Voetbal

De laatste wedstrijd van recordinternational Puck van Heel

Op 23 oktober 1938 speelde Puck van Heel zijn laatste wedstrijd in het Nederlands elftal. Tot in 1979 was deze Feyenoorder daarmee recordinternational.

Gerardus Puck van Heel werd in 1904 geboren in een groot katholiek gezin. Zijn ouders kwamen uit Brabant, maar omdat zijn vader aan de slag ging in de Rotterdamse haven was de familie van Heel vertrokken naar Rotterdam Zuid – een heel normaal migratiepatroon in die tijd. Van Heel meldde zich als jongeling aan bij Feyenoord, en zou zijn hele carrière voor die club actief blijven.

Tussen 1923 en 1940 speelde hij 322 competitiewedstrijden voor Feyenoord, waarin hij 43 keer scoorde. Hij behaalde vier landstitels en won tweemaal de nationale beker. De technische linksbenige middenvelder groeide uit tot het vooroorlogse icoon van de Rotterdamse club. Het was dan ook niet zo verwonderlijk dat juist hij op 16 september 1935 de eerste paal van het nieuw te bouwen Stadion Feyenoord in de grond sloeg. Kijk maar.

Interlanddebuut

Het debuut van Van Heel voor het Nederlands Elftal was bijzonder. Hij was nog niet eens een vaste waarde in het eerste elftal van Feyenoord, maar voetbalbestuurder Karel Lotsy had hem met Feyenoord 2 in actie gezien tegen DFC in Dordrecht. Hij was gecharmeerd van de kleine middenvelder, en liet hem een keer meedoen met de Zwaluwen, het voorportaal van het grote Oranje.

Wederom maakte Van Heel indruk, waarna hij op 19 april 1925 als eenentwintigjarige zijn debuut mocht maken in het Nederlands Elftal, op de voor hem wat vreemde rechtshalfpositie. In Zürich verloor het Nederlands Elftal met 4-1 van de sterke Zwitserse ploeg. Na zijn Oranjedebuut werd hij een vaste waarde in Feyenoord 1, en ook bij het Nederlands elftal miste hij niet veel wedstrijden.

Standsverschillen

Tijdens zijn eerste interlands constateerde ‘arbeider’ Van Heel dat er bij Oranje, anders dan bij zijn eigen club, duidelijk sprake was van standsverschillen. Later vertelde hij daarover: “Dan speelde je met ingenieur Dénis, met dokter Le Fèvre, met dokter Van der Meulen, met dokter Tetzner, enzovoort. Wij hadden als eenvoudige jongens van Feyenoord een gespannen houding met die mensen. Het was heus niet zo lollig voor ons. Ach, die dokters keken een beetje op ons neer, zo was het gewoon. Maar ja, later kregen wij de overhand en was Van der Meulen er ook nog bij. Die werd toen door ons niet meer aangekeken.”

Van Heel werd één van de dragende spelers van de nationale ploeg, en speelde op de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam en de WK’s van 1934 en 1938. Negenentwintig keer droeg hij de aanvoerdersband. Op 2 mei 1937 speelde hij tegen België zijn zevenenvijftigste interland, en brak daarmee het record van Harry Dénis. Op 23 oktober 1938 speelde hij op 34-jarige leeftijd zijn vierenzestigste en laatste interland tegen Denemarken.

41 jaar recordinternationaal

Van Heel speelde alle vierenzestig wedstrijden van begin tot einde mee. Inclusief de verlenging tegen Tsjecho-Slowakije op het WK van 1938 kwam hij in totaal tot 5820 minuten in het Oranjeshirt – méér dan Marc Overmars.

De eerste die zijn aantal van vierenzestig interlands overtrof was Ruud Krol. Op 22 mei 1979 speelde hij tegen Argentinië zijn vijfenzestigste interland. Een aantal jaren later, op 18 december 1984, overleed de inmiddels tachtigjarige Van Heel in het Rotterdamse verpleeghuis Simeon en Anna.

Voor zo’n voetballer hoort een gedicht te worden gemaakt bij zijn afscheid. Clubadministrateur Phida Wolff deed dat dan ook in 1940, na de laatste officiële wedstrijd van Van Heel bij zijn club:

Puck, het spel is afgelopen,
vader Tijd blies welbewust
op z’n fluit; dat was het teken
voor jouw grote voetbalrust.
Meer dan honderdduizend mensen
heb je vaak en veel vergast,
jouw spel was een lust voor d’ogen
afgemeten, afgepast.

Nu ga j’op je lauw’ren rusten
en je speelt geen metsie meer,
Puck, ik zeg je in gemoede,
mij persoonlijk doet dat zeer.
Voetbalroem is gauw vergeten,
speciaal door het publiek,
dat zich o zo graag laat leiden
door de felste polemiek.

Puck, ook jouw tijd is gekomen
en je weet wat dat beduidt,
jij zocht voor je ouwe trappers
een krom wilgeboompje uit,
maar al hangen dan je kicksen
grauw, beschimmeld aan een boom,
jouw spel zal men nooit vergeten
want dat was somtijds een droom.

Niemand in ons lage landje
was zelfs ooit jouw evenknie,
jij speelde met ‘t bruine monster
‘n vlotte voetbalrhapsodie.
Tot ver over onze grenzen
heeft je spel een elk bekoord,
jij hield, en daar zijn we trots op,
hoog de naam van Feyenoord.

Puck, daar is een tijd van komen
en daar is een tijd van gaan,
jij hebt, na zovele jaren,
ook je plaatsje af te staan.
Puck betekent: klein, dat was je,
klein en handig, sakkerloot,
ook van jou zal elkeen zeggen
en de nadruk daarop leggen:
PUCK, je daden bennen groot!

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.