BalsportenNieuwVoetbal

Volgens Simon Kuper begint het supportersleven bij veertig

Auteur Simon Kuper is zondag te gast in Zomergasten. In 2009 werd hij veertig en schreef hij over het supportersleven en ouder worden.

Door Simon Kuper

Een tijdje geleden stond er een cartoon in de New Yorker die onze veranderende houding tegenover leeftijd mooi illustreerde. In een modieuze bar vraagt de ene man met paardenstaart en zonnebril op aan de andere: ‘Waarom heb je zo’n haast om te settelen, je bent pas 53?’

Als je veertig wordt, zoals ik deze maand, vraag je je natuurlijk af of je het verval kunt uitstellen. Over niet al te lang is het heel gewoon als mensen honderd worden; kunnen ze dan ook nog na hun veertigste overwinningen in de sport behalen? En als dat niet kan, wat wordt de rol van de sport dan in de latere fases van het leven?

Milan lab

Op voetbalgebied wordt de zoektocht naar de eeuwige jeugd geleid door het Milan Lab van AC Milan. Het Lab was er mede de oorzaak van dat de club de Champions League in 2007 won met een ploeg dertigplussers. Ik vroeg aan de directeur van het Lab, Jean-Pierre Meersseman, of hij het eens was met het traditionele idee dat voetballers op hun hoogtepunt zijn zo rond hun 27e, 28e jaar.

Jammer genoeg antwoordde hij: ‘Ik vind dat die leeftijd nog steeds wel klopt. Maar wat wij proberen te bereiken is dat ze zo lang mogelijk op dat niveau blijven.’ Is er een maximumleeftijd waarop zelfs de meest superieure menselijke exemplaren zich uit het voetbal moeten terugtrekken? ‘Die leeftijd ligt rond de veertig’, zei Meersseman.

De gemiddelde leeftijd van de beste voetbal-, honkbal- en basketbalspelers ligt inderdaad al heel lang ergens tussen de 27 en 29 jaar. Een sporter die na zijn veertigste nog actief is, wordt in elke sport behalve golf als excentriek gezien.

Martina Navratilova wordt beschouwd als het beste voorbeeld van een oudere sporter; zij won tenslotte nog tennisdubbeltitels op haar vijftigste. Ik heb haar een keer gevraagd of ze nog tips had. Haar antwoord was teleurstellend: ‘Wat ik nu aan het doen ben is verbijsterend’, zei ze. ‘Gordie Howe (de ijshockeyspeler) is de enige sporter die ook nog succes had op deze leeftijd. Ik denk ook niet dat het ooit weer zal gebeuren. Of misschien als we allemaal 150 worden en je op je vijftigste nog veel jonger bent dan nu.’

Zelfs Navratilova kon na haar veertigste geen enkelspel meer winnen. Als zij al minder vitaal werd, heeft de rest van ons geen enkele kans. Toch is er een kant aan de sport die waarschijnlijk beter wordt na je veertigste: het supporterschap. Het werkt ongeveer zo: het leven is verwarrend en verlies is aan de orde van de dag. Je gaat ergens weg, mensen gaan dood en je eigen lichaam verandert zo dat het uiteindelijk net zo goed het lichaam van iemand anders zou kunnen zijn. Er zijn maar weinig constanten in het leven, maar iets wat vaak bij je kan blijven van de peuterzaal tot het graf is de sport waar je fan van bent.

Seizoenen

Rogan Taylor, die voetbal bestudeert aan de Universiteit van Liverpool, zegt dat stedelingen de sportseizoenen gebruiken om de tijd te markeren, op ongeveer dezelfde manier waarop vroeger, vóór het industriële tijdperk, dorpelingen dat deden aan de hand van de landbouwseizoenen. Aan het eind van de zomer begint ieder jaar het voetbalseizoen, dat staat net zo vast als het begin van de oogst.

Of, zoals Nick Hornby schreef in zijn boek Fever Pitch (Voetbalkoorts; het leven van een supporter): ‘De loop van mijn leven wordt uitgedrukt in voetbalwedstrijden.’

Deze behoefte aan continuïteit is ook vast de reden dat meer mensen supporter zijn van teamsporten dan van individuele sporten. We willen dat de club al bestond voor wij erbij kwamen en voort blijft bestaan als wij er niet meer zijn. Een team kan een leven lang meegaan, terwijl de carrière van een enkele sporter niet langer dan tien jaar duurt. Als sportclubs een beter beeld hadden van wat wij eigenlijk van ze willen, zouden ze niet zo vaak van spelers wisselen.

Supporterschap

Kort geleden legde ik, hier in Parijs, mijn theorie over het supporterschap als continuïteit, voor aan mijn vriend Peter, fan van Tottenham Hotspur. Onzin, zei Peter. Supporter zijn was niet meer wat het vroeger was. Tegenwoordig draait het voetbal om geld en alles is anders geworden: de shirts van het team, de begintijden, de nationaliteit van de spelers, de kans die jouw club heeft om te winnen.

Ik zei tegen hem dat hij net het bewijs voor mijn theorie geleverd had. Alle dingen waar hij over mopperde waren schendingen van de continuïteit. Hij wilde simpelweg dat het supporterschap helemaal hetzelfde bleef. Ik was het wel met hem eens dat er ook andere manieren zijn om het ritme van het leven te markeren – ‘wij gebruiken daar onze ovulatie voor’, onderbrak een vriendin ons – maar, zei ik, supporterschap is toch beter dan de meeste manieren. Omdat dit nu eenmaal mijn column is, is het niet nodig om de lezers lastig te vallen met Peters tegenargumenten.

Dit weekend was ik met twee vrienden in Barcelona om onze veertigste verjaardag te vieren. We hadden kaartjes voor Barcelona-Almeria.

Als we zeven waren geworden, waren we er net zo blij mee geweest.

Waardeer deze site!

Onze content is gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

Mijn gekozen waardering € -