HockeyNieuw

In 1909 verbood de Nederlandse Hockeybond de hockeybal

Op 10 oktober 1909 voerde het Nederlandse hockey zijn eigen spelregels in, inclusief een afwijkende oranje bal. Zo kwam deze sport in een internationaal isolement terecht, want het is lastig om wedstrijden te spelen met verschillende spelregels.

Bij de oprichting van de Nederlandse Hockeybond in 1898 werd gewoon de internationale standaard gevolgd, waar de internationale regels golden. Tien jaar later was het inmiddels een stuk ingewikkelder geworden omdat de Nederlandse en internationale regels door elkaar heen werden gebruikt – twéé varianten van dezelfde sport! In 1909 maakte de Hockeybond hieraan een einde door alleen nog maar de Nederlandse regels te hanteren.

Dat betekende dat het werd toegestaan om met gemixte teams van mannen en vrouwen te spelen, net als in het korfbal. De strafcirkel werd afgeschaft. De hockeystick had twee platte kanten. En de harde witte bal werd vervangen door een zachte oranje speelbal – de zogenaamde Scheurleerbal. Dit besluit werd genomen omdat de bond de internationale regels te gevaarlijk vond voor Nederlandse spelers.

Het directe gevolg was dat het Nederlandse hockey in een internationaal isolement terecht kwam. Voor de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen sloeg de Hockeybond zelfs de uitnodiging af omdat we de spelregels voor dit evenement niet meer beheersten, zo maakte de Nederlandschen Hockey en Bandy Bond enkele maanden voor aanvang officieel bekend.

Sportieve burgeroorlog

Binnen de Nederlandse hockeywereld was alleen niet iedereen het eens met deze nationalistische koers en zo ontstond er een langdurige loopgravenoorlog over de spelregels. In de nationale hockeygeschiedenis staat die tijd bekend als De Lijdensweg, met een sportieve burgeroorlog tussen progressieve spelers uit Hilversum en Amsterdam en het conservatieve Den Haag. Deze sport gedroeg zich steeds meer als een sekte en was daarom onbekend bij het grote publiek. De Nieuwe Rotterdamsche Courant omschreef deze situatie treffend op 8 november 1913: ‘Men speelt hier een soort hockey van eigen maaksel.’

In aanloop naar de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam kwam het conflict tot een kookpunt, want met die Nederlandse regels kon het eigen nationale team niet eens meedoen aan het olympische hockeytoernooi in eigen land.

Dat zou een afgang zonder weerga zijn en daarom experimenteerde de Hockeybond op 14 april 1925 in het Amsterdamse Stadion met de internationale regels in een wedstrijd tussen Amsterdam en Nottingham. Met succes: ‘Het Bondsbestuur is door het vertoonde internationale spel in zijn overtuiging gesterkt, dat deze speelwijze het hockeyspel tot veel hooger plan verheft en ongetwijfeld den weder-opbloei onzer sport zal bevorderen. Het Bondsbestuur wenscht dan ook de beoefening van het internationale spel voortgang te doen vinden.’

Revolutie

Zestien jaar na het verbod op de hockeybal keerde die weer terug op de Nederlandse velden. Zo kon ons land eindelijk weer aan internationale hockeytoernooien meedoen, en dus ook aan de Spelen in Amsterdam. De sportieve revolutie die daarop volgde is uniek, want vanuit een internationaal isolement stond ons land binnen drie jaar in een olympische hockeyfinale. Dat het ongenaakbare Brits-Indië die met gemak won, was bijzaak.

En ook het publiek ontdekte zo opeens het hockey, want bij die finale waren ongeveer 40.000 toeschouwers – volgens De Haagsche Courant de best bezochte hockeywedstrijd ter wereld tot dan toe! En zelfs in 2019 is dat nog steeds de best bezochte hockeywedstrijd op Nederlands grondgebied.

Daarom een wijze les voor de Hockeybond: verbied nooit meer de hockeybal.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken door een kleine bijdrage te doen

Mijn gekozen waardering € -

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.