Dit zijn de namen van de omgekomen leden van korfbalclubs in de Tweede Wereldoorlog
Op 30 augustus 1945 publiceerde Het Nederlands Korfbalblad de namen van 168 oorlogsslachtoffers in het korfbal, ‘opgemaakt naar de gegevens, die we tot 25 Augustus mochten ontvangen’. Hier is de lijst van tachtig jaar geleden.

Korfballers in Schiedam in 1941. Foto uit de privécollectie van heer en mevrouw Van Leeuwen via het Nationaal Archief
De korfbalwereld was snel met het plaatsen van een overzicht van oorlogsslachtoffers. De voetballers en hockeyers hadden daar een paar jaar voor nodig.
Telkens weer zullen we lege plaatsen ontdekken
Korfbalblad
Precies tachtig jaar geleden, slechts drie maanden na de bezetting, publiceerde Het Nederlands Korfbalblad 168 namen, gebaseerd op het toenmalige onderzoek – het origineel staat hier.
Het is onmogelijk dat dit een compleet overzicht is, omdat zo vroeg nog onduidelijk was welke Joodse leden waren vermoord. Los daarvan was er geen zicht op de de situatie in het toenmalige Nederlands-Indië. Tijdens het onderzoek was daar de oorlog tenslotte nog in volle gang.
Dat blijkt al uit dit overzicht, zoals staat vermeld bij D.E.D. uit Amsterdam: ‘Drie Joodse leden en 15 Joodse adsp.-leden naar Duitsland gevoerd en tot heden geen bericht ontv.’ Hetzelfde was het geval bij stadgenoot D.V.D.: ’40 Joodse leden weggevoerd. Geen bericht meer ontvangen.’
Zo groeit de lijst dus al meteen met ruim vijftig slachtoffers, van wie in 1945 de gegevens nog onbekend waren.
Nieuw onderzoek
Toch is het een waardevolle lijst, omdat die als bron dient voor onderzoek naar sport in de Tweede Wereldoorlog. Inmiddels is er al meer bekend, vooral door onderzoek van Michel van Gent, naast sporthistoricus zelf onderdeel van de korfbalwereld.
Op Sportgeschiedenis plaatsen we de originele versie van 30 augustus 1945. In de inleidende tekst werd het belang benadrukt. ‘Ook in onze korfbalwereld zijn doden te betreuren. Telkens weer, als we samenkomen in onze verenigingen, zullen we lege plaatsen ontdekken en herinnerd worden aan personen, die ’t slachtoffer werden van het brute Duitse geweld en uiteraard zullen ’t meestal jonge mensen zijn, die we missen, jonge vrouwen en mannen, aan wier leven door de beestachtige methoden van de Duitse barbaren onverdiend een vroegtijdig einde werd gemaakt.’


