NieuwVoetbal

De oudste Europese voetbalcompetitie is al honderd jaar oud

De Super League was al afgelopen voordat hij goed en wel was begonnen. De Kentish Cup is daarentegen niet alleen de langstlopende, maar ook de meest onbekende voetbalcompetitie van Europa. Vanwege corona is een eeuwfeest waarschijnlijk niet mogelijk.

Nederland-België in de Kentish Cup van 1998. Foto via de Beeldbank van het NIMH

De Super Leaugue heeft in de internationale sportgeschiedenis een unieke plaats ingenomen, want niet eerder sneuvelde een prestigieus project met deze omvang in zo’n hoog tempo. Eén van de belangrijkste klachten was dat de opzet van deze patsershow geen enkele binding heeft met de Europese voetbaltradities – een probleem waarmee we de Kentish Cup in ieder geval niet kunnen lastigvallen.

Militaire sport

Meteen na afloop van de Eerste Wereldoorlog was er in Parijs een zeer opmerkelijk internationaal sportevenement. Tussen 22 juni en 6 juli 1919 deden zo’n 1500 soldaten mee aan de Intergeallieerde Spelen, allemaal afkomstig uit de overwinnende landen. Landen als Duitsland en Turkije hoefden dus geen deelnemers te sturen. Omdat Nederland niet aan de oorlog had meegedaan, ontving het ook geen uitnodiging.

Het idee achter dit militaire sportevenement was dat deze soldaten elkaar na vier jaar oorlog op het sportveld moesten ontmoeten om gezamenlijk aan een nieuwe toekomst te werken. Met diezelfde gedachte nam de Britse militair Reginald Kentish na afloop van de Eerste Wereldoorlog plaats achter de sportieve tekentafel om een nieuw militair voetbaltoernooi te ontwerpen, vernoemd naar de bedenker zelf. Voor deze zogenaamde Kentish Cup werden elftallen samengesteld uit de Britse, Belgische en Franse strijdkrachten, die het tegen elkaar opnamen. En dan niet eenmalig, zoals de Intergeallieerde Spelen, maar als jaarlijks terugkerend evenement.

Kentish had ruimschoots oorlogservaring opgedaan in de Boerenoorlogen in Zuid-Afrika en de Eerste Wereldoorlog. In diezelfde tijd had hij zich ontwikkeld tot een belangrijke organisator van soldatensport. Dat was niet zozeer bedoeld voor wat gezelligheid voor de soldaten, maar vooral uit strategisch belang. Tijdens de Europese oorlogen tegen Napoleon was tenslotte al gebleken dat getrainde militairen zich beter staande hielden dan wandelende wrakken. “The battle of Waterloo was won on the playing fields of Eton,” zo ongeveer zei Arthur Wellesley, opperbevelhebber in 1815 bij die beslissende nederlaag van de Fransen. Met andere woorden: sport als nationaal, militair belang.

Internationale erkenning

Over het exacte begin van de Kentish Cup is wat onduidelijkheid door bronnen, die elkaar tegenspreken, maar het was in ieder geval kort na de Eerste Wereldoorlog dat de Britten, Fransen en Belgen elkaar voor de eerste keer op een voetbalveld te lijf gingen. De officiële start was in 1921, ook erkend door de FIFA en de UEFA. Omdat dit evenement nog steeds bestaat, bestaat het nu dus exact een eeuw en is daarmee de oudste Europese voetbalcompetitie – óók erkend door de internationale bonden.

Nederland raakte hierbij betrokken nadat Frankrijk er in het seizoen 1986/87 mee ophield. In 1988 won het voor de eerste keer, wat net iets minder aandacht kreeg dan de successen van het officiële Nederlands elftal in West-Duitsland in datzelfde jaar. In de afgelopen jaren wisselde de samenstelling van teams nogal, maar ondertussen bestaat het nog steeds. Het zal vanwege corona alleen heel lastig worden om dat te vieren.

Kentish zelf werd na 1921 een belangrijke sportbestuurder, tot 1933 zelfs als lid van het Internationaal Olympisch Comité. In 1920 en 1924 was hij de leider van de Britse delegaties op de Olympische Spelen in Antwerpen en Parijs. Hij overleed in 1956, als grondlegger van zowel de oudste als onbekendste Europese voetbaltraditie.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.