NieuwSport en politiekVoetbal

2 maart 1974: einde van de oliecrisis-winterstop

Tijdens de Oliecrisis lag het Nederlandse amateurvoetbal stil. Door tekort aan benzine was het in die tijd nagenoeg onmogelijk om uitwedstrijden te spelen. Op 21 december 1973 maakte de Leeuwarder Courant daarom bekend dat de winterstop van het provinciale amateurvoetbal tot 1 maart 1974 zou duren.

Eind 1973 werd ons land getroffen door een boycot van de olieproducerende Arabische landen als een reactie op de Nederlandse steun aan Israël. Van 4 november 1973 tot en met 6 januari 1974 was het verboden om op zondag met de auto te rijden – de zogenaamde autoloze zondagen. Daarna werd de benzine op de bon gedaan.

 

De gevolgen waren voor de voetbalsport erg groot. En dan natuurlijk vooral voor de zondagamateurs, omdat ze op die dag geen auto mochten rijden. Een speciale bus huren was voor een keertje nog wel mogelijk, maar vanwege de hoge kosten hield dat snel op. En het openbaar vervoer was in 1973 vaak ontoereikend om het terrein van de tegenstander te bereiken – en dan moesten de spelers daarna ook nog terug naar huis.

En zo publiceerde de Friese Voetbalbond eind 1973 deze mededeling: ‘De afdeling Friesland van de KNVB heeft in verband met de op 7 januari a.s. ingaande benzinedistributie een circulaire naar de verenigingen doen uitgaan, waarin een aantal verstrekkende maatregelen wordt aangekondigd, die direct te maken hebben met de olieboycot.’

Telegram

Al na een paar weken leed de gehele Nederlandse sport onder de benzinedistributie. Elf grote sportbonden kwamen op 11 januari 1974 bijeen om een telegram op te stellen, die aan de ministerraad werd gestuurd. Het ging hierbij om de KNNZB, Nevobo, KNVB, KNSB, KNWV, NKGB, KNKV, KNLTB, KNHB, KNHV en NKGV.

In het telegram stond: ‘De besturen van de elf grootste sportbonden, in Utrecht in vergadering bijeen, spreken hun grote verontrusting uit over het uitblijven van duidelijke richtlijnen voor benzine-verstrekking ten behoeve van sportbeoefenaars, de medewerkers van de toto-organisaties, docenten en officials. Zij verzoeken met de grootste klem te bevorderen dat het mogelijk wordt de activiteiten voort te zetten voor 2.235.000 actieve leden, die zij vertegenwoordigen. De financiële offers voor de verenigingen gaan thans een ondraaglijke last betekenen.’

Tevergeefs, want er werden geen extra benzinebonnen verstrekt. “Dit betekent dat de hele competitie voor 800.000 amateurspelers in het honderd loopt,” aldus de afdeling amateurvoetbal van de KNVB.

In dat geval had een club op enig begrip mogen rekenen als er een verzoek werd ingediend of een wedstrijd uitgesteld kon worden vanwege de grote afstand. Maar die vlieger ging dan weer niet op. “Jullie fietsen maar,” antwoordde de bond dan bot. “Dat moesten wij vroeger ook. Als jullie niet op tijd op de wedstrijden komen, dan kunnen we boetes opleggen.”

Of dat ook daadwerkelijk is gebeurd, is onbekend. Pas op 2 maart 1974 werd de winterstop in het amateurvoetbal beëindigd.

Advertentie

Reserveer bij bol.com