Voetbal

5 maart 1969: een spontaan Ajax-feest in Parijs

Precies vijftig jaar geleden begon Ajax vanuit Parijs aan zijn internationale zegetocht. “Ajax speelde op topniveau topvoetbal.”

Colombes is een voorstad van Parijs. Er staan lelijke flats rondom een oud centrum en aan de rand bevindt zich een sportcomplex. Het is zeker geen attractie om de Franse hoofdstad voor te verlaten, maar voor sportliefhebbers is het toch een must om er eens heen te gaan.

Het Stade de Colombes is een begrip. Hier was de hoofdzetel van de Olympische Spelen van 1924 en vond de finale van het WK voetbal in 1938 plaats. Het is ook een rugbytempel en dat is in Frankrijk geen onbelangrijk detail. Het stadion is tegenwoordig vernoemd naar Yves de Manoir, een kunstenaar van het spel met de ovalen bal. Maar Colombes is toch vooral de plek waar Ajax echt doorbrak als topclub in het Europese voetbal.

Van de omgeving waarin Ajax Benfica voor de tweede keer binnen veertien dagen versloeg op 5 maart 1969 is weinig meer over. De gammele hoofdtribune staat nog overeind, maar voor de rest is alles afgebroken. En toch kun je met een beetje fantasie voorstellen hoe in 1969 moet zijn geweest. Volle tribunes met uitgelaten fans en vooral een Franse chaos rondom het veld. Alles was geïmproviseerd, want de organisatie had maar veertien dagen de tijd gehad om alles in goede banen te leiden.

Benfica had met Parijs ingestemd omdat in die stad een paar miljoen Portugezen woonden. Zoals een typische Franse uitdrukking uit die tijd verklaarde, werkte in elke flat in Parijs een Portugees als portier. En veel van hen woonden in Colombes. Op de Champs-Elysées kwamen de Portugezen in de buurt van de Arc de Triomphe bijeen bij een krantenstal, waar de A Bola (de sportkrant van Lissabon) van de vorige dag in stapels werd verkocht. Zij waren juist blij dat hun Benfica in Parijs een extra wedstrijd moest spelen. Ze waren ervan overtuigd dat hun ploeg zich niet nog eens liet verrassen door de kampioen van Nederland.

Euforie

In Amsterdam was na de stunt in Lissabon sprake van een ongekende euforie. Plotseling had het geloof in Ajax een kookpunt bereikt. Niemand wilde deze wedstrijd in Parijs missen. Er volgde een spontane karavaan van Nederlanders naar de Franse hoofdstad, die op een vredelievende wijze werd ingenomen door het legioen van naar schatting 40.000 fans. Niemand twijfelde nog aan de victorie, die Ajax voor de eerste keer in de halve finale van Europa Cup zou brengen.

De wedstrijd zelf was eigenlijk een sof, want zowel Ajax als Benfica sloot alle risico’s uit en daardoor had het duel meer weg van een potje schaken. Torres en Eusebio lagen aan de ketting bij Hulshoff en Pronk, terwijl de aanvallers van Ajax dit keer niet konden schitteren zoals op de memorabele avond in Lissabon. Wel had de Nederlandse kampioen een duidelijk overwicht, zo valt op te maken uit het wedstrijdverslag van Hans Molenaar (in het Europa Cup-boek over de jaren 1968-1970): ‘In de gewone negentig minuten was al duidelijk dat Ajax de kwartfinale kon doorkomen, want Benfica werd met fel aanvalsvoetbal met veel variatie en snelheid niet alleen in bedwang gehouden, maar steeds duidelijker werd het ook dat Ajax de betere ploeg was, niet alleen als geheel, ook individueel. Ajax speelde op topniveau topvoetbal. Het was geen mooi duel, wel spannend en soms zeer voorzichtig omdat niemand enig risico durfde te nemen. Alleen Cruijff dartelde af en toe, maar met weinig steun, naar voren.’

Olé, ha, ha, ha, hij zit erin.

Na negentig minuten stond het nog 0-0 en eigenlijk had de ware voetballiefhebber nog niets gezien. Het was vooral spannend en veel Nederlanders zaten die woensdagmiddag voor het eerst met het zweet in de handen naar de televisie te staren. De vrees dat het toch zou misgaan werd maar niet verdreven. In het begin van de verlenging volgde de ontlading. Cruijff profiteerde van een fout van Adolfo en schoot de bal met een snelle voetbeweging langs doelman Henrique, die de bal pas achter de doellijn kon stoppen. Het was eindelijk 1-0 voor Ajax. Wat je noemt een zware bevalling. Herman Kuiphof riep in zijn microfoon de bevrijdende woorden: ‘Olé, ha, ha, ha, hij zit erin.’

Daarna maakte Inge Danielsson met twee treffers aan alle twijfel een einde. Ajax won met 3-0, dankzij zoals Kuiphof de schutter noemde ‘de dierbaarste Zweed van Amsterdam’. Inge Danielsson…, typisch een naam die bij een voetbalquiz wordt gevraagd. Feyenoord en PSV hebben echte Zweedse helden gehad (zoals Kindvall en Edström) en bij Ajax is Stefan Petterson een begrip, maar Danielsson is toch echt de speler die het Nederlandse clubvoetbal in 1969 over een symbolische drempel schoot met vier treffers in drie duels tegen Benfica.

In de verlenging bleek dat Michels op de betere conditie van zijn ploeg had gegokt. Benfica droop af als een geslagen hond. Het Stade de Colombes veranderde in een orgie van Hollands voetbalgeluk. De trainer stond zelfs even op uit de dug-out om voor de zingende fans te dirigeren. De Amsterdamse fans maakten zich na afloop meester van het nachtleven van de Franse hoofdstad, terwijl de spelers hun victorie vierden in het wereldberoemde Lido aan de Champs-Elysées. Het spontane feest maakte zeer veel indruk op de Fransen. Het dagblad France-Soir schreef de volgende ochtend zelfs dat Parijs sinds de bevrijding niet meer zo’n straatfeest had meegemaakt.

Jaap van Praag

Vlak voor zijn dood ondervroeg ik Jaap van Praag naar zijn mooiste ervaringen als voorzitter van Ajax. ‘Parijs was het absolute hoogtepunt. Een gekkenhuis, fantastisch. Honderden bussen uit Nederland. Duizenden fans die met eigen vervoer naar Parijs waren gekomen. En we wonnen van Benfica en plaatsten ons voor de halve finale van de Europacup. Toen beseften we voor het eerst dat we bij de Europese top hoorden. Benfica heeft ons na de wedstrijd in Amsterdam onderschat en eigenlijk had het nog mazzel dat ze een beslissingswedstrijd mochten spelen. Maar achteraf ben ik blij dat we die wedstrijd in Parijs mee mochten maken, want ik had die ervaring voor geen goud willen missen.’

Ajax-Benfica ging om nog een andere reden de geschiedenisboeken in. Het duel zou tot de opening van het Stade de France in Saint-Denis in 1998 de best bezochte voetbalwedstrijd in Frankrijk zijn met 63.000 toeschouwers. Een record dat bijna dertig jaar standhield. In Colombes is nooit meer een grote wedstrijd gespeeld.

De Ajax-trein naar Parijs

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurriaan van Wessem
Jurriaan van Wessem (1960) is historicus en journalist. Hij was onder meer eindredacteur voor het voetbalmaandblad Elf, was medewerker van De Volkskrant en La Gazzetta dello Sport en werkte als correspondent voor de GPD-bladen. Door zijn activiteiten en verblijf in het buitenland heeft hij een brede visie op het internationale voetbal.