HockeyNieuw

Het olympische hockeytoernooi dat Amsterdam nooit organiseerde

Tijdens het EK hockey plaatsen wij elke dag een verhaal over deze sport. Vandaag over de twee hockeystadions die gebouwd hadden moeten worden voor de Olympische Spelen van 1992 in Amsterdam.

Protest tegen de Olympische Spelen van 1992 in Amsterdam. Foto via het Stadsarchief Amsterdam

IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch loog in december 1982 de hele wereld bij elkaar door te zeggen dat Amsterdam zich bij hem had gemeld als kandidaat voor de Olympische Spelen van 1992. NOC-voorzitter Jaap van der Krol en het Nederlandse IOC-lid Cees Kerdel wisten daarom niet wat ze hoorden. “Heus”, zeiden ze in de Telegraaf, “er is geen sprake van serieuze belangstelling. Er zijn slechts kleine filosofietjes geweest.”

Twee hockeystadions 

Desondanks bracht de sportofficial wel het nodige in beweging, want twee jaar later stelde Amsterdam zich toch kandidaat met een belangrijke rol voor het Amsterdamse Bos als locatie voor het roeien, kano, paardensport en hockey. ‘Voor de Olympische hockeywedstrijden,’ zo meldde de officiële presentatie, ‘zijn twee stadions nodig: één voor 15.000 en één voor 8.000 toeschouwers.’ Het hoofdstadion was als vanzelfsprekend het Wagener Stadion, waarnaast het tijdelijke stadion zou komen. ‘De totale kosten hiervoor worden geraamd op 12 miljoen gulden.’ Dat is in onze tijd te vergelijken met een kleine tien miljoen euro.

Het hockeystadion kreeg in die tijd daarom regelmatig iemand namens het IOC over de vloer om te kijken of het wel kon dienen als podium voor het belangrijkste sporttoernooi van de wereld. Samaranch was al in de zomer van 1982 geweest, nog vóór zijn verrassende uitspraak. In 1986 was het hoogseizoen met allemaal sportofficials in het Amsterdams Bos. Valery Syssoev, Michel Dusson en Anthony A. Brooks kregen in januari een rondleiding; een maand later stonden Gunnar Ericsson, Jan Staubo en David Sibandze op de stoep. “Onze missie bestaat uit het controleren van feiten,” zei Ericsson na afloop minzaam.

In de zomer van 1986 kwam Flor Isava Fonseca voor het wereldkampioenschap voor vrouwen naar het Amsterdamse Bos. ‘Op de finaledag verwacht de organisatie nog drie andere lOC-leden,’ wist De Telegraaf. Isava Fonseca had de ontvangst in ieder geval op prijs gesteld. ‘Ze vond haar korte bezoek aan Nederland van bijzondere kwaliteit,’ aldus het officiële verslag. ‘En de ontvangst bij de Minister-President heeft een overweldigende indruk op haar gemaakt.’

Bomaanslag

Het zou alleen niet helpen, mede vanwege de fanatieke groep Amsterdamse aanhangers van het No-Olympics Comité. Juist tijdens het WK hockey van 1986 kwamen tegenstanders met grof geweld in actie: bij het kantoor van Amsterdam 1992 sloeg op 21 augustus een explosief een gat in de deur. De aanslag werd opgeëist door het onbekende Revolutionaire Cellen Commando Ins Blauwe Hinein­.

Enkele dagen later werden drie actievoerders in het holst van de nacht in het Wagener Stadion gearresteerd toen ze het hockeyveld probeerden te bekladden. In 1988 werd dit drietal veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden. Directe verbanden tussen de Wagener-indringers, de bommenleggers en het No-Olympics Comité zijn overigens nooit aangetoond. Alleen De Telegraaf opperde met loeiende koppen die suggestie, maar dat is nu eenmaal het verdienmodel van die krant.

Op 17 oktober 1986 liep de Amsterdamse campagne uit op een deceptie, want tijdens het IOC-congres in Lausanne vloog de stad er als eerste uit. Geen olympisch hockey in het Wagener Stadion, maar slechts de herinnering aan wat internationale sportofficials, nachtelijke actievoerders en suggestieve koppen in De Telegraaf.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.