Voetbal

De eerste voetbalwedstrijd in kleur op tv

In 1968 zagen de Nederlandse tv-kijkers voor de eerste keer een voetbalwedstrijd in kleur: Ajax – Feyenoord vanuit het Olympisch Stadion. Als ze tenminste een kleuren-tv hadden.

Kleurenbeelden bij het voetbal werden op 10 maart 1968 voor de eerste keer toegepast bij een voetbalwedstrijd, die tussen Ajax en Feyenoord. Het Nieuwsblad van het Noorden schreef hierover op 5 maart 1968: ‘De voetbalwedstrijd Ajax – Feijenoord zal zondag van 18.00 tot 19.30 uur door de NTS in kleur via Nederland 2 worden uitgezonden. De uitzending is een volledige op beeldband vastgelegde opname van de wedstrijd, die kort daarvoor in het Olympisch Stadion te Amsterdam wordt gespeeld. Door de toestemming van de KNVB en Ajax kan de NTS hierdoor in Nederland de eerste, zij het nog niet rechtstreekse voetbalreportage, in kleur verzorgen. Reeds eerder was intern geëxperimenteerd met een reportage van de bij kunstlicht gespeelde wedstrijd Nederland – Rusland.’

De recensent van deze krant – zijn naam is onbekend – was overigens niet zo enthousiast over deze vernieuwing: ‘De wedstrijd Ajax – Feyenoord in kleuren was een aardige belevenis. Maar de noodzaak van gekleurd tv-voetbal zie ik niet zozeer. Daarvoor zijn de kleuren teveel een bijkomstigheid. Het gaat er de ware liefhebber immers in de eerste plaats om zich zo volkomen mogelijk in het spel in te leven.’

Nico Scheepmaker

Hiermee verschilde het Nieuwsblad van mening met Nico Scheepmaker, voetbalcolumnist én televisierecensent. De dag na de gekleurde Ajax – Feyenoord gaf hij in de Leeuwarder Courant zijn mening. Tussen neus en lippen kwam hij met een prachtige analyse over het verschil tussen televisie en de werkelijkheid:

‘De vraag of het televisiebeeld wint in kleur hoeft al nauwelijks meer beantwoord te worden. Het bleek ook gisteren weer toen de NTS opnieuw een televisiemijlpaaltje bereikte en voor het eerst een voetbalwedstrijd in kleur uitzond. Vergeleken bij het zwart-witbeeld was het kleurenbeeld vooral duidelijker, niet zozeer door grotere scherpte, maar doordat de spelers beter herkenbaar waren.

De wedstrijd Ajax – Feyenoord in kleuren was een aardige belevenis. Maar de noodzaak van gekleurd tv-voetbal zie ik niet zozeer.

Ajax speelde geheel in het blauw, Feyenoord in zwarte broek en het bekende rood-witte shirt. De spelers waren dus ook in zwart-wit goed te onderscheiden, maar als je tegen de rechterzij van een Feyenoorder aankeek, (de rode helft van zijn shirtje), dan was het verschil toch niet zo evident dat een beetje extra turen onnodig was. Op de kleurentelevisie leverde dat uiteraard geen enkel probleem op, blauw is blauw, en rood-wit-zwart is rood-wit-zwart, ook al komen er wel eens vegen op het kleurenbeeld en zijn de contouren wat minder scherp dan bij zwart-wit.

 

Het voorgaande was meer in het bijzonder voor de voetballiefhebbers bestemd. Er zijn tegenwoordig ook honderdduizenden televisievoetballiefhebbers, mensen die geen wedstrijd op het scherm overslaan, maar die er niet toe kunnen komen (doordat zij in een buitenwijk wonen, oud of bedlegerig zijn, of te lui) naar een echte wedstrijd te gaan. Voor die mensen moet het kleurenvoetbal een revelatie zijn geweest.

Ik heb zowel de wedstrijd in de couleur locale gezien in het Olympisch Stadion, als later thuis voor de kleurbuis. Het is iets heel merkwaardigs (maar toch goed verklaarbaar) dat de kleuren op de televisie altijd “kleurrijker”, dieper, warmer, etc. zijn dan in “werkelijkheid”. Ik heb dat al opgemerkt naar aanleiding van de kleurenuitzending over de tentoonstelling van Rauschenberg in het Stedelijk Museum en ik herhaal het nog eens. De televisie is kleurrijker dan het origineel, zonder de werkelijkheid geweld aan te doen.

De oorzaak is duidelijk. Bekijk je een schilderij in een museum, dan zie je naast het schilderij de witte muur, mensen in je ooghoeken, enz., enz., terwijl de camera het doek omlijst op het televisiescherm zet, zonder afleidend buitengebeuren eromheen.

Iets dergelijks was het geval bij Ajax – Feyenoord. De NTS had geen geluk, omdat het een miezerige dag was, grauw weer. Een tikje zonneschijn doet de kleuren meteen oplichten, maar afgezien daarvan: in het stadion zittend zie je behalve het veld ook de grauwe toeschouwersmassa, stukjes grauwe wielerbaan, de donkere kleurloze tribune, en als totaal zie je dus een gemengd beeld in je gezichtsveld, bestaande uit veel grauwheid en iets minder kleur.

De televisiecamera concentreert zich echter op het spel, je ziet vaak slechts een gedeelte van het (groene) veld, met daarop de spelers in hun kleurige tenues, en natuurlijk zie je af en toe ook wel iets van de toeschouwers en de tribune, maar dat zijn toch randverschijnselen. Door die concentratie van de camera’s op het kleurigste gedeelte van zo’n wedstrijd krijg je thuis een kleuriger beeld, zonder dat er iets met de kleuren is uitgehaald.’

Advertentie

Bestel bij Bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.