Voetbal

De 75e sterfdag van Han Hollander

Sportjournalist Han Hollander verzorgde in 1928 het eerste rechtstreekse radioverslag van een wedstrijd van het Nederlands elftal. Mede hierdoor werd voetbal in ons land nóg populairder dan het toen al was. Op 9 juli 1943 werd hij vermoord in concentratiekamp Sobibor.

Han Hollander (met bal) en Willem Vogt op 11 maart 1928

De Joodse Han Hollander kwam uit Deventer en werd toevallig een idool. Toen hij in het begin van de twintigste eeuw in dienst zat, vertelde hij vaak op de rand van zijn brits fascinerende verhalen over voetbalwedstrijden die hij gezien had. Eén van die soldaten die meeluisterde was Willem Vogt, later één van de oprichters van de AVRO-radio. Toen het mogelijk werd om live-verslagen van voetbalwedstrijden te maken, dacht Vogt aan zijn oude vriend. Hollander maakte zo het eerste rechtstreekste radioverslag van een Nederlandse voetbalwedstrijd: Nederland- België, op 11 maart 1928 in het Nederlandsch Sportpark, tegenover het Olympisch Stadion dat nog in aanbouw was.

Zijn vrouw had eigen herinneringen hoe haar man werd verkozen: “Hij schreef veel over sport, verslagen voor dagbladen en sportperiodieken. Eens op een middag werd hem onverwacht de vraag gesteld of hij er iets voor voelde om voor de A.V.R.O. bij wijze van proef eens een voetbalwedstrijd te verslaan. Mijn man zei: ja, dat wil ik wel eens proberen, maar toen bleek, dat men het ook al aan anderen had gevraagd. Maar toen het op klappen kwam, bedankten die anderen voor de eer en toen deed mijn man het.”

Het zette grote druk op het gezinsleven, aldus Hollander zelf: “Ik zal het nooit vergeten, die maanden die aan de eerste uitzending vooraf gingen. Die hebben behoord tot de ellendigste van m’n leven, en in die tijd heb ik zo menigmaal mezelf wel een klap in het gezicht kunnen geven vanwege het feit dat ik op de vraag of ik dat ik me daarmee wilde belasten JA heb gezegd. De grootste moeilijkheden heb ik toen gehad, ik was geen mens meer voor m’n gezin. Ik grauwde en ik snauwde maar en ik sprong door alles uit mijn vel. Het is de ellendigste tijd van m’n leven geweest.”

Waarom had hij het dan toch ingestemd? Daarop gaf wielrenjournalist Joris van den Bergh toen treffend antwoord: “Ik had het geluk dat mijn jeugd samenviel met een tijd van wording, een tijd van snelle ontwikkeling op allerlei gebied. Als je dan geen dooievissiesvreter bent, doe je mee.” Hollander had diezelfde instelling.

11 maart 1928

Eindelijk was het dan 11 maart 1928, een dag met akelig weer met veel sneeuw. Om op het dak van het stadion te komen voor zijn radiohokje, moest Hollander eerst door het huis van opzichter Veen – tot frustratie van de vrouw des huizes. De sneeuw en kou verspreidde zich door de hele kamer.

Omdat het de eerste keer was, ging er natuurlijk wel wat mis in de uitzending. Dagblad Het Vaderland: ‘Jammer, dat de programma’s een onjuist aanvangsuur hadden genoemd voor de uitzending, waardoor menigeen instelde, toen de uitzending al aan de gang was.’ Verder was Hollander zo zenuwachtig dat hij zijn verslag begon met: “Goedenavond, dames en heren.” Het was toen twee uur in de middag.

Maar vanaf dat moment liep het gesmeerd. Vogt, die Hollander de hele wedstrijd begeleidde, zei hierover: “Hij hield de sfeer erin. In saaie ogenblikken vertelde hij over de spelers en hun spelkarakteristiek; en als ’t ging spannen, stal hij het hart van onsportieve douairièresmet zijn eerlijke geestdrift.”

Ook Het Vaderland was tevreden: ‘We betrapten er ons zelf op, dat ons hart nu en dan sneller kloppen ging bij een worsteling voor een der doelen, een bewijs, dat de sportjournalist het spel goed volgde. Voor deze eerste poging verdienen de beide omroepers stellig een woord van hulde.’

