Voetbal

De wonderdokter van Feyenoord

Op 16 juni 1963 stierf Richard Dombi, één van de meest mysterieuze Feyenoorders ooit. Verzorger Gerard Meijer heeft hem nog meegemaakt.

Op 1 juli 1935 werd Richard Dombi aangesteld als coach van Feyenoord. Rond zijn persoon hing zoveel geheimzinnigheid dat clubblad De Feyenoorder maanden op zoek moest om wat informatie over deze man te vinden. Zo bleek dat hij had gespeeld bij WAC uit Wenen, maar vooral beroemd werd als trainer.

Helemaal legendarisch was hij vanwege zijn enorme medische kennis, die hem de bijnaam De Wonderdokter opleverde. Een speler met kapotte knieën of gezwollen enkels ging naar Dombi en genezing was verzekerd. Hiervoor had hij een wonderzalf, waarvan niemand wist wat erin zat. Het enige wat de behandelde speler kon vertellen, was dat na een pijnlijke nacht het herstel optrad. De wonderzalf was met recht het Geheim van Dombi – totdat Sportgeschiedenis het recept te pakken kreeg.

In 1936 bijvoorbeeld meldde Leen Vente van het Rotterdamse Neptunus zich bij Dombi met het verzoek zijn knie te onderzoeken. Vente, sinds 1933 international, was blessuregevoelig en hoopte zo op beterschap. Dombi stemde in, op voorwaarde dat Vente voor Feyenoord zou gaan spelen. Op 27 maart 1937 maakte deze speler namens Feyenoord het allereerste doelpunt in de gloednieuwe Kuip. Een jaar later verliet Dombi de club, op het hoogtepunt van zijn roem.

Gerard Meijer

Tot opluchting van Feyenoord keerde Dombi in de jaren vijftig terug. Het was in deze tijd dat Gerard Meijer hem leerde kennen – tot 2009 masseur en verzorger van de Rotterdamse club. “Helaas heb ik Dombi pas ontmoet aan het einde van zijn loopbaan bij Feyenoord,” vertelde Meijer me toen ik hem in 2008 sprak. “Hij ontving toen alleen nog thuis spelers voor behandeling, zoals Gerard Kerkum en Cor van der Gijp.”

Dombi leerde Meijer hoe hij de wonderzalf moest maken. “Dit recept was zijn grootste geheim, het leggen van de warme verbanden tegen kapotte knieën en gezwollen enkels.” In zijn laatste jaren kostte het Dombi te veel moeite om de zalf alleen te maken. “Het was erg arbeidsintensief en het duurde een dag voordat het klaar was. Er was erg veel geduld voor nodig om te maken, en dat had ik wel.”

Meijer is zo de enige, die ooit van Dombi heeft gehoord hoe die zalf gemaakt moest worden. Bijna een halve eeuw later was hij echter bereid te vertellen wat het grote geheim hiervan was: “Zuivere rubbermelk, die erg moeilijk is te krijgen. Ik kon er aankomen via contacten in de Rotterdamse haven. Die moest dan in een pan worden verhit tot honderd graden. Aan de hand van de kwetsuur was er een bepaalde hoeveelheid rubbermelk met daarbij een bepaalde hoeveelheid paraffine. Ik stond er een dag lang in te draaien en te roeren.”

Om de kwetsuur werd eerst heel strak een stuk gaas gebonden, zodat er tussen vel en gaas geen lucht zat. De zalf was namelijk tachtig graden heet en zou brandwonden veroorzaken als er nog lucht zat boven de kwetsuur. Dit gaas met daarop de zalf werden afgesloten, waarna de voetballer een avond lang moest zitten. Als het er ’s ochtends afging, stond de transpiratie er op. Meijer: “Het was ongelofelijk dat er geen wonden ontstonden met die langdurige hitte, maar het werkte altijd.”

De rubbermelk was het belangrijkste ingrediënt, die na verhitting heel lang heet kan blijven. Meijer: “Paraffine was in die tijd al bekend, maar het nadeel is dat dit snel afkoelt. De rubbermelk is door Dombi zelf verzonnen.”

En het werkte altijd. Een speler als Cor van der Gijp kwam daarom elke keer terug als er iets was. Meijer: “Hij was als de dood voor die zalf, maar het hielp wél.”

Feyenoord-verzorger Gerard Meijer met Coen Moulijn

Aangekondigde dood

Meijer heeft altijd een enorm respect gehouden voor zijn grote leermeester. “Ik ben zo blij dat ik hem heb gekend, alhoewel het veel te kort was. Alleen hebben we nu niet veel meer aan zijn kennis, want in de huidige fysiotherapie is het achterhaald. Het maken van die warme verbanden is zo tijdrovend en arbeidsintensief – laat staan dat een speler er nu zin in heeft om de hele avond met dat hete spul op zijn been te zitten. Toch was Dombi geniaal, want het werkte allemaal wel.”

De Wonderdokter voorspelde op het laatst zelfs zijn eigen dood. Meijer: “Vlak voordat ik op herhaling moest voor mijn dienstplicht, ging ik nog even bij Dombi langs. Ik ben er over twee weken weer, zei ik tegen hem.”

Maar opeens pakte Dombi een tientje. “Voor een bloemetje voor je vrouw”, zei hij. “Want als je terug komt, ben ik dood.” Hij pakte de hand van Meijer en legde die op een knobbel. “Over twee weken ben ik dood”, zei Dombi opnieuw.

Meijer: “En het was verdomme nog waar ook. Toen ik twee weken later weer bij Feyenoord kwam, was hij overleden.”

Crematie

Dombi is gecremeerd in Dieren tijdens een sobere plechtigheid. ‘Namens Feijenoord,’ zo schreef Het Volk, voerde voorzitter C. R. J. Kieboom het woord bij de plechtigheid. Hij memoreerde, dat Richard Dombl niet alleen bij allen die hem kenden of met hem te maken hadden, geliefd was door zijn manier van werken, maar ook door zijn verregaande opofferingsgezindheid. Ook zei de heer Kieboom, dat hij de overledene door diens menselijkheid de hoogste plaats geeft in de rij van trainers, die hij kent.’

Advertentie

Bestel bij Bol.com

 

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.