Home > Balsporten > Voetbal > De hooligans van de journalistiek
Voetbal

De hooligans van de journalistiek

Het geweld in en rond de voetbalstadions neemt niet af. De politie treedt hard op, maar dat is niet zichtbaar in het aantal incidenten. Met deze woorden opende het Journaal op 22 oktober een bericht over voetbalrellen in Breda. De cijfers tonen alleen het tegenovergestelde aan, want sinds 2003 is de politie-inzet bij voetbal nog nooit zo laag geweest als nu!

Het Journaal stuurde Marjolein Hogervorst op 22 oktober op pad voor een verslag over de nasleep van de rellen na NAC Breda – Willem II van afgelopen weekend. In ruim twee minuten werd vier keer opgemerkt dat het aantal incidenten met voetbalgeweld niet afneemt. Geen enkele keer werden ondersteunende cijfers gebruikt, die aantonen dat dit inderdaad zo is. Ook op de website worden die nergens genoemd.

Desgevraagd zegt Hogervorst dat ze zich baseert op het Jaarverslag Voetbal en veiligheid over het seizoen 2017-2018, uitgegeven door de politie. “Wij hebben de cijfers van de laatste twee seizoenen naast elkaar gelegd en besproken met de politie. Daaruit concludeerden we met de politie dat het aantal incidenten in en buiten stadions de laatste seizoenen niet of nauwelijks afneemt terwijl er in het laatste seizoen wel negentig meer stadionverboden zijn opgelegd ten opzichte van 2016/2017. Wij hebben dus naar de recente geschiedenis gekeken.”

Opmerkelijk, want juist dat rapport toont aan dat er over een langere periode steeds mindersprake is van voetbalgeweld en dat de politie steeds minder uren aan inzet nodig heeft. In het laatste geval is er zelfs een daling van bijna een kwart over de afgelopen twee seizoen. Weet je wat? Ik laat die cijfers gewoon eens zien.

Vuurwerkbommen en vechtpartijen

Als sporthistoricus begin ik graag bij het begin. Nederland maakte in 1974 hardhandig kennis met grootschalig voetbalgeweld. Tijdens de UEFA Cup-finale Feyenoord – Tottenham Hotspur in De Kuip richtten Engelse hooligans grote vernielingen aan, die de politie volkomen verrasten. Door een wonder vielen die dag geen doden. In de decennia daarna was het soms levensgevaarlijk in het stadion met vuurwerkbommen en vechtpartijen. Het dieptepunt was de dood van Ajax-supporter Carlo Picornie in 1997 in Beverwijk na een georganiseerde vechtpartij met Feyenoord-supporters.

Na een reeks rampen en rellen op de internationale velden in de jaren tachtig met tientallen doden kwam aan deze vreselijke periode een einde. FC Utrecht was in 1981 de eerste club van ons land die overstapte naar een modern stadion, met een verbouwing van nota bene dezelfde locatie die in 1977 de dubieuze primeur had om als eerste in Nederland vangnetten op te hangen tegen projectielen. Deze verbouwing van de Galgenwaard was een allesbeslissend keerpunt voor het Nederlandse profvoetbal met een geheel nieuwe aanpak voor veiligheid en comfort.

Voetbalgeweld is tegenwoordig nog steeds een probleem, maar het is absoluut niet meer te vergelijken met het hooliganisme van de vorige eeuw. Er wordt nu veel strenger opgetreden, met stadionverboden en supersnelrecht. Het probleem is beheersbaar, zo toont het ene naar het andere onderzoek aan. Die statistieken staan weer in De Bosatlas van het Nederlandse voetbal, die ik vorig jaar schreef. Daaruit blijkt dat een relatief kleine harde kern van hooligans voor steeds minder incidenten verantwoordelijk is. Als die er toch zijn, vinden die vooral plaats bij streekderby’s – geheel overeenkomstig de gebeurtenissen in Breda.

Kleine harde kern

Uit het laatste politiejaarverslag over voetbal en veiligheid wordt duidelijk dat het voetbalgeweld van deze tijd gepleegd wordt door relatief weinig recidivisten. De harde kern van probleemsupporters bestaat uit zo’n twintig procent van alle aanhoudingen. De overige tachtig procent, blijkbaar geschrokken door de arrestatie, ziet de politie daarna niet meer terug. In de afgelopen vier jaar is hierin amper verandering te zien.

Bij meer dan helft van deze aanhoudingen gaat het om personen tussen de 12 en 26 jaar, waarmee het aannemelijk is dat die zich in alle opwinding één keer laten meeslepen en na aanhouding vreselijk zijn geschrokken van hun meelopersgedrag. De politie doet hier dus goed werk.

Geweldsdelicten

De incidenten kunnen we verdelen in overtredingen en misdrijven binnen én buiten het stadion. Binnen het stadion gaat het vooral om spreekkoren en het gooien van rotzooi en vuurwerk op het veld. Buiten is vooral sprake van mishandelingen, vechtpartijen en vernielingen. Over een periode van vier jaar is hierin amper een verandering te zien.

Sterker: in het seizoen 2014/2015 waren er 822 incidenten bij elkaar opgeteld, waar dat er afgelopen jaar nog 785 waren. Dat is dus een daling, weliswaar niet in het afgelopen seizoen, maar wel over een periode van vier jaar.