De voetbalwereld vóór 1928

Het radioverslag van Hollander is het enige dat in boekvorm is vastgelegd, in Het krankzinnige kwartiertje van Nico Scheepmaker. Tenslotte was nooit eerder een complete wedstrijd uitgezonden in het voetbalgekke Nederland. Door zijn verslagen gingen meer mensen naar sportwedstrijden toe om eens met eigen ogen te kijken. Er werden zelfs voetbalclubs opgericht nadat mensen de verslagen van Hollander hadden gehoord. Met andere woorden: er is een voetbaltijd vóór Hollander en een tijd daarna.

Voetbal was al wel enorm populair, want voor de belangrijke wedstrijden van Oranje was het normaal dat er zo’n 150.000 aanvragen kwamen voor een kaartje. Er waren maar zo’n 20.000 tot 30.000 plaatsen ter beschikking en dat zorgde voor een bloeiende zwarte markt. Voor de interland van 11 maart 1928 werd maar liefst veertig gulden geboden. Ter vergelijking: in datzelfde jaar kostte het duurste kaartje voor een klassiek concert in Leeuwarden nog geen drie gulden. En de nieuwste collectie hoeden uit Parijs dat jaar waren in Rotterdam nog geen tientje per stuk.

In de jaren voor de radioverslagen organiseerden kranten zelf massale bijeenkomsten, waar de verslaggever de laatste stand doorbelde naar de redactie. Die werden dan meteen doorgegeven aan de massa buiten, die dan wist of het moest juichen of juist niet. Het Rotterdamsch Nieuwsblad organiseerde vanaf 1923 heel bijzondere bijeenkomsten. Op het Hofplein in Rotterdam werd een enorm bord opgehangen met daarop een voetbalveld en een magnetische bal. De journalist in het stadion stond anderhalf uur lang in telefonisch contact met de redactie om door te geven waar de bal op het echte voetbalveld lag. Hiervoor werden coördinaten gebruikt als e7, f3 en a4. In Rotterdam werd daarop de magnetische bal op dezelfde manier verplaatst, zodat toeschouwers het idee kregen naar de echte wedstrijd te kijken. Er kwamen duizenden mensen op af, die geestdriftig de magnetische bal toejuichten.

De AVRO had in de jaren vóór 1928 de grootste moeite om het radioverslag te organiseren, alhoewel er allang belangstelling was. Persbureau Vaz Dias, de voorloper van het ANP, had in die tijd nog het alleenrecht op het gebruik van draadloos zenden via de radio en wilde dit monopolie niet opgeven. Het ging om geld, want deze verslagen van voetbalwedstrijden werden in code verzonden en konden pas na betaling worden ontcijferd.

Door Hollander werd dit monopolie beëindigd, althans voor de wedstrijden van Oranje. Hij maakte een einde aan die magnetische borden, maar in plaats daarvan huurden redacties enorme geluidsboxen in om het verslag uit te zenden. De meeste mensen hadden nog geen radio, dus zo konden ze toch horen hoe Oranje het deed.

De voetbalwereld ná 1928

Het verslag van Hollander was een gigantisch succes en daarom kroop hij een maand later opnieuw in zijn hokje voor de interland tegen Denemarken, opnieuw door de huiskamer van de familie Veen. Iedereen verheugde zich op de radioverslagen van de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam, maar tevergeefs. Het organiserende comité van die Spelen vreesde dat door de aanwezigheid van de radio minder mensen op de tribune zouden zitten en weigerde toegang.

De Duitse radio heeft maandenlang tevergeefs geprobeerd toestemming te verkrijgen voor uitzendingen: ‘Wil Holland zich die onvergelijkelijke kans tot propaganda laten glippen?’, vroegen de Duitsers zich af. Inderdaad: dat wilde Holland en gaf dus geen toestemming. Toch waren er in die tijd vanuit Amsterdam radioverslagen op de Duitse radio te horen, al vanaf de eerste dag met het hockeytoernooi, waarschijnlijk zonder dat het organisatiecomité hiervan op de hoogte was.

Hoe dan ook: Hollander deed geen radioverslagen tijdens de Spelen van 1928 met als gevolg dat de tribunes heel vaak leeg bleven. Het dieptepunt was de voetbalwedstrijd Portugal – Joegoslavië met precies 1.226 toeschouwers. Ook bij het turntoernooi was het bijna leeg in het stadion, ondanks het eerste officiële bezoek van koningin Wilhelmina aan het Olympisch Stadion.

