Ajax wilde in 1928 een eigen sportpark bouwen op de plek waar nu de Jaap Edenbaan is
Daan Roodenburgh is de architect van het voormalige Ajax-stadion De Meer. Enkele jaren eerder had hij voor zijn club een ontwerp gemaakt voor een compleet sportpark in de Watergraafsmeer.
Waar nu zo’n beetje de Jaap Edenbaan ligt, wilde Ajax een onderkomen bouwen.
Wij vernemen dat de mogelijkheid niet is uitgesloten, dat Ajax gaat verhuizen
Houten Stadion
Ajax speelde sinds 1907 in de Watergraafsmeer op een locatie die in de loop der jaren steeds groter werd. Bij aanvang waren er amper faciliteiten, maar in de jaren daarna kwamen er steeds meer uitbreidingen. Sinds 1917 stond het onderkomen bekend als het Houten Stadion.
Steeds meer bezoekers werden steeds beter ondergebracht door investeringen van de rijke voorzitter Wim Eggerman. Clublid Daan Roodenburgh, in het dagelijks leven architect, ontwierp de tribunes.
Het ging wel steeds moeizamer, want het werd steeds drukker in dat stadion, vooral door de groeiende populariteit na de landstitels van 1918 en 1919. Bij een thuiswedstrijd in 1927 tegen Feyenoord stortte een tribune in. De voetballers hadden geen ruimte om een hoekschop te nemen, omdat er naast de lijn al toeschouwers stonden.
Er waren zelfs bezoekers, die tijdens een wedstrijd tegen Feyenoord door het strafschopgebied slenterden om de wedstrijd van dichtbij te bekijken! Het gezaghebbende tijdschrift Revue der Sporten reageerde genadeloos: ‘Op gevaar af het met de leiders der Meer-club aan den stok te krijgen, moeten we de regeling bij Ajax—Feijenoord als zeer beslist onvoldoende kenschetsen. De organisatoren bij Ajax kennen toch welzóó het klappen van de zweep, dat ’n ordelooze boel als nu voorkomen had kunnen worden.’
Geruchten
Precies in die jaren, in 1921, werd Watergraafsmeer opgenomen door Amsterdam. Daarmee trad een compleet nieuw bestuur aan, dat ook nog eens met hele andere ogen naar dit gebied keek.
In die tijd begonnen de geruchten over een nieuw onderkomen voor Ajax. ‘Wij vernemen,’ schreef het Algemeen Handelsblad op 3 december 1926, ‘dat de mogelijkheid niet is uitgesloten, dat de bekende voetbalvereniging Ajax gaat verhuizen.’
Er waren onderhandelingen met de gemeente Amsterdam, omdat het lopende contract voor de terreinhuur voor het Houten Stadion een jaar later zou aflopen. In plaats van sportvelden moesten daar nieuwe woningen worden gebouwd.
Op een jaarvergadering van Ajax op 25 juli 1928 kwam een eventuele verhuizing ter sprake naar ‘een complex terreinen aan den anderen kant van de Kruislaan, tegenover de begraafplaats en eveneens aan den Middenweg.’
Ter oriëntatie: dat is ter hoogte van de huidige Jaap Edenbaan.
Hoek Middenweg en Kruislaan in Amsterdam in 1928, foto via het Stadsarchief Amsterdam
Eigen complex
Op 9 oktober 1928 sprak Het Volk met Roodenburgh, die schetsen had gemaakt voor een eigen complex voor Ajax, omringd door andere sportvelden. ‘De aanleg van dit sportterreinen-komplex staat reeds vast,’ schreef het blad. ‘Ajax heeft zich thans tot de gemeente gewend met het verzoek, haar een gedeelte af te staan om, te midden daarvan, een Ajax-Sportpark te kunnen doen verrijzen.’
Roodenburgh had deze opdracht van zijn eigen club gekregen voor een betere onderhandelingspositie met de gemeente. Hij benadrukte dat hij geen stadion had ontworpen, zoals Jan Wils enkele kilometers verderop had gedaan met het Olympisch Stadion. ‘Zoo grootsch van opzet is dit plan bij lange na niet. Maar dat is ook niet noodig.’
In plaats daarvan lagen er tekeningen van een sportpak, ‘als het ware aangemeten voor Ajax’. De Kruislaan zou hierin worden verbreed tot circa zestig meter om ruimte te maken voor de verkeersstromen. ‘De groote stroom gaat langs dezen hoofdweg, voetgangers, zoowel als automobielen — voor wélke laatsten een parkeerterrein gereserveerd is —, terwijl de leden en andere houders van kaarten een smalleren binnenweg kunnen volgen.’
Het hoofdveld werd omringd door drie bij-terreinen, waarop verschillende takken van sport konden worden beoefend. Verder lagen er twee tennisbanen. De tribunes bij het hoofdveld moesten plaats bieden aan ruim 16.000 toeschouwers, met een eventuele uitbreiding met nog eens 2000 plaatsen. Achter het overdekte deel van de tribune moest een clubhuis komen, ‘een paviljoen, waaraan Ajax sinds haar oprichting reeds zoo groote behoefte heeft gehad.’
Dit ontwerp van Roodenburgh is er uiteindelijk niet gekomen. In 1934 werd alsnog stadion De Meer gebouwd, een kleine kilometer verderop.


