BasketbalNieuw

Ton Boot en het basketbalveld op het Museumplein zijn voor elkaar gemaakt

Basketballegende Ton Boot wordt vandaag tachtig jaar. Op zijn veertiende verjaardag werd het basketbalveld op het Museumplein geopend, waar Boot als schooljongen de basis legde van zijn lange loopbaan. 

Het basketbal- en volleybalveld in 1957. Foto Stadsarchief Amsterdam

Het Museumplein is de wieg van heel veel sporten, zoals atletiek. In 1886 was daar de eerste officiële wedstrijd van ons land, toen nog een hardlooperij genoemd. En ook voor het Nederlandse basketbal is dit plein heel belangrijk, want daar werd in 1954 de buitenlucht opgezocht. Tot dat moment was basketbal een binnensport, vanaf 1930 in het gebouw van de AMVJ bij het Leidseplein en later in de Apollohal.

Braakliggend basketbal

Op 16 oktober 1954 stonden er tientallen jongens en meisjes op het Museumplein klaar om de nieuwe basketbal- en volleybalvelden te bestormen. ‘De drumband Oranje Nassau sloeg er zijn mooiste roffels voor,’ zag de verslaggever van De Waarheid, waarna een lange reeks toespraken van stedelijke notabelen volgde. Pas daarna werd het veld overgenomen door de jonge sporters.

Het belang van dit basketbalveld reikte veel verder dan wat vierkante meters erbij voor de beoefenaars. Het was vooral een antwoord op de betonwoestijn, die tijdens de wederopbouw genadeloos oprukte. Overal verrezen nieuwe huizen, nieuwe wegen en nieuwe fabrieken, maar voor sport en recreatie was geen aandacht. Een nationaal bouwverbod uit 1942 voor gymnastieklokalen werd na de bevrijding simpelweg gehandhaafd, tot woede van de sport. De gemeente Amsterdam ramde begin jaren vijftig hoogstens wat basketbalpalen in de grond van braakliggend terrein, zoals in 1951 bij de Jozef Israëlskade.

Vanwege dit gebrek aan licht en lucht werd in 1952 de Sportraad Amsterdam opgericht. ‘Meer sportterreinen, meer oefengelegenheden voor indoorsporten, samenwerking in het belang van de sport,’ claimde dit nieuwe orgaan meteen bij aanvang, tot ergernis van de verantwoordelijke wethouder De Roos. Twee jaar later legde de raad haar zorgen vast in een nota: ‘De terreinnood is veelal een na-oorlogs verschijnsel; gedurende de bezettingsjaren gingen vele terreinen verloren. Bovendien kon er in die jaren en kort na de bevrijding nauwelijks aandacht worden besteed aan de aanleg van nieuwe complexen, zodat geen voorzieningen worden getroffen in verband met het sterk stijgende aantal sportbeoefenaren.’

Uit pure verveling trokken jongeren daarom baldadig door de stad, waar ook Het Algemeen Handelsblad zich erg bezorgd over maakte. ‘Het kind dat alleen maar eens flink wil uitrennen in die anderhalf uur die ligt tussen het gedwongen stilzitten op school en de maaltijd thuis, waar moet dat kind naar toe in Amsterdam?’, schreef de krant op 12 januari 1951. ‘Waar kan je hier een geïmproviseerd rovertjesspel doen, waar krijgertje spelen, waar spanning en avontuur beleven zonder onder een auto te komen of door een agent te worden berispt?’

Daarom kwam het Handelsblad met een concreet voorstel voor een speciaal speelterrein. ‘Een terrein dat voor dit doel al zo voor de hand ligt is het voormalige ijsclubveld op het Museumplein. Ten slotte is dat nu een drassig, nutteloos stuk grond, waar iedereen zich maar aan ergert.’ En precies daar werd drie jaar later het basketbalveld geopend, voor generaties aan basketballers het centrum van hun universum.

Ton Boot in 1969, inmiddels binnen

Ton Boot

Ton Boot en het basketbalveld op het Museumplein waren voor elkaar gemaakt, want de opening van dit terrein was op zijn veertiende verjaardag! Even wat kaarsjes uitblazen en wegwezen om te oefenen, te oefenen en nog eens te oefenen.

Op dit plein ligt dan ook de basis van Boot, één van de beroemdste basketballers die Amsterdam ooit kende. Het Parool had het zestig jaar geleden al scherp gezien in een eerste artikel over dit enorme talent. ‘Hij speelt in zijn vrije tijd regelmatig op het Museumplein, of elders; hij traint eigenlijk niet maar vervolmaakt zijn spel al spelend.’

En zo oordeelt ook basketbalarchivaris Jacob Bergsma. ‘Voordat Ton Boot naar school ging, pijnigde hij zijn lichaam iedere ochtend met het eindeloos herhalen van basketball fundamentals. Dat begon met het iedere keer opnieuw ophangen van zijn eigen netje aan de kale, gemeentelijke ringen. Het nemen van 400 schoten was voor Boot niet genoeg; hij nam net zoveel schoten als nodig was om 400 keer raak te schieten!’

In de zomer van 2019 werd op het Museumplein het wereldkampioenschap 3×3 basketball georganiseerd, een nieuwe variant van deze sport. Vlak voor aanvang werd Boot gehuldigd tot Erelid van de Nederlandse Basketball Bond – precies op die plek waar zijn imposante loopbaan begon. En dat ook nog eens met uitzicht op het veld waar zijn sport in 1954 de buitenlucht opzocht als statement tegen de oprukkende betonwoestijn, precies op zijn veertiende verjaardag.

In 2015 keek Mart Smeets terug op het basketballeven van Ton Boot, met bijzondere opnames uit de jeugd van Boot. Hier kijken. 

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al bijna 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.