Het ongelijk van de organisatie van Amsterdam 1928 werd daarna aangetoond, dat ze beter wél de radio toe had kunnen laten om bezoekers te trekken. De eerste Zesdaagse in de Amsterdamse RAI was in 1932 en begon moeizaam met weinig toeschouwers. Het evenement werd echter gered door de radioverslagen van Hollander, schreef Sport in Beeld: ‘Tegen den avond loopt het gebouw weer tjokvol, honderden mensen kunnen niet worden toegelaten, zoodat er buiten het gebouw verschillende vechtpartijen plaats hebben.’

Op 21 mei 1938 versloeg Hollander zijn vijftigste interlandwedstrijd. Dat betekende dat hij er sinds 1928 slechts negen had gemist. ‘Ter gelegenheid van dit feit’, schreef De Leeuwarder Courant, ‘vormde zich onlangs een comité, dat zich tot taak stelde den heer Hollander op hartelijke wijze te huldigen.’ Het was gezellig druk in het Amsterdamse Amstelhotel met vertegenwoordigers van de AVRO, de KNVB, de Surinaamse Voetbalbond en het Nederlands-Indisch Voetbalelftal, dat toevallig net in de buurt was.

AVRO-voorzitter G. de Clerq kwam met een opmerkelijk verhaal voor het feestvarken: “Uw reportages doen de criminaliteit in Nederland sterk dalen. Want een agent van politie in Deventer, die vertelde mij dat wanneer meneer Hollander spreekt voor de microfoon, en wij hebben straatdienst, dan konden we net zo goed op het bureau blijven, want dan is er nooit iets te doen op straat. Men heeft geen tijd om in te breken, men heeft geen tijd voor moorden, men heeft geen tijd voor ruzie, iedereen houdt zich even koest!”

Zo werd Hollander geëerd voor zijn radiowerk, alhoewel zijn vakgenoten zich wel eens afvroegen waarop hij alles baseerde. Oud Ajax-speler Kick Geudeker, later een vooraanstand sportjournalist, had een keer naast hem gezeten tijdens zijn verslag. “Ik moet eerlijk zeggen dat mijn oren klapperden. Hij vertelde helemaal niet wat er aan de hand was, hij werkte naar hoogtepunten toe die er helemaal niet waren!”

Of een voetballer uit die tijd, Bas Paauwe van Feyenoord en het Nederlands Elftal. In een interview in 1970 zei hij: “Die Han Hollander kon voor de oorlog in z’n verslag van elke wedstrijd iets geweldigs maken. Tsjongejonge, wat een wedstrijd, zeiden dan de mensen als je weer thuis kwam. Het was dan helemaal niet zo’n geweldige wedstrijd geweest, maar zij hadden allemaal Han Hollander gehoord, die sleepte de mensen geweldig mee.”

Dat neemt echter niet weg dat de verslagen van Hollander van hoge kwaliteit waren, vooral omdat het in die tijd veel moeilijker was dan nu. Er bestonden nog geen rugnummers, zodat het extra moeilijk was om de spelers te herkennen. Daarom legde Hollander een archief aan van de belangrijke spelers met daarin hun lengte en andere belangrijke lichamelijke kenmerken.

En dan was zijn radiohokje ook niet altijd even ideaal – vol gaten en kieren. Op 11 maart 1928, nota bene tijdens zijn debuut, was die cabine veel te klein. M.J. Adriani Engels schreef: ‘Die duiventil was zo nauw dat ze zich nauwelijks konden verroeren en dat Hollander, toen hij zich eenmaal voorover boog om het spel goed te volgen door de opening van dertig centimeter (zonder glas) aan de voorkant, zijn horloge van de richel tuimelde. “Hemel, daar gaat mijn horloge”, ontsnapte hem en de radioluisteraars hoorden zowel de korte tik van het gevallen uurwerk op de vloer als de uitroep. De volgende dag kreeg hij twee briefjes van horlogemakers, die het gratis voor hem wilden repareren.’

Oorlog

Zes dagen na de Nederlandse capitulatie in mei 1940 werd Hollander door Vogt ontslagen, samen met de andere Joodse werknemers van de AVRO – lang voor de eerste Duitse maatregelen tegen Joden. Vogt was geen antisemiet, maar wilde er alleen ervoor zorgen dat hij de Duitsers niet zou irriteren. Het laatste ‘Sportpraatje’ van Hollander – een populaire radiorubriek – werd de dag na de capitulatie uitgezonden.

