De voetballers van Curaçao hadden beter geen bezoek kunnen brengen aan Volendam
Het voetbalelftal van Curaçao maakte in 1958 een reis naar Nederland. Na afloop durfden Antilliaanse studenten zich niet meer te vertonen in Marken en Volendam.

Aanvoerder Pedro Matrona in Volendams vrouwenkostuum. Foto Harry Pot via het Nationaal Archief
De spelers en begeleiders Curaçao hadden een zeer pittig reisschema.
De Curaçaose voetbalreputatie is geheel teniet gedaan
Moordend
Op 19 april was de aankomst op Schiphol. Vier dagen later stond het Nederlands elftal klaar in de Kuip. Op 25 april werd er gevlogen naar Bazel voor een wedstrijd in Sochaux – nog eens honderd kilometer reizen. De drie dagen daarna werd Parijs bezocht om wat rond te kijken.
Er was een afspraak voor 7 mei in Gelsenkirchen om een officiële landenwedstrijd te spelen tegen de Duitse amateurploeg. Weer een week later was er in Kopenhagen een interland tegen Denemarken. Op 20 mei volgde in Oslo een ontmoeting tegen een stedelijke ploeg.
‘Het hangt van de conditie der spelers af,’ sloot Amigoe di Curaçao dit moordende overzicht af, ‘of de Curaçaoënaars daarna dan nog naar Noord-Afrika gaan om tegen de nationale ploeg van Marokko te spelen.’
Ontvangst
De aankomst in Amsterdam was in ieder geval fantastisch, waar het team werd opgewacht door een vertegenwoordiger van de minister van de Nederlandse Antillen. “Wij hebben reeds economen, politici en anderen uit de Nederlandse Antillen hier op Schiphol ontvangen. En nu geldt het sportmensen. Zij allen hebben één doel: het bevorderen van de samenwerking inde gehele wereld en tussen de drie delen van de rijkseenheid in het bijzonder. Ik hoop, dat jullie ook in dit opzicht veel doelpunten zullen maken.”
Namens de KNVB sprak daarna secretaris-penningmeester Lo Brunt. “Het heeft jaren gekost om deze reis voor te bereiden. Jullie zijn van harte welkom in Nederland. Doe geweldig je best om tegen het Nederlands elftal een zo goed mogelijk resultaat te behalen.”
Aanvoerder Pedro Matrona stelde het allemaal op prijs. “Wij zullen proberen er het beste van te maken.” Meteen daarna vertrok zijn ploeg naar het Olympisch Stadion om vanaf de eretribune de eredivisiewedstrijd Amsterdam — Ajax bij te wonen. Bij het betreden van het stadion kregen de spelers een staande ovatie van de toeschouwers.

Op de eretribune van het Olympisch Stadion. Foto Joop van Bilsen via het Nationaal Archief
Volendam
Voor de wedstrijd tegen Nederland was veel belangstelling. Er werden extra treinen ingezet om iedereen op tijd in de Kuip te krijgen.
Ondertussen maakte Mordy Maduro van de Curaçaose Voetbalbond zich wel een beetje zorgen. Oranje had net België met 7-2 verslagen en was dus lekker op dreef. ‘De veronderstelling, dat de Curaçaoënaars zich even gewillig ter slachtbank zullen laten leiden als de Belgen, lijkt bepaald onjuist,’ zo hoopte Amigoe.
Voor de ontspanning werd een bezoek gebracht aan Volendam en Marken, waar de media massaal op waren afgestroomd. De journalisten kregen hun zin, omdat Matrona in een Volendams vrouwenpakje poseerde. Zonder klompen, omdat er nergens in de omgeving een geschikte maat voor zijn grote voeten beschikbaar was.
Ook Wilfred Delannoy trok vrouwenkleren aan. ‘Tussen hun makkers, die als Volendamse vissers waren gekleed, ging het vrolijke tweetal op de foto,’ aldus Amigoe, die elke seconde meemaakte van deze trip. ‘De Curaçaoërs hebben volop van deze tocht genoten. Het was prachtig weer en de ontvangst (…) was allerhartelijkst.’
Vanwege het drukke schema werd er in Volendam nog een training afgewerkt bij de lokale profclub. ‘Morgen oefent de ploeg in het Olympisch stadion te Amsterdam,’ schreef De Gooi- en Eemlander. ‘In de middag wordt dan een bezoek gebracht aan de Keukenhof. Woensdagochtend maakt de ploeg de traditionele rondvaart door de Amsterdamse haven en grachten.’

