Voetbal

Ab Wit, clubvoorzitter Wageningen, is uitvinder van de nacompetitie

Wie heeft de nacompetitie bedacht? Aan het einde van een voetbalseizoen zorgt die geregeld voor veel spektakel.

Feest bij Wageningen in 1974 na het winnen van de nacompetitie. Trainer Fritz Korbach op de schouders.

Ab Wit was voorzitter van FC Wageningen toen de KNVB hem begin jaren zeventig belde of hij een idee had om de spanning in de Eerste Divisie terug te brengen. In het seizoen 1971/1972 kwam hij zo op het idee om de periodetitel in te voeren, waarvan de winnaars aan het eind seizoen mee mochten doen aan een nacompetitie met promotie naar de Eredivisie als hoofdprijs. Het was de gouden oplossing.

Op 26 februari 1972 stemden de eerstedivisieclubs hiermee in. De Tijd omschreef de opzet als volgt: ‘Iets uitgewerkter ziet het plan voor de nieuwe competitie er als volgt uit: nadat er tien wedstrijden zijn gespeeld, wordt de club die op dat moment bovenaan staat, geselecteerd voor een nacompetitie. Dat gebeurt ook na de tweede, derde en vierde serie van tien wedstrijden.’

Helemaal nieuw was het idee van Wit overigens ook weer niet, want er was al eens eerder in het Nederlandse voetbal gespeeld in nacompetities. Op 23 februari 1906 bijvoorbeeld schreef Het Algemeen Handelsblad: ‘Dit jaar zal ter vorming eener nieuwe 2e klasse eene na-competitie worden gespeeld door de laatste van A., 5 en 6 van B. en C. en den kampioen van de derde klasse, alzoo 6 clubs.’

Vier jaar later, op 20 januari 1910 meldde De Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant iets vergelijkbaars, naar aanleiding van een vergadering van voetbalverengingen: ‘Na levendige discussie werd besloten in principe samen te werken met de Westelijke tweede klassers.’ Om te komen tot een nieuwe indeling werd een verplichte nacompetitie uitgeroepen met clubs uit drie verschillende afdelingen.

Tweede Divisie

Dat waren allemaal tijdelijke voorstellen, bedoeld om met een noodgreep een nieuwe competitie vorm te geven. Het idee van Wit was juist bedoeld voor de lange termijn om de Eerste Divisie structureel te verbeteren. In 1995 zei hij in De Volkskrant over plan-Wit: “Halverwege het seizoen was tweederde van de clubs al uitgeschakeld voor de titel. Voor die clubs stond na de winterstop niets meer op het spel. Vrees voor degradatie was er niet. Dat leidde dus tot matig voetbal en weinig publiek, waardoor die clubs in de resterende wedstrijden ook nauwelijks inkomsten hadden.”

Wat direct meespeelde was het einde van de Tweede Divisie in 1971, zo schreef De Tijd op 6 oktober 1972: ‘Nieuwe impulsen zijn vooral nodig geworden, nadat ten gevolge van de sanering de Tweede Divisie als sluitstuk van het betaalde voetbal is weggevallen. Van degradatie uit de eerste divisie is geen sprake meer. Nu die spanningsfactor is weggevallen is het streven erop gericht om alle twintig eerstedivisieclubs, ongeacht de sterkte, zo lang mogelijk te betrekken in een mogelijk meedingen naar een plaats in de eredivisie.’

Deze nieuwe competitieopzet was meteen een succes met De Graafschap als eerste winnaar. Kijk maar:

Scheidsrechter Frans Derks was in Het Parool van 18 mei 1974 in ieder geval heel blij met dat nieuwe element: “Nu de competitie, op één ronde in de Eerste Divisie na, weer ten einde is, wil ik hier nog eens een pluim op de hoed van voorzitter Wit van Wageningen steken. Want zijn idee voor de nacompetitie, die de tweede promotieplaats naar de Eredivisie moet opleveren, zal ook dit seizoen weer garant staan voor een extra aantal spannende wedstrijden.”

Wit was enkele weken later zelf ook heel blij, want nota bene zijn eigen club won toen de nacompetitie en promoveerde zo naar de Eredivisie.

Advertentie

Koop bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.