Alhoewel Hollander zich veilig voelde werd ook hij naar doorgangskamp Westerbork gestuurd en kreeg aanvankelijk een baantje op de administratie. Toch ging het mis – óf omdat zijn vrouw minachtende opmerkingen maakte over Duitsers óf omdat Hollander publiekelijk opschepte over zijn positie. Na tien maanden Westerbork werd het echtpaar met hun dochter gedeporteerd. Alle 2.416 joden van dit transport werden vermoord. Hollander stierf in Sobibor op 9 juli 1943.

Precies 75 jaar later wordt de vermoorde sportjournalist op verschillende plekken herdacht. Op 4 mei 2009 werden Stolpersteine voor Hollander en zijn vrouw Leentje Hollander – Smeer gelegd op de Amstelkade 118 in Amsterdam. Hier woonde het echtpaar toen het door de Duitsers werd afgevoerd. De Stolpersteine liggen als tegels bij de voordeur en verwijzen naar de slachtoffers in dit huis. Het Olympisch Stadion nam het initiatief voor het leggen van deze stenen, waaraan de AVRO haar medewerking verleende. Hollander werkte tenslotte voor deze omroep, waar hij werd ontslagen. De manier waarop dat gebeurde, was uiterst pijnlijk, oordeelde de omroep tijdens het leggen van de Stolpersteine.

Willemijn Maas was er daarom zelf bij toen de stenen werden gelegd, als toentertijd algemeen directeur van de AVRO. Ze realiseerde zich dat ze een uiterst pijnlijk punt in de geschiedenis van haar organisatie beroerde. Zoals De Leeuwarder Courant bijvoorbeeld in 1974 schreef in een fel stuk over de meegaandheid van de omroepen: ‘Vogt stelde dat de AVRO volledig paste in de Nieuwe (nazi) Orde. Hij spoorde aan – met lofprijzingen aan het adres van de gedisciplineerde oosterburen – tot eerbiediging van de luistertucht (niet naar Engelse zenders luisteren). Vogt arrangeerde een gesprek met Mussert. Vogt legde de eerste contacten met Max Blokzijl, de NSB-propagandist nummer 1. Vogt ontsloeg ook, voordat de Duitsers er zelf over begonnen, alle joodse medewerkers van de AVRO.’

Maas zei in 2009: “Samen met een aantal andere Joodse en niet-Joodse collega’s werd hij ontslagen. Over die periode en die actie van AVRO-directeur Willem Vogt, nota bene een persoonlijke vriend van hem, is na de oorlog veel geschreven en gezegd – vaak in emotionele termen. Vogt is voor de zuiveringscommissie verschenen en uiteindelijk vrijgesproken. Dat neemt niet weg dat nu, bijna zeventig jaar later, het terugkijken op die periode voor mij en de AVRO buitengewoon pijnlijk is en gevoelens oproept van onbegrip en verbijstering.

Vandaag wordt op allerlei plaatsen herdacht wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. De kleine persoonlijke verhalen maken daarbij altijd de meeste indruk. Ik ben blij dat wij vandaag hier staan om eer te bewijzen aan een man die voor de AVRO, maar vooral voor het Nederlandse publiek, veel betekend heeft. Een populaire man, geliefd en begaafd en die op brute wijze is vermoord met zijn hele gezin. Zijn levensverhaal doet ons stilstaan bij de gekte van een ideologie, die mensen uitsluit en uiteindelijk wil vernietigen.

Laten we waakzaam zijn voor signalen waarbij dit weer zou kunnen gebeuren of al gebeurt elders in de wereld. En laten we dan handelen, elkaar aanspreken, berichten en niet onverschillig zijn. En opkomen voor de mensen die vervolgd worden. Dat is onze opdracht en onze verantwoordelijkheid. Daarmee tonen we ons werkelijke respect voor mensen als Han Hollander. Daarom moeten we blijven herdenken en verhalen blijven vertellen. Dan is hij niet voor niets gestorven.”

Andere plekken waar Hollander wordt herdacht is in het Olympisch Stadion met een plaquette over zijn radioverslag van 1928. Het eerste idee hiervoor ontstond in 1947 in de AVRO, wat Vogt een goed idee vond, maar pas in 1953 diende de omroep een verzoek in bij het Olympisch Stadion. Weer drie jaar later, op 22 april 1956, was de onthulling door de zus van Hollander. Het bord is nog steeds in het Olympisch Stadion.

In Deventer hangt sinds 2013 een herinneringsbord ter ere van de beroemde stadsgenoot, de sportjournalist die het aanzien van het Nederlandse voetbal voor altijd veranderde met zijn zeer levendige verslagen.

De onthulling van de plaquette in het Olympisch Stadion

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.