NieuwVoetbal

De laatste tegenstander van voetballer Ralph Thompson

Op 1 juli 1916 begon de Slag aan de Somme. Eén van de doden was een voetballer, die voor de oorlog nog tegen Willem II had gespeeld. Roger Rossmeisl, clubhistoricus van Willem II, verdiepte zich in het lot van de midvoor van de Grimsby Rovers.       

Stereofoto van Britse soldaten tijdens de Slag aan de Somme. Afbeelding via Wikimedia

Door Roger Rossmeisl

Vandaag is het 105 jaar geleden dat het startsein werd gegeven voor de Slag aan de Somme. Met een massale aanval op de Duitse stellingen probeerden de Britse en Franse legers een doorbraak te forceren in de loopgravenstatus van de Eerste Wereldoorlog. Met fatale gevolgen: alleen al op die eerste dag vielen 60.000 doden en gewonden aan geallieerde kant. Een van hen was voetballer Ralph Thompson.   

Twee jaar eerder had hij op een voetbalveld in Eindhoven nog achter een bal aan gerend. Maar dit was een heel andere aanval. Samen met zijn kameraden wachtte Ralph Thompson op het fluitje van zijn commandant om ‘over de top’ te gaan. Het was hun taak om het door de Duitsers belegerde dorpje Ovillers-la-Boisselle te bestormen. De Duitse stellingen aan de Somme waren wekenlang bestookt met meer dan 1,6 miljoen granaten. Climax van het bombardement was een gigantische mijn die tot ontploffing was gebracht. De kracht van die explosie zou tot in Londen te horen zijn geweest. Het fluitje ging; voor Ralph het sein om zijn bajonet op zijn geweer te plaatsen en het niemandsland in te lopen. De Duitse verdediging was verpulverd. Tegen de avond zouden Ralph en zijn maten de overwinning kunnen vieren.     

Terug naar Tweede Pinksterdag, 1 juni 1914. Willem II maakt zich klaar voor een wedstrijd tegen een sterk Engels amateurteam. Vanwege de massale belangstelling is uitgeweken naar het Philips sportterrein in Eindhoven. Daar nemen de Tilburgers het als kersverse kampioenen van de zuidelijke eerste klasse op tegen de Grimsby Rovers Football Club. Het is de laatste wedstrijd van het bezoek van de Rovers aan Nederland. Een dag eerder hebben de Engelsen in Middelburg nog met 2-3 gewonnen van het plaatselijke MVVO.

Een opvallende verschijning aan Engelse kant is midvoor Ralph Thompson, de jongere broer van teamleider Albert Thompson. Hij is afkomstig van Grimsby Town FC, de professionele buurtgenoot van de Rovers. Terwijl in Nederland de amateurgeest nog als het hoogste goed geldt, speelt men in Engeland al vele jaren profvoetbal. Aan Tilburgse kant staan bekende namen opgesteld: Harry Mommers, Louis Schollaert en Jos van Son zijn ook buiten de textielstad bekend. Nadat het Stratums Muziekcorps ‘God save the King’ heeft gespeeld, klinkt ‘Wien Neêrlands Bloed’, anno 1914 het Nederlands volkslied (in 1932 zal het vervangen worden door het Wilhelmus). Willem II krijgt vanaf de aftrap kansen, maar komt vlak voor rust met 0-1 achter. Dat wordt ook de eindstand. Met een massief gouden medaille keren de Engelsen huiswaarts. Niemand die op dat moment kan bevroeden welke catastrofe Europa te wachten staat.

Als Engeland een maand later de oorlog aan Duitsland verklaart, volgt Grimsby’s Ralph Thompson het voorbeeld van vele andere Britse voetballers. Hij meldt zich aan bij een van de Pals Batallions die overal in het land het licht zien. Thompson, geboren in 1892, werkt in het dagelijks leven bij de veiling van de visafslag. Zijn vader is voorzitter van Grimsby Town FC, de lokale trots die in de Engelse professionele tweede divisie uitkomt. Ralph speelt één seizoen bij de club van zijn vader in het eerste, maar stapt daarna over naar de amateurs van Grimsby Rovers. Het lokale ‘vriendschapsbataljon’ van Ralph draagt de geuzennaam the Grimsby Chums. Collega’s uit fabrieken, oude schoolmaten, voetballers en fans zullen samen ten strijde trekken aan het westfront in Frankrijk.

Het duurt bijna twee jaar voordat Ralph en zijn maten hun vuurdoop krijgen. In januari 1916 komen ze aan in Frankrijk. Op 1 juli 1916 is het zover. Om half acht in de ochtend staken de Britten hun bombardement op de Duitse stellingen. In de stralende ochtendzon is het front aan beide kanten plotseling doodstil. Zij-aan-zij, in geordende rijen, lopen de Grimsby Chums het niemandsland in. Wat zij niet weten is dat Duitsers zich de afgelopen weken ver achter hun stellingen hebben ingegraven. Het staken van het Britse vuur is voor hen het signaal om hun mitrailleurs weer in stelling te brengen op hun gebombardeerde posities.

De Duitsers wachten tot de vijand op schootsafstand is. Dan openen ze massaal het vuur. De Grimsby Chums zijn eenvoudige schietschijven en worden rij voor rij neergemaaid. Ze  kunnen niets anders dan zich terugtrekken in de enorme krater die is ontstaan als gevolg van de mijnexplosie. Als het bataljon van Thompson op die positie ook nog bestookt wordt door het ‘friendly fire’ van Britse kant, is de catastrofe compleet. Ralph Thompson wordt geraakt in zijn nek, arm en wervelkolom en kan niet worden geëvacueerd. Op 24-jarige leeftijd bloedt hij dood, op het slachtveld aan de Somme bij La Bloiselle.

Later die week worden in Grimsby deze propagandabeelden vertoond van de Grimsby Chums.

De bioscoop is gevuld met moeders, vriendinnen, zonen en dochters die benieuwd zijn naar de verrichtingen van hun helden aan het front in Frankrijk. Ze zien hun jongens exerceren langs Franse weggetjes, sporten in akkervelden en lachend loopgraven aanleggen. Familieleden proberen Ralph Thompson te herkennen op de vrolijke beelden. Wat zij dan nog niet weten is dat er op 1 juli 1916 19.240 geallieerde soldaten zijn omgekomen. Dát nieuws heeft Grimsby vanwege de geldende perscensuur nog niet bereikt. De meeste ‘Chums’ die op het witte doek lachend door het beeld lopen, behoorden tot de eerste aanvalgolf en zijn een paar dagen eerder gevallen voor King and country.

De Britse aanval bij La Bloiselle, onderdeel van het grote Somme-offensief, gaat de geschiedenis in als de slag met het hoogste aantal onbekende slachtoffers van de hele oorlog. Maar liefst 1.927 doden, 85 procent van het totaal aantal Britse slachtoffers bij La Bloiselle, zijn nooit meer teruggevonden. De restanten van Ralph Thompson liggen mogelijk ‘known unto God’ begraven in een onbekend graf op de begraafplaats van het Franse Thiepval. Maar veel waarschijnlijker is dat hij nog steeds in de aarde ligt van de Lochnagar krater, zoals de hedendaagse kuil van 30 meter diep met een diameter van 100 meter wordt genoemd.

De voetballers van Willem II uit Tilburg, Ralphs laatste tegenstander in vredestijd, veroveren exact een maand vóór de slag aan de Somme, op 1 juni 1916, de landstitel. Groter kan het contrast tussen oorlog en neutraliteit niet zijn.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.