Tekst gaat verder onder figuur 

Politie-inzet

De gemiddelde inzet bij een Nederlandse voetbalwedstrijd van 2013 tot en met 2015 was 47,19 politieagenten, ofwel 353 manuren per wedstrijd. Ajax en Feyenoord waren verantwoordelijk voor de meeste politie-uren. Dat is ook niet zo vreemd, omdat hun stadions de grootste van het land zijn. Met 50.000 mensen in één ruimte zijn er meer ordehandhavers nodig dan bij 5.000 toeschouwers, net zoals er méér drankpunten nodig zijn in de Kuip dat bij Almere City FC.

Tekst gaat verder onder figuur 

We kunnen dit ook op een andere manier bekijken: hoe groot is het aantal politie-uren per duizend toeschouwers? Het resultaat is opzienbarend: Ajax en Feyenoord verschrompelen, waar juist kleine profclubs met een hoge onderlinge rivaliteit opeens opvallen. Het gaat dan vooral om de regio Brabant en Limburg met veel profclubs bij elkaar. Dan is er automatisch ook een grote onderlinge rivaliteit, zoals we in Breda dus ook weer zagen.

Zo werd FC Den Bosch – FC Oss op 1 november 2014 twee keer stilgelegd wegens rellen. De politie had het in hetzelfde jaar ook druk bij de onderlinge duels in Zuid-Limburg. Dat is meteen te zien in deze grafiek.

Tekst gaat verder onder figuur 

Een hoge politie-inzet heeft trouwens niet meteen te maken met rellen. Het kan dan ook gaan om een klassiek stadion, zoals van Go Ahead Eagles en SC Cambuur. Die vragen om meer politiecontrole, omdat de moderne veiligheidseisen anders zijn dan die van vroeger. Als daar moderne stadions hadden gestaan, zou het aantal politie-uren automatisch lager zijn geweest. Waarbij nog wel opgemerkt mag worden dat de supporters van SC Cambuur bekend staan als zeer enthousiast– om het heel eufemistisch uit te drukken.

De veronderstelling van het Journaal dat het voetbalgeweld niet afneemt, wordt onhoudbaar als we kijken naar het aantal uren politie-inzet bij het voetbal over een langere periode. In het laatste seizoen was er een spectaculaire daling van het aantal uren van 309.623 uur naar 239.674 – in procenten uitgedrukt een daling van 22,5%. Dat is zelfs het laagste aantal uren sinds 2003!

Tekst gaat verder onder figuur 

Europa

Tot slot het internationale perspectief. Als we het aantal politie-uren in Europees verband bekijken, valt meteen op dat Nederland in de middenmoot staat, ver achter Duitsland. In internationaal opzicht doet ons land het juist heel goed.

Journalistiek vandalisme 

En zo komen we tot de conclusie dat er afgelopen weekend in Breda iets is gebeurd wat niet zo heel bijzonder is. De rivaliteit tussen twee nabijgelegen clubs heeft geleid tot relletjes waarbij de politie ingezet moest worden. Dat is heel vervelend, waarvoor de daders zich moeten verantwoorden als hun betrokkenheid is bewezen. Het is ook volkomen terecht dat de burgemeester van Breda het opneemt voor zijn agenten, want dat is zijn werk. Het is verder volkomen terecht dat de woordvoerder van de politie in de uitzending van het Journaal heel diep zucht, want dat is weer zijn werk. Het is alleen niet meer dan een lokaal probleem, dat zich toevallig afspeelde in de nabijheid van een voetbalstadion.

Daarom is het niet terecht dat het Journaal binnen 150 seconden tot vier keer toe een conclusie trekt die haaks staat op de cijfers over voetbalgeweld. Deze journalistieke instelling heeft de verplichting zich niet door de belangen van de burgemeester of de politie te laten meezuigen, maar afstand te houden tot het onderwerp om er een gewogen oordeel over te geven.

“Wij hebben er uiteindelijk voor gekozen,” verklaart Hogervorst haar aanpak, “om naar aanleiding van de tweet van burgemeester Depla de gezamenlijke aanpak tussen politie en gemeente eruit te pakken om uit te leggen dat er achter de schermen de laatste jaren GEZAMENLIJK [hoofdletters van Hogervorst] meer wordt gedaan om dit geweld verder terug te dringen, dat men daar veel van verwacht, maar dat dit momenteel nog niet terug te zien is in de cijfers. Om zo de tweet van Depla (het nieuws van die dag) wat meer context te geven. Je kunt met zo’n verhaal altijd veel kanten op en helaas kunnen we niet alles vertellen en kiezen we dus altijd één invalshoek. In dit geval hebben we hiervoor gekozen.”

Er moeten inderdaad keuzes worden gemaakt, maar door burgemeester Depla zo centraal te stellen was er geen enkele sprake meer van journalistieke distantie. In het voetbal heet zoiets paniekvoetbal, waarmee misschien wel eens een wedstrijd wordt gewonnen, maar nooit een kampioenschap. Hetzelfde gold voor Jeroen Pauw diezelfde avond in zijn praatprogramma, waarin geen enkele poging werd gedaan om de gebeurtenissen te duiden. Alleen de ordehandhavers kwamen aan het woord zonder dat iemand het voetbalgeweld in een bredere context plaatste.

Zo kreeg de werkelijkheid net zoveel klappen als een hooligan eind jaren 70 tijdens een schimmig gevecht in een treurig voetbalstadion. Zowel Hogervorst als Pauw sprak over de voetbalwereld van dertig jaar geleden en niet over de wereld van nu, waarin met succes het voetbalgeweld wordt bestreden. De bijdrages van het Journaal en Jeroen Pauw zijn daarmee het equivalent van het vorige-eeuwse hooliganisme, de journalistieke variant van voetbalgeweld.

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.