NieuwVoetbal

De eerste wedstrijd van Ajax in het Olympisch Stadion

Op 9 maart 1930 speelde Ajax zijn eerste officiële wedstrijd in het Olympisch Stadion. Tegenstander Velocitas uit Groningen werd verpletterd. Dit artikel lees je gratis, maar een donatie is welkom.

Huldiging van Ajax voor de afdelingstitel voor aanvang van de wedstrijd tegen Velocitas. Foto via Stadsarchief Amsterdam

Het Olympisch Stadion is van 1928. Ajax heeft er grote successen gehad in de jaren vóór de Johan Cruijff Arena. Als stadion De Meer te klein of onveilig was, werd hiernaar uitgeweken. In totaal speelde de Amsterdamse club daar 67 Europese wedstrijden.

Kampioen

Al in 1928 en 1929 speelde Ajax in het Olympisch Stadion twee vriendschappelijke wedstrijden tegen Blauw Wit, maar die gingen niet om de punten. De eerste officiële wedstrijd was op 9 maart 1930 in de kampioenscompetitie in de strijd om de landstitel. Er was veel belangstelling van de Ajax-supporters om die wedstrijd bij te wonen en die pasten niet allemaal in het Houten Stadion, de voorganger van de Meer, waar de club toen nog speelde.

Zoals De Revue der Sporten opmerkte: ‘Het bestuur van Ajax verwachtte zeer terecht veel belangstelling voor dezen strijd om het kampioenschap en maakte derhalve met het Stadion een accoord om deze wedstrijden daar te houden in plaats van in „de Meer”, waar men zeker niet alle toeschouwers zou hebben kunnen bergen. Plaatsgebrek was er nu zeker niet, doch wij misten de echte Ajax-sfeer, die anders op het terrein in het Oosten van Amsterdam heerscht. Het meeleven van het publiek is veel geringer. Het Stadionpubliek is — waarom weten we eigenlijk niet — geen Ajax-publiek.’

Hoe dan ook: het was de eerste officiële wedstrijd van Ajax in het Olympisch Stadion.

Scharrelen

Er zaten zo’n 20.000 mensen in het Olympisch Stadion en die zagen dat de Groningers met 8-0 werden verpletterd, vooral omdat doelman De Jonge stijf stond van de zenuwen. ‘Hij hield bijna geen bal meer in zijn handen en stond allervreemdst te scharrelen. Achter elkaar schoot van Reenen driemaal in een leeg doel, waarbij één punt niet werd toegekend wegens buitenspel.’

Het stadionpubliek lag dubbel van het lachen door die keeper, waarover De Revue vermanend schreef: ‘Overigens pleit dat uitlachen door de toeschouwers niet voor hun sportiviteit. Het is niet bepaald netjes te lachen om het (voetbal)leed van anderen.’

De supporters hadden alleen te vroeg gelachen, want de landstitel ging dat jaar uiteindelijk naar Go-Ahead uit Deventer. Ajax eindigde op de tweede plaats, samen met Velocitas – natuurlijk wel met een beter doelsaldo.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.