Burgemeester Oud van Rotterdam verbood in 1938 een wedstrijd van het Nederlands voetbalelftal
Activisten roepen de gemeente Rotterdam op om Israël uit te sluiten van het EK honkbal, dat volgende maand in die stad wordt gehouden. In 1938 verbood diezelfde stad een thuiswedstrijd van het Nederlands voetbalelftal tegen Duitsland.

Burgemeester Pieter Oud van Rotterdam. Foto via het Nationaal Archief
Van 20 tot en met 27 september wordt in Rotterdam het EK honkbal gespeeld, waarvoor Israël zich heeft geplaatst. Vanwege de genocide in Gaza heeft de Rotterdam Palestina Coalitie een verzoek ingediend bij burgemeester Carola Schouten om dit team de toegang tot de stad te weigeren. De plaatselijke fracties in de gemeenteraad van de SP, BIJ1 en DENK hebben gevraagd om een debat over dit onderwerp.
De Europese honkbalbond heeft ondertussen verklaard dat er geen sprake zal zijn van een boycot van Israël. ‘Dergelijke maatregelen kunnen niet eenzijdig worden genomen door lokale organisatoren, clubs of gemeenten.’
De vraag of het gewenscht is dezen wedstrijd doorgang te doen vinden, is noodzakelijk
Kristallnacht
Het is de vraag of een gemeente inderdaad niet zelf kan ingrijpen. Een burgemeester kan tenslotte vrezen dat de openbare orde in gevaar komt bij een beladen sportevenement, wat een reden kan zijn voor een verbod.
Dat is in Rotterdam zelfs al eens eerder gebeurd, al is onderstaand voorbeeld wel van een tijdje geleden. Op 11 december 1938 zou het Nederlands Elftal in de Kuip een interland spelen tegen Duitsland, maar burgemeester Pieter Oud heeft deze ontmoeting toen verboden.
Vlak daarvoor was in Duitsland de Kristallnacht geweest, waarbij de nazi’s door het hele land de pogroms tegen Joodse bezittingen hadden aangemoedigd. Dat het nationale team van ditzelfde land meteen daarna in Nederland zou voetballen, kon er bij dagblad De Nederlander dan ook niet in. ‘Een internationale voetbalwedstrijd is in den loop der jaren tot méér dan een partij voetbal uitgegroeid. In het bijzonder in de dictatuur-landen zijn het geworden semi-nationale gebeurtenissen. En daarom ook schijnt ons althans overweging van de vraag of het gewenscht is dezen wedstrijd doorgang te doen vinden, noodzakelijk.’
Het sportieve zou bijzaak worden als voor- en tegenstanders elkaar op de tribunes zouden ontmoeten. ‘Het behoeft geen betoog, dat er onder die omstandigheden alle kans is op het ontstaan van onaangenaamheden, waar niemand mede is gebaat.’
Burgemeester Oud van Rotterdam vreesde ook voor rellen en confrontaties en vaardigde daarom een verbod uit. Daarmee moesten ordeverstoringen worden voorkomen. Er werd verder niets gezegd over de heersende politiek in Duitsland.
KNVB boos
De KNVB was niettemin woedend op de burgemeester. Op 19 november verklaarde die dan dóór te willen spelen – net als de Europese honkbalbond dat nu doet. KNVB-bestuurder Karel Lotsy vond zelfs dat de Duitse voetballers sinds de machtsovername van Hitler in 1933 buitengewoon correct waren geweest.
Het beruchte Horst Wessellied, dat door de Duitse internationals werd gezongen, was voor de bond ook geen probleem. Sport en politiek stonden los van elkaar.
NSB boos
Oud handhaafde het verbod, waarna er een heftig debat in de Tweede Kamer werd gevoerd. De NSB greep dat aan om te wijzen op het ‘joodse gevaar’ in Nederland.
De Nederlandse nazipartij haalde hard uit naar Oud: “De burgemeester van Rotterdam achtte het gewenst om het achterland in het harnas te jagen door een voetbalwedstrijd met Duitsland te verbieden. Het motief: vrees voor relletjes is eenvoudig belachelijk. Er zijn in Rotterdam geen relletjes als de Regering dit niet wil.”
Verder wees de NSB erop dat de relatie van Nederland met Hitler zou verslechteren door het verbod. De andere leden van de Tweede Kamer scholden daarop deze parlementariërs uit voor landverraders.
Duitsland schortte vlak na het debat inderdaad de sportcontacten tijdelijk op, maar drie maanden later was alweer zoals vroeger. Vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd er geen officiële interland meer gespeeld tussen Nederland en Duitsland.

