Voetbal

De eerste supportersverenigingen zijn van de jaren 20

Een kleine honderd jaar geleden werden de eerste supportersverenigingen opgericht. De voetbalbond vond het een gevaarlijke ontwikkeling.

Supporters bij PSV – Sittardse Boys in 1947

Volgens eigen zeggen is de supportersvereniging van PSV de oudste van Nederland, opgericht in 1920. Er is alleen geen onafhankelijke bron die aantoont dat dat dit inderdaad zo is.

Er is in ieder geval een ouder voorbeeld te vinden in de kranten, in Ons Blad: katholiek nieuwsblad voor Noord-Holland van 4 mei 1918. Daarin werd melding gemaakt van de supportersvereniging Blauw-Wit, onderdeel van de Wormerveersche Footballclub. Alleen bestaat die club niet meer, althans niet meer onder die naam, waarmee PSV inderdaad wel eens de oudste supportersvereniging heeft die nog steeds bestaat. Maar goed, we hebben niet alle relevante feiten op een rijtje.

België

In België was dit verschijnsel al langer bekend, zo blijkt uit een artikel in de N.R.C. van 20 september 1922: ‘Ik weet niet of men in Nederland evenals hier een zeker soort sportmen heeft dat zich noemt supporter. ‘t Zijn menschen die door dik en dun eene vereeniging aankleven; het elftal dier club bij alle wedstrijden – zoo thuis als uit – volgen en met luid lawaai en geroep en getoet de spelers aanmoedigen in den strijd, welke steeds zwaar genoemd wordt.’

Begin jaren twintig werden deze supportersverenigingen ook opgericht in Nederland, zo zagen we al bij PSV. Maar er waren er meer. Dagblad De Tijd schreef op 25 april 1921:´Zaterdagavond heeft de Zaandamsche Voetbalclub Z. F. C. haar kampioenschap van de 2e klasse A op feestelijke wijze gevierd. Aan de spelers van het eerste elftal werden geschenken aangeboden van de zijde van het bestuur en van de supportersvereniging Rood-Wit.’

Op 15 december 1922 maakte De Telegraaf melding van een supportersvereniging van Alcmaria Victrix. En voetbalclub Eindhoven kreeg op 12 oktober 1928 een supportersvereniging als laatste van dit onvolledige overzicht.

Zorgen

De eerste reacties vanuit de voetbalwereld op deze nieuwe fase in de Nederlandse supporterscultuur waren niet positief – integendeel. In een toespraak voor de jaarvergadering van 1926 sprak ir. Kips als voorzitter van de Voetbalbond zijn zorgen uit over dergelijk publiek bij wedstrijden: ‘Iets wat in de toekomst nog bijzondere zorg zal blijven eischen — aldus de voorzitter — is de houding van het publiek. Men zal daaraan groote aandacht dienen te wijden. Het publiek zal in de goede richting geleid moeten worden, anders zal de belangstelling in chauvinisme ontaarden. De voorzitter acht het oprichten van supportersvereenigingen een bedenkelijk verschijnsel. Dit georganiseerd chauvinisme wordt op den duur een ellende voor de sport en, de clubs. Het publiek zal daardoor invloed kunnen oefenen, daar moeten wij ons scherp tegen verzetten.’

Nog in dezelfde maand boog De Revue der Sporten zich ook over dit probleem: ‘In ons land begint nu dat Belgische voorbeeld navolging te vinden: Sparta uit Rotterdam en de Spartaan uit Amsterdam bezitten elk een volledige supportersafdeeling met ‘n eigen bestuur, dat voor de aanhangers nuttig werk verricht door collectieve reizen te organiseeren, tribunekaarten op te koopen etc. etc.’ Na deze constatering sloot de redactie zich aan bij de kritiek van de bond en wees op het gevaar van fanatieke supporters die elkaar wel eens te lijf zouden kunnen gaan.

Het heeft allemaal niets geholpen, want sindsdien heeft zo’n beetje elke voetbalclub wel een eigen supportersvereniging gekregen.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.