Foto Harry Pot via het Nationaal Archief
Vriendschappelijke verbindingen
Herman Kuiphof was in 1958 nog medewerker van het tijdschrift Sportkroniek, die vooraf al uitgebreid schreef over de betekenis van de interland. ‘Het is geen normale voetbalwedstrijd, welke voor woensdagavond 23 april a.s. in het Feijenoordstadion is vastgesteld. Het is immers Nederland—Curaçao.’
Kuiphof citeerde Brunt om zijn punt te maken. “Deze interland is voor onze Rijksgenoten in de West een geweldige gebeurtenis.”
De rol van sportbestuurder Maduro werd met name genoemd, omdat hij regelmatig naar Nederland kwam voor internationale congressen en belangrijke voetbalevenementen. ‘Dhr. Maduro is niet alleen voorzitter van de Curaçaose Voetbalbond, hij is ook president van de Centraal-Amerikaanse Voetbalfederatie. Als zodanig maakt hij deel uit van het bestuur van de Fédération Internationale de Football.’
Zo was Maduro een brug voor de sport binnen het Koninkrijk der Nederlanden. ‘Als bestuurslid van deze organisatie verricht hij bijzonder nuttig werk, omdat hij door zijn Nederlanderschap en zijn veelvuldig verblijf in ons land en in andere landen van Europa, de Westeuropese ideeën en mentaliteit precies kent. Aan de andere kant kent hij ook de Zuidamerikaanse geest en mentaliteit, waardoor hij een niet genoeg te waarderen trait d’union is tussen beide groepen in de F.I.F.A.’

Foto Harry Pot via het Nationaal Archief
Deceptie
Allemaal mooie woorden voor Curaçao, maar het verloor wel met 8-1 van Nederland. ‘In de annalen van de voetbalsport van Curaçao en van de CVB zal dit als een zeer zwarte bladzijde blijven opgetekend en in de herinnering voortleven,’ concludeerde een woedende verslaggever van Amigoe. ‘De Curaçaose voetbalreputatie, die door de jaren heen door vele voetballers, bestuursleden en andere personen zorgvuldig is opgebouwd, is nu geheel teniet gedaan.’
Iedereen had recht op een leuk uitstapje naar Nederland, vervolgde de krant, maar denk er dan wel wat beter over na. ‘En als men dan bij een dergelijke trip als thans plaatsvindt de nadruk wil leggen op de verbroedering binnen Rijksverband, dat men dan verbroedere zonder er de belachelijke en voor onze jongens vernederende vertoning bij te halen, waardoor ons eiland en zijn sport in het Feyenoord Stadion te kijk werd gezet.’
De wedstrijd in de Kuip. Foto J.D. Noske via het Nationaal Archief
Ruim een jaar later plaatste Amigoe een verhaal, waaruit blijkt welke gevolgen deze nederlaag had voor de Antilliaanse studenten in Nederland. ‘Ik weet nog,’ opende schrijver, dichter en taalwetenschapper Frank Martinus zijn verhaal van 30 mei 1959, ‘dat bij het verschijnen van die foto iedereen zich voornam om naar Marken en Volendam te gaan, om ook eens een foto te maken, waar Matrona een foto had gemaakt.’
Na die wedstrijd in de Kuip had niemand daar nog zin in. ‘Stel je voor dat een Markenaar zou vragen: Gij zijt toch ook een van hun. Neen, zelfs de vakantie-gangers toonden zich een beetje afkerig van deze anders zo dankbare fantastische objecten.’
De enige drie mensen in het Caribisch gebied die profiteerden van de enorme nederlaag waren Boechie Frans van Bonaire en R. Schmelz en Nilo Petronella van Curaçao. Zij hadden de juiste voorspelling ingestuurd voor de voetbalprijsvraag van Amigoe. ‘De prijzen zullen aan de winnaars worden verzonden.’


