NieuwSport en politiekVoetbal

De band, die bindt – Nederlands voetbal in de kolonie

Een foto uit 1935 toont de innige banden tussen het Nederlandse voetbal en het koloniale Nederlands-Indië.

In de sportgeschiedenis ligt voldoende onderzoeksmateriaal voor Nederland en zijn koloniale geschiedenis. Van de eerste veertig Nederlandse internationals bijvoorbeeld, die van 1905 tot en met 1908 werden geselecteerd, kwamen er maar liefst 22 uit Den Haag. Ze speelden bij HVV, HBS of Quick H. Die stad heeft van oudsher banden met de kolonies, en dan vooral met voormalig Nederlands-Indië. De meerderheid van die Haagse voetballers heeft dan ook zelf een band met die kolonie gehad: ze waren er geboren of maakten er later fortuin. In sommige gevallen, zoals bij Eddy de Neve, kwamen ze in de Tweede Wereldoorlog in een Jappenkamp om.

Stichting De Sportwereld brengt themanummer uit over sport en koloniale geschiedenis
Hier kijken

Veruit de meeste van deze voetballers kwamen uit de hoogste sociale kringen. Dit kunnen we met zekerheid vaststellen door de cijfers van Cees Miermans uit 1955, die hij noemde in zijn proefschrift Voetbal in Nederland. Maatschappelijke en sportieve aspecten. Tussen 1894 tot 1905 was maar liefst 96% van de spelers in de officieuze voorloper van het Nederlands elftal afkomstig uit de betere milieus. Vanaf de start van het officiële Oranje in 1905 tot 1918 was dit 81%. Pas na de Eerste Wereldoorlog kwam de omslag en kelderde het aandeel van deze sociale klasse naar 23%.

Generaal-majoor

De kans dat de Haagse internationals van voor de Eerste Wereldoorlog uit een arbeidersmilieu kwamen, is daarmee te verwaarlozen. Zowel in Nederland als in de kolonie speelden ze een belangrijke rol in de maatschappij. Dat beeld werd in 1947 bevestigd in het boek Van de groene velden van C.J. Groothoff, de toen zo beroemde voetbalbestuurder, scheidsrechter en sportjournalist. Het ging over de geschiedenis van het Nederlandse voetbal met veel details uit de beginjaren. Groothoff was er al vroeg bij en kende daarom iedereen die van 1880 tot en met 1947 iets had betekend in het Nederlandse voetbal, ook in het geval van de HVV-spelers wier maatschappelijk functie hij op een rijtje zette: ‘John Sol werd hoofd-administrateur van een groote onderneming op Java, Hans van den Bosch, directeur van de cultuurmaatschappij Pondok Gedeh; Ir. Milo, directeur van de B.P.M. te Tjepoe; Hoeksema de Groot, de voortreffelijke doelverdediger, kwam terug uit Indië als generaal-majoor, commandant van de luchtvaart-afdeling.’

Slechts zij, die het voorrecht hebben, in hun jeugd lid geworden te zijn van een groote sportvereniging en meegewerkt hebben die vereeniging een vriendenkring te maken en te doen blijven, zullen beseffen welk een hechte band zoo’n vereeniging voor het geheele leven is.

Ook Velocitas uit Breda leverde in die eerste jaren nogal wat internationals en dat waren stuk voor stuk jongens met een militaire achtergrond. Jan Akkersdijk bijvoorbeeld speelde maar twee interlands – en scoorde daarin één keer – maar veel interessanter is het dat hij later hoofd werd van de Militaire Inlichtingendienst in Nederlands-Indië. Hij zal op latere leeftijd vast nog contact hebben gehad met zijn oude voetbalvrienden om herinneringen op te halen, maar ook om her en der wat ‘te regelen’.

Heren in Medan

Het beste voorbeeld dat Groothoff had over de banden tussen de Nederlandse voetballers van begin vorige eeuw en Nederlands-Indië staat in het hoofdstuk over U.D. uit Deventer. ‘Hoe stevig die banden zijn, werd mij treffend duidelijk, toen ik, kort na de herdenking van het 60-jarig bestaan van U.D. in 1935, in een Indisch blad een foto vond van een aantal heeren te Medan, rondom een feestelijk versierden disch vereenigd, blijkens het onderschrift, ter herdenking van dat feest van U.D., hun oude club.

Een beter geslaagde illustratie van de band, die bindt, is wel niet denkbaar. Zóó stevig is die band, dat bij een aantal kopstukken uit de Indische samenleving – tabaksplanters, directeuren van groote ondernemingen, regeeringsambtenaren, enz – er toe bracht, zich de ongemakken van dagreizen per trein of auto te getroosten, om nog eens enkele uren te toeven in de sfeer van de oude club, herinneringen op te halen en met elkaar te praten over hun verrichtingen op het groene veld.’

Het motto van de voetbal- en cricketclub uit Deventer kwam daarmee volledig tot zijn recht: De band, die bindt. ‘Slechts zij,’ aldus Groothoff, ‘die het voorrecht hebben, in hun jeugd lid geworden te zijn van een groote sportvereniging en meegewerkt hebben die vereeniging een vriendenkring te maken en te doen blijven, zullen beseffen welk een hechte band zoo’n vereeniging voor het geheele leven is.’ En dat tot in de kolonie toe, waarbij de aanwezigen het toch niet alleen over vroeger gehad zullen hebben. Al die kopstukken uit de Indische samenleving zullen vast ook zaken hebben gedaan, nieuwtjes uitgewisseld en politiek hebben bedreven – al helemaal na een dagenlange reis. Of zou een bedrijf of parlement het goed hebben gevonden als één van hun prominente bestuurders even een weekje onbereikbaar zou zijn omdat hij sportherinneringen uit een vorige eeuw wilde ophalen?

Helaas ken ik de namen en functies niet van de mensen op die foto uit 1935, maar met enig historisch onderzoek is dit vast te achterhalen. Via de sportclub UD 1875 hebben we dan opeens een Wie Is Wie In Nederlands-Indie van 1935 te pakken. Met dank aan de band, die bindt.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.