jaren vijftig hoogstens wat basketbalpalen in de grond van braakliggend terrein, zoals in 1951 bij de Jozef Israëlskade.

Vanwege dit gebrek aan licht en lucht werd in 1952 de Sportraad Amsterdam opgericht. ‘Meer sportterreinen, meer oefengelegenheden voor indoorsporten, samenwerking in het belang van de sport,’ claimde dit nieuwe orgaan meteen bij aanvang, tot ergernis van de verantwoordelijke wethouder De Roos. Twee jaar later legde de raad haar zorgen vast in een nota: ‘De terreinnood is veelal een na-oorlogs verschijnsel; gedurende de bezettingsjaren gingen vele terreinen verloren. Bovendien kon er in die jaren en kort na de bevrijding nauwelijks aandacht worden besteed aan de aanleg van nieuwe complexen, zodat geen voorzieningen worden getroffen in verband met het sterk stijgende aantal sportbeoefenaren.’

Uit pure verveling trokken jongeren daarom baldadig door de stad, waar ook Het Algemeen Handelsblad zich erg bezorgd over maakte. ‘Het kind dat alleen maar eens flink wil uitrennen in die anderhalf uur die ligt tussen het gedwongen stilzitten op school en de maaltijd thuis, waar moet dat kind naar toe in Amsterdam?’, schreef de krant op 12 januari 1951. ‘Waar kan je hier een geïmproviseerd rovertjesspel doen, waar krijgertje spelen, waar spanning en avontuur beleven zonder onder een auto te komen of door een agent te worden berispt?’

Daarom kwam het Handelsblad met een concreet voorstel voor een speciaal speelterrein. ‘Een terrein dat voor dit doel al zo voor de hand ligt is het voormalige ijsclubveld op het Museumplein. Ten slotte is dat nu een drassig, nutteloos stuk grond, waar iedereen zich maar aan ergert.’ En precies daar werd drie jaar later het basketbalveld geopend, voor generaties aan basketballers het centrum van hun universum.

Ton Boot

Hier lag ook de basis van Ton Boot, één van de beroemdste basketballers die Amsterdam ooit kende. Het Parool had het zestig jaar geleden al scherp gezien in een eerste artikel over dit enorme talent. ‘Hij speelt in zijn vrije tijd regelmatig op het Museumplein, of elders; hij traint eigenlijk niet maar vervolmaakt zijn spel al spelend.’

En zo oordeelt ook basketbalarchivaris Jacob Bergsma in een terugblik op deze sportlegende. ‘Voordat Ton Boot naar school ging, pijnigde hij zijn lichaam iedere ochtend met het eindeloos herhalen van basketball fundamentals. Dat begon met het iedere keer opnieuw ophangen van zijn eigen netje aan de kale, gemeentelijke ringen. Het nemen van 400 schoten was voor Boot niet genoeg; hij nam net zoveel schoten als nodig was om 400 keer raak te schieten!’

Afgelopen zomer werd op hetzelfde plein het wereldkampioenschap 3×3 basketball georganiseerd, een nieuwe variant van deze sport. Vlak voor aanvang van dit toernooi werd Boot gehuldigd tot Erelid van de Nederlandse Basketball Bond – precies op die plek waar zijn imposante loopbaan begon. En dat ook nog eens met uitzicht op het Rijksmuseum én het veld waar zijn sport 65 jaar geleden de buitenlucht opzocht als statement tegen de oprukkende betonwoestijn.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken door een kleine bijdrage te doen

Mijn gekozen waardering € -

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken door een kleine bijdrage te doen
Mijn gekozen waardering € -
Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.