NieuwVoetbal

Abe had geblazen: hoe Heerenveen met 6-5 won van Ajax

Op 7 mei 1950 was de legendarische voetbalwedstrijd Heerenveen-Ajax, die eindigde in 6-5. Wim Schotanus deed het radioverslag, waarover ik in 1998 met hem sprak. Ajax maakte daarna nog een tijd ruzie met zichzelf. Dit verhaal is gratis, maar een donatie voor ons werk is aardig – onderaan deze pagina. 

Aanbellen aan de voordeur van Wim Schotanus in Heerenveen had geen zin. Zijn hele leven was hij winkelier en daardoor reageerde hij alleen maar op het geluid van een winkelbel. Mijn intree was dan ook via de garagedeur, waaraan zo’n bel zat.

Zijn werktafel was bezaaid met paperassen. “Ik ben nog steeds betrokken bij de KNVB,” zei hij. “Elk weekend bezoek ik de amateurwedstrijden in deze buurt. Ook schrijf ik elke week een column over het regionale voetbal voor de Heerenveensche Courant.”

In 1936 werd Schotanus verslaggever bij de Regionale Omroep Noord-Oost RONO. Na de oorlog, in 1954, werd hij gevraagd door de AVRO om daar te werken. “Dat was voor mij een hele eer, omdat ik een volksjongen was. Denk erom dat je je gedraagt, waarschuwde de directeur van de LTS mij toen ik voor de eerste keer voor die omroep moest werken. Die man was een verschrikkelijk fanatiek lid van de AVRO en dus trots dat iemand uit Heerenveen daarvoor verslaggever werd.”

Tussenstand: 4-5

Vier jaar eerder al had Schotanus voor de AVRO verslag gedaan van de kampioenswedstrijd Heerenveen-Ajax. Een half uur voor het einde stond Ajax met 5-1 voor, maar toen kwam de ommekeer waardoor de thuisploeg alsnog met 6-5 won.

Dat radioverslag kwam niet vanuit het stadion zelf, maar pas na afloop van de wedstrijd in een radiowagen voor het huis van Schotanus. “Ik moest op tijd weg voor het verslag om half vijf. Daarom ging ik weg bij 4-5, toen Ajax al totaal verslagen was.”

Hij waarschuwde wat vrienden: “Als er wat gebeurt, moet je als de blikskaters naar mijn huis komen.” Schotanus was nog niet eens thuis toen hij een enorm gejuich hoorde. “Ik wist dus dat het al gelijk was geworden. Mijn vriend stond me inderdaad al op te wachten.”

Schotanus begon aan zijn verhaal voor de nationale zender. “Heerenveen Sportpark, goedemiddag. Een stuk spektakel van jewelste tussen de Ajacieden en Heerenveen.” Terwijl hij deze woorden uitsprak, legde een tweede vriend een briefje voor zijn neus met de mededeling dat het alsnog 6-5 was geworden.

“Het was daardoor een heel bewogen verslag,” blikte Schotanus in 1998 terug. Met als slotwoorden: “Al met al een stuk emotie van de bovenste plank.” De luistervinken van de AVRO hoorden zo voor de eerste keer van de sensationele uitslag in Heerenveen. “Ik wist toen zelf de uitslag nog niet eens! Ik kreeg er later veel complimenten voor.”

Abe had geblazen

In het eigen clubblad blikte Ajax verbaasd terug op deze krankzinnige wedstrijd, waarin doelman Bep Leentvaar zes keer werd gepasseerd. ‘Als de bekende donderslag bij heldere hemel kwam er een Heerenveenster windstoot. Abe had geblazen. Keihard ging de bal langs Leentvaar. Onhoudbaar. Heel de Friese voetbalkolonie stond te brullen en te dansen.’

Niets kon de thuisploeg daarna nog stoppen. ‘Dichtspijkeren van onze verdediging had de storm misschien kunnen weerstaan, maar aangezien dit niet gebeurde, onze jongens óf het gevaar niet zagen, óf niet de kracht bezaten van bestendig naar stormvoetbal over te schakelen, kreeg Heerenveen gelegenheid door te daveren. En ze gingen door, die Friezen. Van vuurwater kan je dronken worden, maar hier werd men van het voetbal.’

De grote vraag in Amsterdam was wat nou voor die omslag had gezorgd. Zoals Ajax zelf schreef: ‘De één gaf Leentvaar de schuld, de ander had het over slecht captaincy.’ Met dat laatste werd Joop Stoffelen bedoeld, de Ajax-aanvoerder van 1950. Tijdens de wedstrijd had hij Lenstra uitgescholden voor stinkende boer, waarna de Fries zo boos werd, dat hij zijn team naar de overwinning sleepte. Sommige Ajax-spelers hebben het Stoffelen in ieder geval altijd kwalijk genomen.

In 1997 was ik bij Stoffelen op bezoek, waar hij vertelde dat hij na afloop naar de Heerenveen-spelers was gelopen. “Jullie keken zo zielig,” zei hij tegen de Friezen, “en daarom hebben we jullie maar laten winnen.” Zijn echtgenote, die er die dag bij was geweest, voegde daar echter aan toe dat ze nog nooit zo’n stille spelersbus had meegemaakt.

Ook Leentvaar ontkwam niet aan zware kritiek in eigen kring. ‘Het werd een drama,’ aldus het programmaboekje van 21 mei 1950. Met weemoed blikte de schrijver terug op doelman Ad van de Pol, die vanwege een blessure niet kon meedoen. ‘Met van de Pol in het doel,’ stond er in dikke letters, ‘was die wedstrijd stellig niet verloren.’

Leentvaar zelf liep huilend van het veld af, waarna hij nooit meer terugkeerde in het eerste van Ajax. Hij speelde nog wel voor het tweede en was na afloop van zijn spelersloopbaan vier jaar bestuurder bij Ajax, als tweede penningmeester. In 1977 kwam hij in de ledenraad.

Tien jaar later speelden de voetballers van 1950 opnieuw tegen elkaar. Leentvaar stond in het doel, blijkbaar over de teleurstelling heen. Ajax maakte zes doelpunten, waarmee ze tien jaar eerder nog gelijk zouden hebben gespeeld. Heerenveen maakte er acht en won dus opnieuw.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al bijna 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.