BalsportenNieuw

Het Nederlandse handbal is deze zomer precies honderd jaar oud, maar er is niemand die het weet

Nederland en Duitsland organiseren dit jaar het WK handbal voor vrouwen. Dat is precies een eeuw na de primeur in het Gewest Friesland van het Gymnastiekverbond.

Handbalwedstrijd tussen Groningen en Utrecht in 1930 of 1931. Foto via het Utrechts Archief

Het handbal heeft een hele gekke geschiedenis. Het is niet onafhankelijk ontstaan, omdat een groep mensen daar gewoon zin in had, maar als onderdeel van al bestaande sporten. In Hongarije werd het begin vorige eeuw georganiseerd door de voetbalbond. In Denemarken werd handbal bedacht voor de gymlessen op school. In Duitsland en België waren de eerste competities onder verantwoordelijkheid van de turnbond. In Zwitserland bemoeiden atletiekclubs zich er ook nog mee.

In al die verscheidenheid was er eigenlijk maar één overeenkomst: geen enkel land kende in het begin een zelfstandige handbalbond. Zo was het ook in Nederland.

Dat spel mocht ons buitengewoon bekoren, door zijn vlugheid van verplaatsen

Stompen

Het woord handbal werd al in 1890 voor de eerste keer gebruikt door Nederlandse gymleraren. Die sport werd bedacht als een variant voor voetbal, die door meisjes kon worden beoefend tijdens de lessen gymmastiek. Er waren heel andere spelregels dan tegenwoordig. Het was bijvoorbeeld verboden om met de bal te lopen. Die moest in stilstand van de ene speler naar de andere worden verplaatst. En dan niet door de bal te gooien, maar door die met de vuist weg te slaan.

Ook het Nederlandsch Gymnastiek Verbond bemoeide zich er in die begintijd mee, de verre voorloper van de huidige KNGU. Voor deze organisatie was handbal ideaal voor de turners om te werken aan hun lenig- en behendigheid. Dat zag er heel anders uit dan wij zijn gewend, blijkt uit een artikel uit 1899. ‘Het is het geschiktst in den strijd kleine partijen tegen elkaar (bijv. aan iedere zijde 6 a 8 spelers) te gebruiken, het wordt echter ook door 40 a 50 spelers aan iedere zijde beoefend.’

Honderd handballers tegelijk op één veld! Dat moet een spektakel zijn geweest.

De handbalteams van de turnverenigingen Aspasia en Brunhilde uit Groningen. Foto uit 1928 via de Beeldbank Groningen

Honderd jaar handbal

Aan het begin van de vorige eeuw bestonden er dus alleen al in Nederland verschillende varianten van handbal. Dat klinkt misschien gek, maar zolang die sporters geen onderlinge wedstrijden speelden, was er niets aan de hand. Het wordt pas lastig voor een scheidsrechter als twee teams met verschillende spelopvattingen met elkaar de strijd aangaan.

Op dezelfde manier ging het ook in andere landen, die allemaal eigen spelregels hadden, ieder met een eigen naam voor hun sport. Ook in dit geval was dat geen probleem, want al die verschillende handbalvarianten kwamen elkaar toch nooit tegen. Pas toen handbalteams internationale wedstrijden wilden spelen, ontstond er behoefte aan één overkoepelend internationaal reglement. Dat gebeurde in 1926, bijna honderd jaar geleden.

Precies in diezelfde tijd kreeg handbal in Nederland steeds meer bekendheid. Dat begon met demonstraties en eenmalige wedstrijden in verschillende turnkringen, met de oudste melding in 1925 in het Gewest Friesland van het Gymnastiekverbond. ‘In een vergadering van het Gewestelijk Bestuur en de Technische Commissie is het programma vastgesteld voor de betoogingen, die 11 en 12 Juli a.s. te Gorredijk zullen worden gehouden, ter herdenking van het 40-jarig bestaan der gymnastiek-vereeniging Stanfries.’

Op de tweede dag was er een grote uitvoering, inclusief het handbalspel. Verder was er in de zomer van 1925 een demonstratie in Leeuwarden door de stedelijke gymnastiekvereniging. Precies honderd jaar geleden had Friesland dus de Nederlandse primeur.

De andere turngewesten volgden snel, die de nieuwe bezigheid beschouwden als het spel van de toekomst, ‘daar het een enorme hoeveelheid lichaamsbeweging geeft, gepaard gaande met een beoefening van technische en tactische behendigheid’. In 1926 voegde de Turnkring uit Groningen handbal toe aan het vaste programma, met gebruik van de internationale spelregels. De eerste competities begonnen, op voetbalvelden met twee keer elf spelers. Vooral in de grensgebieden werden de eerste wedstrijden gespeeld tegen Duitse teams. In 1928 legde het Gymnastiekverbond die spelregels definitief vast in de Nederlandse taal om die over het hele land te verspreiden.

Kluwe

Het Nederlandse handbal is daarmee een kind van de turnsport. Het belang van die nieuwe sport bleef lange tijd volkomen ondergeschikt aan die van de turners, die het balspel tenslotte alleen maar zagen als een manier om vaardigheden te ontwikkelen.

Het niveau van de gemiddelde Nederlandse handballer was dan ook niet bepaald hoog. We hebben er helaas geen filmbeelden van, maar met dank aan Het Turnblad van 1 maart 1928 krijgen we toch een idee hoe een wedstrijd er honderd jaar geleden zo’n beetje uitzag. ‘Met groot enthousiasme rende veelal van de aanvallende partij de geheele voor-, zoowel als halflinie, liefst geflankeerd nog door de backs en dan allen op een kluitje om den bal, op het vijandelijke doel af, terwijl de verdedigers met dezelfde voorliefde zich concentreerden op hun eigen doel. Gevolg: één groote kluwen werpende, springende en zwoegende lichamen op of in de onmiddellijke nabijheid van de bedreigde doellijn met er op een doelverdediger aan wien alle kijk op den bal ontnomen wordt. Op raadselachtige wijze is dan veelal plotseling de bal over de doellijn gewerkt.’

Pas tijdens de Olympische Spelen later dat jaar in Amsterdam kon het Nederlandse publiek eindelijk met eigen ogen zien hoe goed de Duitse handballers waren. Zij gaven in het Olympisch Stadion een korte demonstratie zoals nog nooit eerder was vertoond. Hun spel was veel sneller en dynamischer, mede vanwege het betere materiaal.

De verslaggever van De Sport-Illustratie had met open mond gekeken. ‘Vooreerst was de bal niet grooter dan een flinken kaatsbal, waardoor het mogelijk is den bal met één hand te vangen. En dan mochten de spelers zich over ’t geheele veld bewegen. Dat spel mocht ons buitengewoon bekoren, door zijn vlugheid van verplaatsen. Doorloopend waren beide doelen in gevaar en dat was het juist wat zooveel spanning bracht.’

Het KNGV weigerde alleen om dat betere materiaal ook hier te gebruiken. Dat was vaak tot frustratie van de handballers zelf, maar die hadden nu eenmaal geen eigen bond en konden er dus niets over zeggen. In 1942 kwam dan eindelijk een zelfstandige handbalbond, die over zijn eigen spelregels ging. Ruim een halve eeuw na de introductie van het handbal in de gymles en turnzaal was het handbal zelfstandig geworden.

Brunhilde in 1932. Foto via de Beeldbank Groningen

Waardeer deze site!

Onze content is gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
https://sportgeschiedenis.nl
Specialist in sporterfgoed. Al meer dan 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.