BalsportenBasketbalNieuw

Obama kan niet springen

Oud-president Barack Hussein Obama (Honolulu, 1961) speelt al bijna zijn hele leven basketbal. De sport heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van zijn zelfvertrouwen en zijn sociaal bewustzijn. De middelbare school die hij eind jaren zeventig op Hawaï doorliep beschikte over een van de beste basketbalteams van de Verenigde Staten. Obama maakte deel uit van dit succesvolle team. Helaas voor zijn teamgenoten kon hij niet erg hoog springen.

De basketbalcarrière van ‘Barry’, zoals Obama in zijn jeugd door het leven ging, begon toen hij tien jaar oud was. Als kerstcadeau kreeg hij van zijn vader, die er vlak na zijn geboorte vandoor was gegaan, tijdens een kort bezoek een basketbal. De liefde voor het spel was geboren. Obama zou zijn verder leven een bijzondere band blijven houden met basketbal.

Obama groeide op als zoon van een zwarte, Keniaanse vader een blanke moeder uit Kansas. Hij werd grotendeels opgevoed door zijn blanke grootouders. Hij doorliep de middelbare school op Hawaï, een tropisch eiland waar vooral blanken en Aziaten wonen.

Obama was vanwege zijn etnische afkomst dan ook een opvallende verschijning op Hawaï. Hij kwam hierdoor in zijn puberteit in een kleine identiteitscrisis terecht, zo blijkt uit zijn autobiografie Dreams from My Father (New York, 1995).

Hij probeerde zichzelf staande te houden door zich te gedragen als ‘een karikatuur van een jonge zwarte man’. Zo ontwikkelde hij een ‘cool’ loopje, begon hij ‘gettoslang’ te spreken en was hij meer dan ooit op basketbalveldjes te vinden. Hij basketbalde soms wel tien uur per dag, zeven dagen in de week. Hij deed dat ‘met een allesoverweldigende passie’ die, zoals hij zelf zei, ‘mijn beperkte talent enigszins camoufleerde’.

No-jump Barry

Obama moest dan ook ontzettend hard trainen om in het team te komen van zijn middelbare school. De concurrentie was groot en zijn talent beperkt. Hij was een goede teamspeler, wist wanneer hij waar moest staan en waar de bal heen ging, maar Obama was geen beste schutter en hoog springen kon hij niet, laat staan dunken. Van zijn ploeggenoten kreeg hij al snel de bijnaam ‘No-jump Barry’.

Obama had geluk dat veel van zijn teamgenoten wel bijzonder getalenteerd waren. In seizoen 1978-’79 won het basketbalteam van Punahou dan ook met groot gemak het zogenaamde State Championship. Obama nam dat jaar als kampioen van Hawaï afscheid van zijn middelbare school en ging studeren. Eerst in Los Angeles en later in New York. Zijn studie politicologie kreeg alle prioriteit, maar ook tijdens zijn universiteitsjaren zou Obama blijven basketballen.

Adoratie

Basketbal leverde Obama veel meer op dan aan sportief succes. In het Punahou-basketbalteam leerde hij voor het eerst van zijn leven hoe het is om deel uit te maken van een eenheid, met gemeenschappelijke belangen en doelen. Hij leerde in het basketbalteam hoe het is om te winnen, hoe het voelt om kampioen te zijn en aanbeden te worden door fans. Zijn succescoach Chris McLaclin leerde hem wat fysiek afzien was, en hoe hij moest omgaan met teleurstellingen.

Om te beweren dat Obama door het basketbal in het Witte Huis terecht is gekomen gaat veel te ver. Maar het heeft hem zeker geholpen in zijn politieke carrière en bij zijn werk als opbouwwerker in Chicago in de jaren tachtig. Basketbal bracht discipline in zijn leven en door de teamsport ontwikkelde hij sociale vaardigheden als assertiviteit en opofferingsgezindheid.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -