NieuwVoetbal

De ontvoering van Maup Caransa, de financier van Ajax

Op 28 oktober 1977 werd de Amsterdamse miljonair Maup Caransa ontvoerd. Hij was één van de belangrijkste financiers van Ajax. De club werd hem zelfs te koop aangeboden, maar daar had hij dan weer geen zin in.

Maurits – Maup – Caransa was in 1977 slachtoffer van de eerste ontvoering in Nederland waarbij het alleen maar ging om het losgeld. Na vijf dagen gevangenschap werd tien miljoen gulden betaald en kwam hij weer  vrij. De politie heeft nooit het bewijs kunnen vinden om de daders te vervolgen, waardoor de zaak nooit werd opgelost.

Bestuurskamer

De invloed van deze Joodse zakenman op het Ajax van de jaren zestig en zeventig was groot. In zijn boek Ajax, the Dutch, the war schreef Simon Kuper dat Caransa vóór de oorlog de club amper volgde, omdat, zo schreef hij aan Kuper, ‘er geen tijd en geld voor was’. Zijn ouders en drie broers werden tijdens de Holocaust vermoord, maar zelf overleefde Caransa wel. Daarna raakte hij bij de Amsterdamse club betrokken.

Vooral zijn vriendschap met Jaap van Praag liep in het oog. Sportjournalist Bep van Houdt, die Ajax in de jaren zestig volgde voor onder meer Het Parool, zag Caransa altijd in de bestuurskamer zitten. En omdat in die tijd de spelers nog samen met journalisten en supporters in hetzelfde vliegtuig zaten voor een Europese wedstrijd was het ook voor iedereen zichtbaar dat Caransa altijd daarbij aanwezig was.

Adviezen

Volgens Ajax-archivaris Wim Schoevaart heeft Caransa enkele jaren in de Ledenraad van Ajax gezeten. “Maar meer dan drie jaar was het niet, en verder heeft hij nooit een officiële functie gehad.” Wel gaf Caransa de nodige adviezen aan Ajax, die toch vooral financieel van aard geweest zullen zijn. Ook zou de club gebruik hebben gemaakt van zijn enorme vermogen.

Caransa had dus een vriendschappelijke band met Jaap van Praag, die in 1964 voorzitter werd van Ajax, als opvolger van Jan Melchers. In de tijd van Melchers was Ajax nog lang niet de grote club van Johan Cruijff en Rinus Michels – integendeel. Binnen Ajax zou daarom een discussie zijn gevoerd om Caransa over te halen om de club op te kopen. De zakenman weigerde, mede omdat hij niet overtuigd was van de zakelijke inzichten van veel bestuurders. Deze klacht zou Caransa vaker uitspreken als het om het Nederlandse betaalde voetbal ging: te veel amateurs op belangrijke plekken.

Veel poen

Niet veel later zou Ajax toch de beschikking krijgen over meer geld, maar dat was pas nadat Van Praag het roer had overgenomen. Volgens Kuper was het mede aan zijn goede relatie met Caransa te danken dat het status verkreeg. Kuper: ‘De club kreeg hierdoor meer allure. Een speler die bij Ajax kwam, kon rekenen op extra cash.’

Sportjournalist Ed van Opzeeland denkt dat Caransa in die tijd “veel poen heeft gestoken in Ajax”. Het was alleen niet met de openheid van nu, zoals bij een beursgenoteerd bedrijf hoort. “Wat niet weet, wat niet deert”, aldus Van Opzeeland, die zelf een geboren en getogen Amsterdammer was.

Een gerucht

In 1970 was er een vaag gerucht, zoals er rond Ajax altijd vage geruchten zweven, dat Caransa de nieuwe voorzitter van Ajax zou worden. Dit verhaal werd op 24 augustus 1970 tussen neus en lippen opgeschreven door de bladen van de Gemeenschappelijke Pers Dienst. Schoevaert ramde dit gerucht definitief de kop in: “Geen schijn van kans! In die tijd moest de voorzitter van Ajax altijd uit de club zelf komen, en dat kwam Caransa niet.”

De relatie bleef dus vooral informeel van aard, en buiten zicht van pottenkijkers. Caransa speelde hiermee een belangrijke rol bij Ajax, maar niet officieel. Volgens Kuper was dat juist heel kenmerkend voor de club in die naoorlogse tijd: ‘Een voetbalclub is eigenlijk een familie, en dat geldt vooral voor mensen, die zelf geen familie meer hebben. Supporters van andere clubs begonnen Ajax een Jodenclub te noemen, maar eigenlijk was het eerder een naoorlogse Nederlands-Joodse familie.’ Aldus Kuper, die hierin een verklaring zoekt voor de aanwezigheid van iemand als Caransa. ‘Als ze elkaar op de club tegenkwamen, konden ze elkaar omhelsen en vragen: Hé, heb je nog ergens geld verdiend?’

Caransahotel

Het Caransahotel op het Rembrandtplein was ook in de voetbalwereld bekend. Op 6 oktober 1970 was er zelfs de loting voor de tweede ronde van de Europese bekers. In de zogenaamde Amsterdamse hoek keken de Ajacieden met spanning toe wie hun volgende tegenstander zou worden. Het bleek FC Basel, waarmee Ajax erg blij was.

In 1971 logeerde Ferenc Puskas in het Caransahotel, omdat hij in Nederland was om te kijken naar de bekerfinale Ajax – Sparta. Puskas was toen trainer van Panathinaikos uit Athene, de tegenstander van Ajax in de komende Europa Cup 1-finale. Buiten het hotel wachtten de Nederlandse journalisten hem op om hem uit te horen, maar Puskas gaf niet veel prijs. Een kleine maand later zou Ajax voor de eerste keer die Europa Cup 1 winnen.

DWS

Caransa heeft nog een avontuur bij de Amsterdamse voetbalclub DWS gehad. Samen met Dé Stoop kondigde hij in november 1969 aan dat ze voor DWS een nieuw stadion wilden bouwen. De club zou daarmee vertrekken uit het Olympisch Stadion, nadat Stoop en Caransa een conflict hadden gekregen over onder meer Rob Rensenbrink, toentertijd de enige international van DWS. In de zomer van 1969 had de voetballer gezegd dat hij DWS wilde verlaten.

Om hem alsnog te behouden, was er geld nodig, waarvoor Caransa en Stoop wilden betalen. Het Stadion moest dan nog wel ƒ50.000 betalen om de speler voor twee jaar te behouden, maar het antwoord was negatief. Stoop: “Nog nooit heb ik zo’n besluiteloosheid meegemaakt als daar. Het is net alsof je tegen een tafelpoot praat.” En dus wilde het duo een eigen sportpark bouwen om voor altijd verlost te zijn van het Olympisch Stadion, van “die kille steenklomp”.

Caransa had over zijn plostelinge vriendschap met DWS nog wel even met Ajax gesproken: “Ik vind het prettig dat het Ajax-bestuur geen bezwaren had. Trouwens, ik had het in ieder geval gedaan.” Zijn geld wilde hij overigens niet gebruiken om nieuwe spelers voor DWS te halen: “Daar heb ik totaal niets mee te maken.”

Uiteindelijk zou het plan voor een nieuw onderkomen voor DWS niet worden gerealiseerd, want in juni 1972 fuseerde de club met Blauw Wit tot FC Amsterdam. De thuisbasis werd die kille steenklomp – ook wel bekend als het Olympisch Stadion.

In 2009 is Caransa overleden.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -