NieuwTennis

Minister van Defensie bemoeide zich met de dienstplicht van tennisser Tom Okker

De Australian Open is in volle gang. In 1966 haalde Tom Okker de derde ronde, waarna hij meteen terug naar Nederland moest voor zijn dienstplicht. Ruim een halve eeuw later kan hij het zich allemaal niet meer exact voor de geest halen en daarom doken wij voor hem in de archieven. Dit verhaal lees je gratis, maar een donatie is welkom – onderaan deze pagina.

De op 22 februari 1944 in Amsterdam geboren Tom Okker stapte vlak voor het bereiken van zijn vierde levensjaar voor het eerst op een tennisbaan. Dat beviel maar matig, want hij was als kind en puber vooral aan het voetballen. Van zijn achtste tot zijn veertiende was hij lid van HFC Haarlem. Daarna koos hij voor tennis. In 1964 pakte de Amsterdammer voor het eerst de nationale titel. Er zouden nog vele titels volgen.

Internationaal ging het hierna ook crescendo. In het enkelspel wist Okker op alle vier de grandslamtoernooien zelfs de halve finale te halen – in 1971 in Australië. Okker deed in 1964 voor het eerst mee aan de Australian Open en kwam toen tot de tweede ronde. Een jaar later kwam hij een ronde verder. In Het Parool deed hij toen uitgebreid verslag van zijn verblijf Down Under:

“De Open Australische kampioenschappen heeft niet het grandioze slot gebracht waar sommigen op hadden gerekend. Ik heb niet de klap op de vuurpijl kunnen geven die enthousiaste familieleden uit Holland mij telegrafisch hadden toegewenst. Maar ik zelf had het ook niet verwacht.”

Melden aan de poort

Als Okker het toen beter had gedaan en zelfs de finale had gehaald, dan had hij zich rot moeten haasten. Op 31 januari was namelijk die finale, en op 1 februari moest hij zich in Vught melden voor militaire dienst. Het Nieuwsblad van het Noorden was er bij: ‘Enigszins geprikkeld door de aanwezige fotografen die de eerste dag van opkomst van Nederlands tenniskampioen wilden vereeuwigen, arriveerde Torn Okker gisteren op het station in Vught. Middels een van de vele grijsgroene legerauto’s die op zondag het stadsbeeld beheersen, werd Okker met vele lotgenoten overgebracht naar de Frederik-Hendrikkazerne.’

Voor het zover was, had de tennisbond nog wel enorm veel moeite gedaan om vrijstelling voor Okker te krijgen. Zo’n enorm talent mocht toch niet verloren gaan vanwege langdurig verblijf in het leger?

Daar dacht Defensie anders over. Het Nieuwsblad: ‘Er was lang gedebatteerd tussen de Nederlandse Tennisbond en de minister van Defensie Piet de Jong over een eventuele vrijstelling. De minister achtte dit echter onbillijk tegenover andere dienstplichtigen, terwijl een dergelijke maatregel tevens in strijd zou zijn met de wet op de dienstplicht. Dat Okker als tenniskampioen de naam van Nederland in den vreemde hoog houdt, kan dan ook niet als motief gelden, aldus de heer De Jong.’

Ard Schenk en Arthur Ashe

Twitter bestond nog niet, maar de ingezonden brievenrubriek van De Telegraaf al wel. De heer Haarlem uit Amsterdam had zijn mening klaar: ‘De dienstplicht heeft Ard Schenk, die thans aan de lopende band schaatswereldrecords breekt, ook geen kwaad gedaan in zijn spórtcarrière. Bij vrijstelling van Tom Okker zou het hek van de dam zijn.’

De heer Taams uit Weesp kon het allemaal prima relativeren: ‘De enorme wilskracht van Okker zal naar ik aanneem, hem door de tijd heen helpen, dat hij van een gevierd man tijdelijk tot een legernummer is gedegradeerd. Ook in het kleine kan men zijn land gróte diensten bewijzen.’

Okker was overigens niet de enige speler die direct na de Australian Open van 1966 militair werd. Zo schreef hij zelf in Het Parool: “Ik was niet de enige speler van het toernooi die met zijn oproep voor dienst in de zak de banen opstapte. Ook Arthur Ashe, de ster van de Amerikaanse spelers, moet in dienst. Onmiddellijk na terugkeer in de Verenigde Staten moet hij zich melden voor het vervullen van zijn dienstplicht.”

Plunjebaal?

Twee jaar later, in 1968 toen het uniform weer was opgeborgen, kwamen Okker en Ashe elkaar weer tegen, en wel in de finale van de US Open. Ashe was toen te sterk en ging er met de winst vandoor.

Okker zou nog tot begin jaren tachtig succesvol actief blijven op de tennisbaan. Zo won hij onder meer in 1973 de mannendubbel op Roland Garros en in 1976 die van de US Open. Na zijn tenniscarrière ging Okker zich bezighouden met kunsthandel. Hij heeft nu een galerie in Hazerswoude-Dorp. Waar zijn plunjebaal is gebleven is onbekend.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Micha Peters
Bedenker en beheerder van Sportgeschiedenis.nl. Journalist en (sport)historicus.