De acties tegen het WK voetbal van 1978 in Argentinië waren wél een groot succes
De roep om acties tegen het WK voetbal in de Verenigde Staten groeit wereldwijd. Zoiets gebeurde in 1978 ook vanwege de mensenrechtenschendingen in Argentinië. Het werd een groot succes.

Een demonstratie tegen het bewind in Argentinië, foto Hans Peters via het Nationaal Archief
Er zijn nog steeds mensen die denken dat het WK voetbal wordt georganiseerd om de beste voetballers ter wereld een podium te geven. Opmerkelijk, want vijftig jaar geleden bleek al dat voetbal de belangrijkste bijzaak is van dit evenement.
Amnesty kan en mag een dergelijke bijeenkomst niet voorbij laten gaan zonder deze op een zo goed mogelijke wijze voor de doelstellingen te gebruiken
Twaalf jaar chaos
Het WK voetbal van 1978 werd twaalf jaar eerder al toegewezen aan Argentinië, ruim voordat generaal Jorge Videla aan de macht kwam door een bloedige staatsgreep. In die periode werd het land getroffen door staatsgrepen, hyperinflatie, aanslagen en een economische crisis.
De FIFA werd zo keer op keer gedwongen om opnieuw te bevestigen dat Argentinië inderdaad het wereldkampioenschap voetbal organiseerde. In september 1968 gebeurde dat in een brief aan Armando Ramos Ruiz van de Argentijnse voetbalbond. In de zomer van 1974 kwam het WK serieus in gevaar na het overlijden van president Juan Peron en de machtsovername van zijn vrouw Isabel, waarna er binnen enkele maanden ongeveer 140 dodelijke slachtoffers vielen bij gewelddadige confrontaties.
Door de staatsgreep van Videla werd zijn land één van de meest beruchte dictaturen van zijn tijd. En dan was er op 7 juli 1976 ook nog de moord op Omar Carlos Actis, de voorzitter van het organisatiecomité. Het regime trok daarop de complete organisatie naar zich toe, een duidelijke politieke ingreep.
Dit verhaal is gebaseerd op onderzoek dat ik in 2022 deed voor het boek Nooit Meer Qatar. Vier jaar na publicatie is dit nog steeds actueel. Je kan het hier bestellen voor 10 euro, exclusief verzendkosten.

Mensenrechtenschenders en milieuvervuilers
Volgens de FIFA moeten politiek en sport altijd van elkaar worden gescheiden, maar toch vond de bond deze politieke ingreep geen probleem. Elders in de wereld werden wél de eerste vragen gesteld over het wereldkampioenschap in een land dat structureel de mensenrechten schond. En dan gebruikte het regime het toernooi ook nog eens als instrument om uit een internationaal isolement te geraken. Voetbal was daarmee gedegradeerd tot de belangrijkste bijzaak van het wereldkampioenschap.
In de ogen van Videla was dat ook wel nodig, want na zijn staatsgreep kwamen er steeds meer berichten over mensenrechtenschendingen. Argentinië huurde daarom het Amerikaanse propagandabedrijf Burson-Marsteller in, dat in het grootste geheim een advies schreef hoe het wereldkampioenschap kon worden gebruikt om een einde te maken aan het slechte imago van het regime.
Burson-Marsteller werd niet per ongeluk gevraagd door de mensenrechtenschenders. Eind jaren zestig werd het ingehuurd door Nigeria, dat net bezig was met een genocide in de Republiek Biafra. Andere grote klanten waren de communistische dictatuur van Roemenië en het bedrijf Union Carbide, dat in 1984 verantwoordelijk was voor de giframp in Bhopal in India met ongeveer 15.000 doden. In al die gevallen verdienden de Amerikaanse spindoctors zoveel mogelijk geld om zo weinig mogelijk waarheid te vertellen. En dat was precies wat Videla zocht.
Eind 1977 lekte deze samenwerking uit en bleek dat Burson-Marsteller een rapport had gemaakt hoe Argentinië de wereldwijde media-aandacht kon verleggen. Eén van de tips was om te wijzen op de successen in de landbouw onder leiding van Jorge Zorreguieta, de vader van koningin Máxima.
Verder werden de namen genoemd van de belangrijkste mediabedrijven ter wereld en de meest vooraanstaande journalisten, die allemaal negatief schreven over de dictatuur. Die moesten worden uitgenodigd voor een zorgvuldig geplande reis door Argentinië, in aanwezigheid van gewillige vrouwen, ‘ware vertegenwoordigers van de gezonde jeugd van Argentinië’.
Deze invloedrijke journalisten werden zelfs in hun eigen land bestookt door het Argentijnse regime. ‘Rekening houdend met de meest vooraanstaande leden van het vak,’ meldde Burson-Marsteller, ‘zijn we bezig met het opzetten van een systeem van infiltratie bij de toonaangevende kranten en tijdschriften.’
Dat gebeurde ook in Nederland, onder meer bij NRC Handelsblad en de tijdschriften Elsevier, Haagse Post en Accent.

Politiek toneel op het Waterlooplein in Amsterdam uit protest tegen het WK voetbal in Argentinië. Foto Rob C. Kroes via het Nationaal Archief
Amnesty International
De geheime politieke missie van Videla en Burson-Marsteller was meteen mislukt toen het rapport op straat lag. Het opende de ogen van mensenrechtenactivisten, die daarna een wereldwijde oproep deden voor acties tégen dit wereldkampioenschap.
Na archiefonderzoek bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam blijkt dat dit voor Amnesty International zelfs het laatste zetje is geweest voor een internationale campagne rond dit wereldkampioenschap. Aan een maandenlange discussie of Amnesty zich wel of niet moest bemoeien met een sportevenement kwam zo een einde. ‘Amnesty kan en mag een dergelijke bijeenkomst niet voorbij laten gaan zonder deze op een zo goed mogelijke wijze voor de doelstellingen te gebruiken,’ zo staat in een intern bericht van de Nederlandse tak van 27 december 1977.
Op 20 januari 1978 was er internationaal overleg op het hoofdkantoor in Londen, waarna op dezelfde dag alle nationale afdelingen op de hoogte werden gesteld van een campagne in april en mei. Hierbij werd nadrukkelijk vermeld dat een boycotoproep van het wereldkampioenschap géén onderdeel uitmaakte van de strategie, maar dat de acties waren gericht op publieksvoorlichting en het vergroten van de druk op de eigen regeringen om maatregelen te nemen tegen het regime van Videla. Voor de eerste keer in de geschiedenis van Amnesty werd een sportevenement gebruikt voor een wereldwijde campagne voor de mensenrechten.
Bloed aan de paal
In Nederland is die campagne inmiddels vergeten, omdat Freek de Jonge en Bram Vermeulen van Neerlands Hoop eind januari ook in actie kwamen. Zij deden een oproep aan het Nederlands elftal om het WK te boycotten, in tegenstelling tot Amnesty. Oranje ging uiteindelijk wel, waardoor er met terugwerkende kracht nog steeds het idee bestaat dat alle acties rond het WK van 1978 zijn mislukt.
Die conclusie klopt alleen niet, want de verschillende campagnes waren zeer succesvol, vooral die van Amnesty International. Die had tenslotte als doel om de wereld bewust te maken van de wreedheden van het Argentijnse regime, waarin de mensenrechtenorganisatie is geslaagd. Media-analyse in digitale krantenarchieven laten namelijk zien dat het aantal berichten in de kranten over de Argentijnse mensenrechtenschendingen in de 1978 verdubbelde in vergelijking met het jaar daarvoor. Meer dan de helft van die verhalen ging ook nog eens over de acties van Amnesty International en Neerlands Hoop, waarmee de strategie van publieksvoorlichting was geslaagd.
Finale zonder Nederlandse vertegenwoordiging
Onder deze enorme druk besloot de Nederlandse regering geen vertegenwoordigers naar het toernooi te sturen, zelfs niet toen Oranje zich voor de finale had geplaatst. Het kabinet had het te druk met de besprekingen over de bezuinigingen, luidde de officiële verklaring, maar dat was onzin. Vier jaar eerder had de regering maar liefst dertien vertegenwoordigers gestuurd, voor wie in alle snelheid een programma was samengesteld. Het kwam daarom niet bepaald geloofwaardig over dat ze in 1978 opeens allemaal zo ontzettend druk waren.
Dat gold ook voor staatssecretaris Wallis de Vries, verantwoordelijk voor sportzaken, met zijn constatering dat hij op korte termijn niet meer kon afreizen naar Buenos Aires. Er was in 1978 simpelweg sprake van een Nederlandse politieke en diplomatieke boycot van het WK voetbal, alleen zonder het zo te noemen.
Er werd dus niet minder over de mensenrechten in Argentinië geschreven, maar méér. Zoveel zelfs, dat de Nederlandse regering niemand meer naar Argentinië durfde te sturen – precies het tegenovergestelde wat Videla had beoogd. Zo waren de acties van 1978 een groot succes, met dank aan Amnesty International en Neerlands Hoop.

